Posts tonen met het label pastelkrijt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pastelkrijt. Alle posts tonen

dinsdag 28 oktober 2025

Lelijke heksen

Benodigdheden:
  1. houtskool
  2. pastelkrijt
  3. wit tekenpapier A4
  4. zwart papier voor achtergrond
  5. haarlak
Vooraf
Waaraan herken je een heks? Welke voorwerpen of dieren associeer je met een heks? Hoe ziet een boze heks eruit? Denk aan gezichtskenmerken als mond, ogen en wenkbrauwen.
Laat leerlingen eerst op een kladje oefenen met houtskool. Leg uit hoe je  kleurverschillen maakt en hoe je met je vingers of een papieren doekje vlakken en lijnen kunt uitvegen. Met kneedgum kun je fouten verwijderen. 
Wat moet je doen?
  1. Teken met houtskool het gezicht plus de hoed van een heks.
  2. Kleur het gezicht in met pastelkrijt in een koude kleur. 
  3. Teken daarna met houtskool ogen, neus en mond in het gezicht. 
  4. Teken de schouders met een deel van de jurk. 
  5. Kleur de hoed zwart. 
  6. Teken rondom dingen die te maken hebben met heksen/Halloween. 
  7. Fixeer het werk met haarlak. 
Beeldaspecten: kleur, nuance.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 7. 

zondag 4 mei 2025

Pracht aan de gracht (in groep 8)

Wat heb je nodig? 
  • tekenpapier op A4 formaat
  • potlood
  • liniaal
  • Oost-Indische inkt
  • kroontjespen
  • pastelkrijt
Vooraf
Bekijk grachtenpanden en bespreek de diverse gevels: trap-. hals-, klok- en tuitgevel. Bespreek de details: verdeling in etages, plaatsing van de ramen, symmetrie, trapjes, jaartal etc. 
Wat moet je doen? 
  1. Trek met potlood en liniaal een lijn op 5 cm van de onderkant van het tekenvel.  
  2. Schets de huizen met potlood. Geef aan waar de ramen en deur komen, maar laat de details achterwege. 
  3. Trek de lijnen over met Oost-Indische inkt en teken tegelijkertijd de details. Teken bootjes in de gracht. 
  4. Kleur de tekening in met pastelkrijt. 
door leerlingen van groep 8

Beeldaspecten: kleur, lijn, vorm, nuance. 
Technieken: tekenen met Oost-Indische inkt. 
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 8.

zondag 2 februari 2025

Wat heb jij op je hart?

Een les over spreekwoorden en uitdrukkingen met het woord 'hart', te gebruiken rond Valentijnsdag. Of bekijk een van de andere lessen die je kunt doen rond 14 februari.

een hart van goud 

 Wat heb je nodig?

  • tekenpapier A6
  • potlood
  • zwarte fineliner
  • rode viltstift
  • kleurpotloden, stiften of krijt
uit het oog, uit het hart

Wat moet je doen?
  1. Bedenk een spreekwoord met het woord 'hart'. 
  2. Maak hiervan een tekening in de stijl van de kaarten van Quizlet.
  3. Laat het figuurtje wit. Kleur het hart met viltstift rood.  
  4. Omlijn alles met een zwarte fineliner.
  5. Teken op 1 cm vanaf de rand een vak rond de tekening.
  6. Kleur het vak in met materiaal naar keuze. 
uit het zicht, uit het hart 

je hart vasthouden

Beeldaspecten: kleur, lijn, vorm.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7. 

woensdag 25 september 2024

Pompoenen in het maanlicht

Benodigdheden:
  1. zwart tekenpapier A4 formaat
  2. pastelkrijt of bordkrijt
  3. pompoenen of afbeeldingen van pompoenen
  4. spuitbus met haarlak
  5. papieren handdoekjes
  6. gekleurd papier 
Pompoenen werden duizenden jaren voor Christus al verbouwd in Midden- en Zuid-Amerika. In Europa is de pompoen pas sinds de 16e eeuw bekend. In Mexico en het zuidoosten van de VS worden pompoenen gegeten in traditionele gerechten. In Nederland worden pompoenen ook steeds meer gegeten. 
We kennen de pompoen ook als decoratiemiddel. Vanaf september liggen de tuincentra er vol mee. Rond Halloween worden pompoenen gebruikt om er lampions van te snijden. 

