Posts tonen met het label aardrijkskunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aardrijkskunde. Alle posts tonen

donderdag 7 maart 2024

Naar de bollen!

Wat heb je nodig?
  • tekenpapier 20 bij 10 cm
  • potlood
  • viltstiften
  • fineliner
  • liniaal
Wat moet je doen?
  1. Trek een horizonlijn op ongeveer 2 cm vanaf de bovenkant van het papier. 
  2. Zet in het midden daarvan een stip, dit is het verdwijnpunt. 
  3. Trek vanaf de onderkant en zijkanten met potlood dunne lijnen naar de stip. 
  4. Kleur de stroken in met 'bloembollenkleuren'. Denk aan de looppaden tussen de bollenvelden. 
  5.  Kleur de lucht. Teken met zwarte fineliner een skyline van gebouwen, (wind)molens en bomen.
Liever als handvaardigheidsopdracht? Klik dan hier.

Beeldaspecten: lijn, ruimte, kleur. 
Doel: aanleren eenpuntsperspectief. 
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7. 

vrijdag 17 juli 2020

In de stijl van Ted Harrison


Benodigdheden:
  1. wasco
  2. verf
  3. kwasten
  4. zwart sitspapier
2010 Winter Olympics - WikipediaTed Harrison (1926 - 2015) is een Brits-Canadese kunstenaar die bekend staat om zijn landschapschilderijen met lijnen en kleuren. Harrison woonde in de noordelijk gelegen provincie Yukon.
De oorspronkelijke bevolking van Noord-Canada, de inuit, gebruikten een inuksuk (in meervoud: inuksuit) als richtingaanwijzer of mijlpaal. Inuksuit worden gemaakt door stenen op elkaar te stapelen. Doordat deze inuksuit boven de sneeuw uitkwamen, konden inuit over de toendra navigeren zonder te verdwalen.
De gestapelde stenen die op een mensfiguur lijken, worden, inunquaqq genoemd. Bij de Olympische Winterspelen van 2010 die in Canada werden gehouden,  was de inunquaqq onderdeel van de Olympische vlag.

Bekijk het werk van Ted Harrison. Wat valt op?
  • berglandschappen
  • zon en water 
  • sprekende kleuren, warm en koud
  • kleurvlakken gescheiden door lijnen
Bekijk foto's van inunquaqq. Hoe wordt zo'n figuur opgebouwd? Hoe komt het dat hij niet in elkaar zakt? 

Wat moet je doen?
  1. Teken met witte of blauwe wasco een landschap in grove lijnen.
  2. Verf de vlakken met plakkaatverf: warme kleuren rond de zon, koude kleuren op de grond. 
  3. Scheur stenen van sitspapier en plak deze in de vorm van een inunquaqq op je schilderwerk. 
Variant
  1. Schilder een landschap en vul de vlakken met plakkaatverf. 
  2. Trek de scheidingslijnen over met zwarte verf. 
  3. Scheur of knip een inunquaqq-figuur en plak deze op. 
  4. Scheur de buitenranden van het schilderwerk en plak het als geheel op een zwarte ondergrond.

Beeldaspecten: kleur (warm-koud, mengkleuren), lijn, vorm (organische vormen).
Technieken: kleuren mengen, schilderen, scheuren van rechte lijnen. 



zondag 27 september 2009

Landschap van vloeipapier

Benodigdheden:
  1. vloeipapier in diverse kleuren
  2. behangerslijm, extra dun
  3. lijmkwastjes
  4. wit tekenpapier op A4 formaat
Bekijk foto's van diverse landschappen: berglandschap, vulkaanlandschap, kustlandschap, rivierlandschap, heuvellandschap, vlak landschap.
Bespreek de verschillen tussen deze landschappen.

De leerlingen gaan van vloeipapier een eigen landschap maken. Hiervoor mogen ze de velletjes alleen scheuren; geen scharen dus! Legt uit dat de landschappen van achteraf worden opgebouwd en de voorste vellen dus pas het laatst worden opgeplakt. Beeldaspect: ruimte (overlapping). Hierdoor kunnen kleuren over elkaar heen worden geplakt, waardoor je ook meer kleurnuances krijgt. (beeldaspect: nuance). Vertel dat kleuren zachter worden door er wit vloeipapier overheen te plakken. De gletsjers op de bergen in het voorbeeld zijn ontstaat door het witte vloeipapier niet helemaal met lijm in te smeren. De droge delen blijven wit, de natte delen nemen de kleur van de onderliggende kleur aan.

zondag 13 september 2009

Woestijnlandschap

Benodigdheden:
  1. bruin knutselpapier op A4 formaat
  2. pastelkrijtjes
  3. haarlak
  4. houtlijm
Bespreek en bekijk foto's van woestijnlandschappen. Wat zie je? Wat valt je op aan de kleuren? Welke beplanting kom je tegen in woestijnen? 

Schets met potlood een eenvoudig landschap met weinig details. Trek de schetslijnen over met houtlijm. Oefen het tekenen met lijm eerst op een kladblaadje! Laat de lijm goed drogen: de lijm is droog als de lijnen niet meer wit, maar doorzichtig zijn. 
Kleur de tekening in met pastelkrijtjes. Gebruik kleuren door elkaar, je kunt ze namelijk goed mengen door er met je vinger overheen te vegen. Maak hier veelvuldig gebruik van! 
Als de tekening klaar is, spuit je hem in met haarlak om het krijt te fixeren.

zaterdag 1 augustus 2009

Landenvaantje


Benodigdheden
  1. wit A4 tekenpapier
  2. viltstiften
  3. zwarte fineliner
Elk land heeft zo zijn eigen specifieke dingen: volkslied, vlag, taal, iets eetbaars, een bepaald gebouw, een evenement. Waaraan denk je bv. als je aan Nederland denkt? Natuurlijk zullen de nodige stereotypen naar boven komen, zoals klompen - waar we in Nederland al lang niet meer op lopen! Toch is de klomp nog steeds specifiek voor Nederland.
Bespreek met de leerlingen ook enkele andere landen en welke dingen je daarbij zou kunnen tekenen.

In deze les maken de leerlingen een vaantje, een klein vlaggetje, dat kinderen zullen kennen van sportclubs. Hierin moeten vier kenmerkende dingen van een land te herkennen zijn, zodat een ander direct weet bij welk land het vaantje hoort.
Leerlingen bedenken zelf welk land ze kiezen. In de tafelgroepjes helpen ze elkaar met het bedenken van de vier kenmerken voor hun land.
Vaantjes zijn er in verschillende vormen. Laat een aantal vormen via het digibord zien. Als je wilt dat de vaantjes ook echt aan een touwtje worden opgehangen, moet de bovenkant recht zijn. Het vaantje moet symmetrisch zijn. 
Om lelijke vouwen in het werk te vermijden, is het beter dat de leerlingen hun vel eerst met dunne lijntjes in vieren verdelen. Daarna tekenen ze pas het vaantje. Denk aan de symmetrie! 
Vul de vier vakken met tekeningen en kleur in met viltstift.