Posts tonen met het label beeldaspect: ruimte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beeldaspect: ruimte. Alle posts tonen

zondag 22 maart 2026

Hey jij, wat zit er in jouw ei?

Wat heb je nodig?
  • wit tekenpapier A5
  • houtskool
  • geel papier 
  • haarlak
Verrassing!
Stel je voor dat je op Eerste Paasdag je eitje open tikt, en er blijkt iets heel anders in te zitten dan eiwit en eigeel.... Teken deze fantasie met houtskool op een wit blaadje.

Oefenen
Nooit met houtskool gewerkt? Oefen dan eerst op een kladje. Maak strepen, vervaag ze door met je vingers te vegen, maak schaduwen, gum de houtskol weg met kneedgum. Houtskool vlekt snel, dus maak je vingers regelmatig schoon met een nat doekje.

Wat moet je doen?
  1. Teken twee helften van een ei.
  2. Teken daartussen wat er volgens jouw fantasie in het ei zit.
  3. Teken de omgeving.
  4. Fixeer je tekening met haarlak.
  5. Plak het werk op een gele achtergrond.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 5.

vrijdag 20 maart 2026

Knappe kippen

Wat heb je nodig?
  • blauw papier A4
  • oliepastels
  • geel papier A4
  • lijm
Wat moet je doen?
  1. Teken op blauw papier een kip volgens de aanwijzingen op How to draw a chicken
  2. Maak er een knappe kip van door hem naar eigen fantasie in te kleuren met oliepastels. Meng de kleuren voor mooie overgangen. 
  3. Teken een horizonlijn en kleur de grond. 
  4. Teken iets op de horizonlijn om diepte te creëren, bv. een hekje of huis.  
  5. Scheur de randen van het blauwe vel weg en plak de knappe kip op een geel vel. Teken eventueel eieren rondom de kip.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7/8

zaterdag 7 februari 2026

Sporter in beweging

Wat heb je nodig?

  • afbeelding silhouet van een sporter
  • gekleurd papier A4 
  • wit tekenpapier  A4
  • paperclips
  • schaar
  • snijmat en snijmesje
  • lijm
  • viltstift
Wat moet je doen?
1. Zoek een silhouet van een sporter in beweging en print uit.  
2. Leg drie kleuren papier op elkaar en daarop de print van de sporter. Maak de vier vellen aan elkaar vast met paperclips. 
3. Knip de sporter uit. Verplaats daarbij steeds de paperclips zodat de vier vellen goed op elkaar blijven. Gebruik een snijmesje voor stukjes waar je met de schaar niet bij kunt. 

4. Maak een compositie die beweging suggereert en plak de sporters op wit papier. 
5. Vul de achtergrond met patronen in viltstift.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8.

donderdag 5 februari 2026

Olympische sporters

Wat heb je nodig?
  1. per groep een vel A1 tekenpapier A1
  2. ronde vouwkartons of knutselpapier in Olympische kleuren
  3. passer
  4. scharen en lijm
  5. kopie sportfiguur
Vooraf
Begin de les met het symbool van de Olympische Spelen: de gekleurde ringen. Welke kleuren hebben ze? Wat is de betekenis van de ringen? Hoe zijn ze door elkaar gevlochten?
Vraag enkele kinderen de houding van een sporter aan te nemen, bv. een schaatser of skiër. Bekijk en bespreek de houding: hoe is de stand van de benen, armen en lichaam? Wijzig de houding en kijk opnieuw goed.