Bekijk enkele meegebrachte pompoenen of foto's ervan en bespreek de verschillende vormen, de grootte, kleuren en de inzet van de steel. De lange stelen met de bladeren zullen er niet meer aanzitten, laat deze zien a.d.h.v. foto's. 
Wat moet je doen?
  1. Teken twee of meer pompoenen op zwart papier en zorg ervoor dat een van de pompoenen een ander overlapt. 
  2. Kleur in met pastelkrijt (zet je vieze vingers niet op het tekenvel!). Mix de kleuren om ze te verdiepen en lichtval (maanlicht!) aan te geven. 
  3. Klaar? Fixeer met haarlak en plak je werk op een passende achtergrond.

Alle kunstwerken gemaakt door leerlingen groep 8.
Beeldaspecten: ruimte (overlapping), kleur, nuance. 


vrijdag 13 september 2024

Zonnebloem met verschillende materialen


Benodigdheden:
  1. zonnebloemen of foto's daarvan
  2. wit tekenpapier A1 formaat, gesneden in stroken van 30 bij 65 cm
  3. vijf verschillende materialen, bv. kleurpotlood, stiften, plakkaatverf, waterverf, oliepastels, aquarelpotloden, ecoline, wasco etc.
  4. kwasten
  5. potlood, liniaal
  6. gekleurd papier
  7. schaar
Bekijk hoe zonnebloemen eruit zien. Hoe dik is de steel, hoe ziet het blad eruit, hoe zijn de bloemblaadjes verdeeld, welke kleuren zie je in het hart van de bloem enz.
Verdeel het vel papier met dunne schetslijntjes in vijf vakken van 13 cm hoog. Maak een tekening van enkele zonnebloemen. Zorg ervoor dat de bloemen zelf getekend worden op de scheidingslijnen van de vakken, zodat je straks goed de verschillende kleurmaterialen kunt zien. Zorg er voor dat in elk vak minstens een halve zonnebloem of een blad getekend is.

Kies vijf verschillende kleurmaterialen. Gebruik in elk vak een ander materiaal. Let goed op de scheidingslijnen. Bedenk zelf de volgorde van de materialen, bv. van felle kleuren (stiften) naar steeds minder fel (aquarelpotlood). Wat is het verschil tussen de materialen? Wat zie je en wat voel je? (textuur)

Plak het werk op een gekleurde ondergrond. Of: snijd de vijf vakken los van elkaar en plak ze met wat tussenruimte op een gekleurde ondergrond.

Door leerlingen van groep 7

Beeldaspecten: kleur, textuur, nuance. 

zondag 3 maart 2024

Drie lentebloemen, drie materialen

 

Wat heb je nodig?
  • drie stukjes wit tekenpapier 10 bij 10 cm
  • gekleurde vouwblaadjes 12 bij 12 cm
  • gekleurd fotokarton14 bij 38 cm
  • verschillende kleurmaterialen, bv. wasco, oliepastel, pastelkrijt, viltstift, waterverf, kleurpotlood, plakkaatverf
  • tulpen, narcissen, blauw druifjes of afbeeldingen hiervan
  • lijm
Wat moet je doen? 
  1. Schets met potlood 3 verschillende lentebloemen op de 3 tekenvelletjes: blauw druifje, tulp en narcis. 
  2. Kleur in met 3 verschillende materialen: wasco, oliepastel, pastelkrijt, viltstift, waterverf, kleurpotlood. Kies zelf welk materiaal je bij welke bloem kiest. Of: combineer je materialen binnen de tekening! 
  3. Omlijn de bloemen eventueel met een zwarte fineliner. 
  4. Plak de tekeningen elk op een gekleurd vouwblaadje en vervolgens op gekleurd karton.


Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 5 en 8.
Beeldaspecten: nuance, kleur. 

woensdag 29 november 2023

December skyline

Wat heb je nodig?
  1. zwart papier 20 bij 20 cm
  2. wit papier
  3. pastelkrijt
  4. wit en geel kleurpotlood
  5. schaar
  6. gekleurd papier
Wat moet je doen?
  1. Teken op wit papier een skyline met grachtenhuisgevels. 
  2. Knip uit en kleur de randen van de huizen met pastelkrijt. 
  3. Leg dit vel op zwart papier. Veeg het krijt naar boven, zodat er er een skyline ontstaat. 
  4. Keer het witte vel om en herhaal het proces om een tweede rij huizen te maken. Ruil je skyline met de buren als je twee verschillende dakenrijen wilt.
  5. Teken met geel/wit pastelkrijt een maan en veeg deze ook uit. 
  6. Teken ramen met geel en/of wit kleurpotlood. 
  7. Plak het zwarte vel op een gele of rode ondergrond voor een echte Sinterklaassfeer, of kies rood of groen in de Kersttijd. 

zaterdag 14 oktober 2023

Eén pompoen, vier materialen

Benodigdheden:

  1. wit tekenpapier
  2. oliepastelkrijtjes
  3. pastelkrijtjes
  4. kleurpotlood
  5. waterverf
Vouw het tekenpapier in vieren. 
Teken in elk vak een pompoen. Kleur in met de vier verschillende  materialen. Accentueer dieperliggende delen door donkerder in te kleuren. 

Beeldaspecten: kleur, nuance. 

zondag 4 september 2022

Robots rule!

Benodigdheden:

  1. tekenpapier A3 formaat
  2. potlood
  3. viltstiften
  4. waterverf
  5. penseel 
  6. pot water
  7. pastelkrijt 


Teken met potlood een robot. Trek alle potloodlijnen over met zwarte stift (geen watervaste). Kleur de tekening in met viltstift, maar niet de delen die je grijs wilt hebben. 
Verf het 'lichaam' van de robot met waterverf. 
Laat het werk drogen en kleur de achtergrond met softpastelkrijt. 

door leerlingen van groep 5

Beeldaspecten: kleur, lijn.

vrijdag 7 mei 2021

Tropische vogels in krijt


Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier A4 formaat
  2. zwarte oliepastelkrijtjes
  3. pastelkrijtjes
  4. fixeer of haarlak 
Bekijk foto's van tropische vogels en bespreek wat opvalt. 
Leg uit hoe je met pastelkrijtjes werkt: kleurnuances maken d.m.v. vegen; lichte en donkere accenten aanbrengen met zwart of wit krijt en dit weer uitvegen.
Teken met zwarte oliepastel op zwart papier een vogel op een tak. Kleur in met softpastels en fixeer het werk. Plak of niet het op een gekleurde achtergrond. 

         door leerlingen van groep 8

Beeldaspecten: lijn, kleur, nuance. 

 

donderdag 29 oktober 2020

Mondriaan in pastelkrijt


Benodigdheden:
  1. zwart A4 knutselpapier
  2. potlood
  3. liniaal
  4. pastelkrijt
  5. fixeer
  6. houtlijm
Bespreek werk van Mondriaan en kunststroming De Stijl

Leerlingen tekenen met potlood en liniaal vierkanten en rechthoeken op een zwart vel. Goed uitmeten (geef eventueel een extra les meten en werken met de liniaal!), want er mag geen enkele lijn scheef staan. 

Trek de lijnen over met houtlijm en laat dit drogen. De lijm wordt hard en doorzichtig en blijft op het papier liggen. 

De lijmlijnen vormen mooie scheidslijnen voor het pastelkrijt. Kleur de vlakken in met primaire kleuren en wit en zwart. In plaats van zwart pastelkrijt kun je ook enkele vlakken openlaten. Zorg ervoor dat je geen twee vlakken in dezelfde kleur naast elkaar krijgt. 

Fixeer het werk met haarlak of fixeerspray. 

Beeldaspecten: vorm, kleur, lijn.

woensdag 29 november 2017

Zie de maan schijnt ...


Wat heb je nodig?
  1. wit tekenpapier
  2. houtskool
  3. wit bordkrijt
  4. Oost-Indische inkt
  5. penselen
Wat moet je doen?
  1. Trek op het midden van het tekenpapier een schoteltje om of teken een cirkel met een passer.
  2. Kleur de cirkel in met geel pastelkrijt.
  3. Kleur de rest van het vel grijs met houtskool. Breng nuances aan in de kleur: rondom de maan is het lichter dan verder weg.
  4. Teken een boomtak voor de maan. 
  5. Kleur deze in met Oost-Indische inkt.

woensdag 30 november 2016

Heuvellandschap in krijt

Door leerlingen van groep 7

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier
  2. zwarte oliepastels
  3. pastelkrijt
  4. haarlak
Laat op het digibord foto's zien van verschillende heuvellandschappen. Bespreek wat opvalt: licht/schaduw, diepte, overlapping, kleuren, spits/glooiend. 