Wat moet je doen?
  1. Je werkt in een groep van 5 leerlingen. Pak een groot tekenvel, vouwkartons in de kleuren van de ringen en 5 kopieën van de sportfiguur. 
  2. Overleg hoe groot jullie ringen worden en wie welke kleur heeft. Teken met de passer een ring en knip uit. 
  3. Knip de ring op één plek door. 
  4. Bespreek hoe de ringen moeten liggen: wat is de goede volgorde? Welke komt naar voren en welke erachter?  Zorg dat de knip onder een andere ring terechtkomt, zodat je die niet ziet. Plak de ringen nog niet vast!  
  5. Knip de onderdelen van de sportfiguur uit. 
  6. Ieder legt de losse onderdelen rond/achter/voor/door zijn eigen ring in de vorm van een sporter. 
  7. Plak tot slot alle onderdelen vast. 
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8. 
De les is oorspronkelijk op dit blog gepubliceerd in 2010.  

zaterdag 17 januari 2026

Winterbomen doorkijkje

Wat heb je nodig? 
  • Engels karton 15 bij 20 cm in drie kleuren
  • liniaal
  • potlood
  • stanleymes
  • snijmat
  • dubbelzijdig foamtape
Wat moet je doen? 
  1. Teken op elk karton een rechthoek op 2 cm van de buitenkanten. 
  2. Teken in elke rechthoek een winterboom. Laat de drie boomstammen iets verspringen ten opzichte van elkaar. Zorg dat de takken aan de linker-, boven- of rechterkant het frame raken.  
  3. Snijd de delen tussen de takken en naast de stam weg. 
  4. Plak de drie ramen aan elkaar met dubbelzijdige foamtape: de lichtste kleur vooraan, de donkerste achteraan.
  5. Maak een haakje of touwtje aan je werk en hang het voor een raam. 
Beeldaspecten: ruimte, vorm, kleur. 
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8.

woensdag 14 januari 2026

Het beste nest

Het beste nest voor vogels in de winter is een kleurrijk vogelhuisje dat  beschermt tegen sneeuw en kou.

Wat heb je nodig? 
  • tekenpapier
  • oliepastel
  • vloeibare waterverf
  • kwasten
  • 3D tape
  • geprinte vogel *
Wat moet je doen? 
  1. Teken een vogelhuisje op een stok.
  2. Misschien hangt er ook een vetbol of pindaslinger aan het huisje.
  3. Kleur in met oliepastel. 
  4. Teken met witte oliepastel sneeuwvlokken en een laagje sneeuw op het huisje.
  5. Schilder de achtergrond met vloeibare waterverf. Laat een rand van een cm rondom wit voor een extra winterse look. 
  6. Teken een vogeltje op een ander stuk papier en kleur in of * kleur de geprinte vogel in. 
  7. Plak de vogel bij het huisje met 3D tape zodat hij iets naar voren komt. 
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 3.
Beeldaspecten: ruimte, kleur, vorm 

maandag 5 januari 2026

Sneeuwmannen in het bos

Vooraf:
Maak een landschap met textuur van gescheurde stukken papier. Oefen voorafgaand aan deze les hoe je het best papier kunt scheuren. 
In deze les maakt elke leerling zijn eigen kunstwerk, maar je kunt deze opdracht ook als groepsopdracht laten doen.
De bomen worden gescheurd uit beschilderd papier. Voor lagere groepen kun je groen papier gebruiken; sla stap 1 en 2 dan over. 
 
Wat heb je nodig?
  • grijs knutselpapier A4
  • wit stencilpapier A4
  • wit tekenpapier A4
  • restje zwart papier
  • plakkaatverf
  • kwast
  • pot water
  • viltstiften
  • lijm
Wat moet je doen?
  1. Verf een vel tekenpapier groen. Gebruik waterige verf en meng diverse kleuren, zodat het niet een egaal groen geheel wordt. 
  2. Leg dit vel te drogen.
  3. Scheur enkele bergen van wit stencilpapier. Leg deze overlappend op het gekleurde knutselpapier. Gebruik de rechte kanten voor de onderkant. Stukjes die over de rand komen, kun je later wegknippen. 
  4. Scheur een paar sneeuwpoppen uit wit stencilpapier. 
  5. Scheur uit zwart papier hoeden voor de sneeuwpoppen. 
  6. Scheur een paar wolken uit het witte stencilpapier. 
  7. Teken op de achterkant van het groene vel een paar dennen in verschillende groottes en scheur ze uit.
  8. Leg de dennen op het vel met de bergen: de grootste vooraan en de kleinere naar achter om diepte te creëren. 
  9. Plaats de sneeuwmannen tussen of deels achter de bergen. 
  10. Tevreden? Plak dan alles vast. 
  11. Knip uitstekende stukjes papier aan de zijkanten weg. 
  12. Teken met viltstift knopen en een neus op de sneeuwmannen.

Beeldaspecten: textuur, ruimte, vorm, nuance. 
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8 (bovenaan de pagina) en groep 4 (de andere). 

zondag 4 januari 2026

Sneeuwmannen op een kluitje

Wat heb je nodig?
  • blauw papier A4
  • potlood
  • oliepastelkrijtjes
Wat moet je doen?
  1. Teken met potlood op het blauwe vel drie
    sneeuwmannen die dicht bij elkaar staan. Zorg voor overlap. 
  2. Teken bij elke sneeuwman een sjaal.
  3. Kleur in met oliepastel; begin met wit. 
  4. Breng schaduwen aan met lichtgrijze oliepastel. 
  5. Omlijn de sneeuwmannen en sjaals met zwart.
  6. Teken sneeuwvlokken op de achtergrond.
Beeldaspecten: ruimte, kleur.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 6.

vrijdag 2 januari 2026

Sneeuwpop close-ups


Wat heb je nodig?

  1. grijs papier 15 bij 15 cm
  2. oliepastels
  3. gekleurd karton voor achtergrond
  4. schaar
  5. lijm
Wat moet je doen?
  1. Teken drie keer het gezicht (of een deel ervan) van een sneeuwpop vanuit verschillende gezichtspunten: van bovenaf, frontaal, van onderaf, profiel, ondersteboven enz.
  2. Kleur in met oliepastels en omlijn met zwart. Natuurlijk komen de gekozen kleuren in alle tekeningen terug, het is immers steeds dezelfde sneeuwman!
  3. Plak de tekeningen op gekleurd karton.
groep 8

groep 5

Beeldaspecten: kleur, lijn, ruimte.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 5 en 8. 

donderdag 1 januari 2026

De winter uit mijn raam

Wat heb je nodig?
  • stroken bruin papier van 2 cm breed
  • lichtblauw tekenpapier
  • plakkaatverf
  • kwasten
  • oliepastelkrijtjes
Wat moet je doen? 
  1. Teken een horizonlijn op het papier. 
  2. Teken met oliepastels een winterboom en kleur deze in. 
  3. Teken een weglopend hekje dat naar achteren toe steeds kleiner wordt.
  4. Schilder met witte plakkaatverf sneeuw op de grond; meng er wat zwart door voor vegen in de sneeuw.
  5. Schilder sneeuw op de takken en het hekje. 
  6. Plak de bruine stroken op de tekening in de vorm van een raamkozijn.
Beeldaspecten: ruimte (perspectief, overlapping).
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7. 

dinsdag 30 december 2025

Flitsend vuurwerk

Wat heb je nodig?
  • zwart papier A-4
  • witte en gekleurde plakkaatverf
  • spatraam + oude tandenborstel
  • OF een theelepel + oude tandenborstel
  • schotel
  • foto van skyline of bekend bouwwerk
  • schaar
  • rietje
Vooraf
Spatten kan met een spatraam en een tandenborstel. Je moet het eerst even oefenen op een kladje.
Met spatraam: doop de tandenborstel in verdunde plakkaatverf en wrijf daarmee stevig over het spatraam. Niet te dicht bij het papier, anders worden de spatten te groot. 
Met theelepel: houd de theelepel in je schrijfhand en de tandenborstel in de andere. Doop de borstel in verdunde plakkaatverf en schraap met de lepel over de tandenborstel. Belangrijk: schraap naar jezelf toe! Hierdoor schieten de borstelhaartjes terug waarbij ze spatjes verf loslaten. 