Leerlingen schetsen met potlood een eenvoudig heuvellandschap op zwart papier. Bij de les 'Pieken en dalen' op deze website staat stap voor stap uitgelegd hoe je dit kunt doen. Geef hiervoor maximaal 5 minuten de tijd om te voorkomen dat de leerlingen allerlei details erbij gaan tekenen.  
Trek de potloodlijnen over met zwart oliepastel. Kleur de vlakken in met pastelkrijt. Meng kleurtjes en veeg met je vingers om strepen weg te werken. Zorg dat er verschil te zien is tussen de met licht beschenen delen van de heuvels en de delen die in de schaduw staan. 
Trek na het inkleuren de zwarte lijnen nog een keer over als dit nodig is. Fixeer het werk met haarlak. 

woensdag 3 september 2014

Een giraf kan niet dansen

Door Kahlen, groep 3

In het midden van het oerwoud 
was het eens per jaar groot bal,
dan kwamen alle dieren dansen
op het dier-dans-festival.

Behalve Gerard de giraf, hij struikelt al over zijn eigen poten als hij gewoon loopt. Gelukkig is er de krekel, die met zijn muziek bij Gerard de juiste snaar weet te raken. En wat blijkt? Een giraf kan wel dansen!

Deze les hoort bij het prentenboek 'Een giraf kan niet dansen' van Giles Andeae en Guy Parker-Rees.

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier
  2. pastelkrijt
  3. oliepastels
  4. schaar
  5. lijm
Vertel het verhaal over Gerard de Giraf. Bespreek hoe je een giraf herkent: lange nek, vlekken, kleuren. Hierna tekenen de kinderen een giraf die probeert te dansen. Inkleuren met oliepastel. 
Kleur op een tweede vel tekenpapier een achtergrond met pastelkrijt. Knip de giraf uit en plak hem op de achtergrond. 

Door leerlingen van groep 3 en 4

vrijdag 22 februari 2013

Olifanten op hoge poten, in de stijl van Salvador Dali

Door Fleur, groep 6
Benodigdheden:

  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. viltstiften (geen watervaste!)
  3. penselen
  4. pot met water
  5. pastelkrijt
  6. vilt
  7. lijm
Salvador Dalí Salvador Dalí (Figueres, Spanje,1904 – 1989) was een veelzijdig kunstenaar. In zijn jonge jaren was Dalí geïnteresseerd in kunstschilders als El Greco, Michelangelo en Diego Velázquez. Hij richtte zijn aandacht in die tijd op het impressionisme en het kubisme. Dalí studeerde in Madrid van 1921 tot 1924. In 1929 ging hij naar Parijs. Daar leerde hij Pablo Picasso en André Breton kennen en sloot hij zich aan bij het surrealisme.

Door Neil, groep 6

Vroege periode (1917-1927)
In deze periode maakte Dalí vooral schilderijen van het landschap in de omgeving van Figueres. Deze werken tonen zijn verwantschap met het impressionisme en kubisme.

Overgangsperiode (1927-1928)
Deze periode wordt gekenmerkt door experimenteren. Hij gebruikt verschillende texturen, gemaakt met verfkunstharsen, grof zand, stenen, kurk en grind.

Surrealistische periode (1929-1940)
De surrealisten hadden niet voldoende aan logica alleen. Zij richtten zich op dromen en het onderbewuste. Dalí verkende zijn eigen angsten en fantasieën en legde ze door symbolische beelden op doek vast in een superrealistische, bijna fotografische stijl. Hij noemde zijn schilderijen ‘handgeschilderde droomfoto’s’.

Klassieke periode (1941-1989)
In 1941 stopte Dalí met de surrealistische stijl. Hij raakte gefascineerd door religie en moderne wetenschap en haalde zijn inspiratie uit de klassieke en renaissancistische kunst.