Wat moet je doen?
  1. Kies een plaatje van een herkenbaar bouwwerk of een skyline. 
  2. Print en knip uit. 
  3. Leg de afbeelding op zwart papier. 
  4. Verdun witte plakkaatverf met water zodat het vloeibaarder wordt. 
  5. Spat rondom de afbeelding. Vlakbij de afbeelding spat je dichter, verder weg  dunner.
  6. Haal de afbeelding weg. Je ziet nu het silhouet van je bouwwerk of skyline. Laat dit drogen.
  7. Leg de foto terug op de plek waar hij lag. 
  8. Meng gekleurde verf met water om het dunner te maken. 
  9. Laat met een kwast een druppel verf op je werk vallen.
  10. Blaas met een rietje tegen de druppel zodat de verf zich verspreidt. Doe dit net zo vaak als je mooi vindt. Pas op, er mag geen gekleurde verf op het silhouet komen. 
Beeldaspecten: nuance, ruimte (negatieve voorstelling), kleur
Technieken: knippen, spatten, verf blazen.

woensdag 24 december 2025

Winterboom in warme en koude kleuren

 Wat heb je nodig?

  • tekenpapier 
  • wasco
  • waterverf
  • zwarte plakkaatverf
  • kwast en penseel
  • pot water
Wat moet je doen?
  1. Teken met wasco een horizonlijn. 
  2. Teken dan vanaf de onderkant een boomstam. 
  3. Teken takken aan de boom; zorg dat ze de zijkant of bovenkant van het tekenvel raken en elkaar overlappen. 
  4. Teken een patroon in het landschap onder de horizonlijn. 
  5. Verf de lucht blauw met waterverf. 
  6. Verf de vlakken tussen de takken in warme of koude kleuren. 
  7. Verf de vlakken in het landschap: warm als je eerst koud koos, koud als je eerst warm koos. 
  8. Laat drogen. 
  9. Verf de takken en de stam zwart met plakkaatverf. 
Beeldaspecten: kleur, ruimte, vorm. 
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 6

zondag 14 december 2025

Vuurkorf of lantaarn

 Wat heb je nodig?

  • tekenpapier A4
  • vloeibare waterverf
  • oliepastels
  • zwart papier
  • schaar en lijm 

 Wat moet je doen?
  1. Teken een houtvuurtje of een kaars/kaarsen.
  2. Kleur in met oliepastel.
  3. Kleur het hele vel met vloeibare waterverf. 
  4. Knip stroken van zwart papier.
  5. Plak er een vuurkorf of lantaarn van. 
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 6.
Beeldaspecten: kleur, ruimte.

zaterdag 6 december 2025

Kerstbomenbos

Wat heb je nodig?
  • tekenpapier A4
  • meerdere kleurmaterialen, bv. wasco, oliepastel, waterverf, kleurpotlood, viltstift
  • geprint muziekpapier
  • lichtblauw pastelkrijt
  • zwarte markeerstift
  • schaar + lijm
  • groen papier voor achtergrond
Vooraf
Verdeel de kleurmaterialen over de tafelgroepjes: een plek met verf (plakkaat- + waterverf), een plek met krijt (wasco + oliepastel) en een plek met kleurpotlood en viltstift. Om te kleuren gaan leerlingen zitten waar het materiaal van hun keuze ligt. 

Wat moet je doen?
  1. Teken drie overlappende driehoeken. 
  2. Kleur in met verschillende materialen en patronen. Je mag alleen groen gebruiken!  
  3. Omlijn bomen en patronen met zwarte markeerstift. 
  4. Knip de bomen uit, inclusief de zwarte omlijning! 
  5. Scheur een vel met bladmuziek in stukken en plak die op een wit vel. 
  6. Kleur de achtergrond lichtblauw met pastelkrijt. 
  7. Plak de bomen op het blauwe vel.
  8. Plak je kunstwerk op een groene achtergrond.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 5 en 7. 
Beeldaspecten: kleur, lijn (patroon), nuance. 

vrijdag 5 december 2025

Kerstbomenbos in de sneeuw

Wat heb je nodig?
  • groot vel tekenpapier
  • vloeibare waterverf (of ecoline) in groen en rood 
  • oliepastel krijtjes
  • kwasten
Wat moet je doen?
  1. Teken een golvende lijn onderaan het vel: de grond. 
  2. Teken meerdere kerstbomen. Een simpele driehoek is goed. Niet alle bomen naast elkaar, maar voor en achter elkaar. 
  3. Versier de bomen met ballen en slingers.
  4. Teken cadeautjes onder de bomen. 
  5. Kleur in met oliepastel. 
  6. Teken witte sneeuwvlokken op het papier.
  7. Verf eroverheen met vloeibare waterverf, maar laat de grond wit. De bomen en sneeuwvlokken worden weer zichtbaar omdat het krijt de waterverf afstoot.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 3.
Beeldaspecten: ruimte (overlapping), kleur, vorm. 

donderdag 6 november 2025

Broodjes bouwen

Benodigdheden:
  1. fotokarton A3 verticaal gehalveerd
  2. ribkarton
  3. restjes gekleurd papier
  4. crepepapier
  5. tijdschriften
  6. viltstiften
  7. draadjes
  8. lapjes stof
  9. droge etenswaren als macaroni, rijst, bonen, zaden
  10. perforator
  11. schaar en lijm
Dit is een mooie les om uit te leggen wat textuur is.
Bespreek vooraf wat er allemaal op een broodje kan en hoe je dat kunt maken van de materialen die je hebt. Voorbeelden: geel papier met gaatjes wordt kaas, rode draad is ketchup, een opgerold stukje roze stof is worst enz. Het is de bedoeling dat het een gedeeltelijk 3D werkstuk wordt. Niet alles plat opplakken, maar ruimtelijk en dus deels over elkaar heen. 
Wat moet je doen? 
  1. Plak met restjes stof of papier een tafelkleed onderaan het vel karton. 
  2. Knip uit gekleurd papier een bord en plak dit op het tafelkleed.
  3. Knip van ribkarton de onderkant van een broodje en plak dit op het bord. 
  4. Vul je broodje met allerlei etenswaren tot je bijna bovenaan het karton bent. 
  5. Plak bovenaan weer een half broodje van ribkarton.
Werkstukken van leerlingen uit groep 6, 7 en 8.
Beeldaspect: ruimte.

zondag 26 oktober 2025

Gespiegelde pompoenen

Wat heb je nodig?
  1. zwart knutselpapier A4 
  2. oranje knutselpaper half A4
  3. liniaal
  4. potlood
  5. schaar en lijm
  6. snijmesje en snijmat

Wat moet je doen?
  1. Verdeel het zwarte vel met potlood en liniaal in 4 rechthoeken. 
  2. Verdeel elke rechthoek verticaal in tweeën; je hebt nu 8 vakken. 
  3. Verdeel het oranje vel in 4 rechthoeken en knip ze uit. Hieruit knip je straks de 4 halve pompoenen.
  4. Teken tegen de lange kant van een oranje velletje de helft van een pompoen. Teken hierin een oog, halve mond en halve neus. 
  5. Knipt de pompoen uit; zorg dat de rest van het papier heel blijft.
  6. Snijd oog, mond en neus uit. 
  7. Plak deze halve pompoen tegen de middellijn van een zwarte rechthoek. 
  8. Plak het restant van de uitgeknipte pompoen aan de andere kant van de zwarte rechthoek; ook oog, neus en mond. 
  9. Herhaal dit drie keer, zodat je vier pompoenen hebt. Zorg dat er geen twee zwarte of twee oranje achtergronden tegen elkaar liggen. Zie voorbeeld. 
Beeldaspecten: ruimte (positief en negatief), kleur