Aan het werk
Laat enkele surrealistische werken van Dali zien. De werken zorgen voor verbazing, verrassing of soms een schok. Leg het verschil uit tussen realisme (de werkelijkheid geschilderd op doek, alsof het een foto is) en surrealisme - realisme met vreemde elementen.
Bekijk het werk 'De olifanten'. Bespreek de surrealistische kenmerken: de olifanten zelf zien er realistisch uit, maar ze hebben veel te hoge poten. Op hun rug staan huisjes.

De leerlingen tekenen aan bovenaan het blad een olifant. Ik had per groepje foto's en tekeningen van olifanten neergelegd zodat ze die konden natekenen. Zet de olifant op hoge poten en zorg dat er in een van de poten een knik zit. Trek de tekening om met een donker gekleurde niet watervaste viltstift. Verf de olifant met water; doe het zo dat je met je penseel langs de omlijning trekt, zodat de inkt zich mengt met het water.


Laat het werk drogen. Teken een horizonlijn. Teken een zon op de horizon. Vul de achtergrond met pastelkrijtjes en veeg de kleuren door elkaar. Teken de schaduwen van de poten met zwart pastelkrijt. In deze tekeningen staan de schaduwen de verkeerde kant op, nl. naar de zon toe. Surrealistisch!
Knip uit vilt een kleedje en plak die op de olifant.

Door leerlingen van groep 6

woensdag 5 december 2012

Drieluik in de stijl van Hans Innemee


Door Mike, groep 6

Benodigdheden:
  1. drie vellen gekleurd tekenpapier van 12 bij 12 cm
  2. potlood
  3. pastelkrijt of bordkrijt
  4. haarlak
  5. wit papier voor achtergrond
  6. lijm
Hans Innemee (1951) is een Nederlands kunstenaar. Hij  studeerde grafische technieken en werkte geruime tijd als tekenleraar.
Innemees werkt volgens de techniek van het monotypen. Een dun vel papier wordt op een met verf of inkt ingerolde glasplaat gelegd en dan wordt op de achterkant getekend. Met een aantal van deze tekeningen maakt hij zijn kunstwerk: hij scheurt onderdelen uit de tekeningen en plakt ze op collageachtige wijze op zelfgemaakt papier samen tot een nieuw werk. Inkleuren gebeurt met oliepastels.

Bekijk werken van Hans Innemee met de klas. Ontdek samen dat het lijkt alsof er een verhaaltje in het werk zit. Vraag de leerlingen welk verhaaltje bij hen opkomt als ze de werken bekijken.



Bespreek de kenmerken van het werk van Innemee: 
  1. Tekeningen van dieren.
  2. Simpele vormen.
  3. Geen details. 
  4. Weinig kleuren.
  5. Zwarte omlijning. 
  6. Eenvoudige achtergrond. 
  7. Tekst/titel onder de tekening. 
De opdracht luidt: bedenk een verhaaltje dat je in drie stappen kunt vertellen. Teken dit op drie blaadjes en kleur het in met pastelkrijt. Werk in de stijl van Hans Innemee.

Plak de drie werkjes op een groter vel. Bespuit het met haarlak. Schrijf met potlood in zo weinig mogelijk woorden de tekst van het verhaaltje dat je had bedacht, onder de tekeningen. 

Door leerlingen van groep 6

Met dank aan Hans Innemee voor de toestemming zijn werk op dit blog te plaatsen en zijn lovende woorden voor het werk van mijn leerlingen! 

zaterdag 28 januari 2012

Heelal


Benodigdheden:
  1. zwart papier op A4 formaat
  2. pastelkrijt
  3. haarlak
Tijdens het project 'Ruimte' zijn deze tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7.
Voorafgaand een instructie over hoe je ervoor kunt zorgen dat je diepte ziet in de tekening. Dit bereik je door te zorgen voor overlapping - een planeet voor de andere. Bedenk voor je gaat kleuren goed waar het licht vandaan komt. Dit moet terug te zien zijn op de planeten. Komt het licht van linksboven, dan zijn de linkerbovenkanten van je planeten lichter van kleur (mix met wit) en de onderkanten rechts donkerder (mix met zwart).
Teken ook planeten die maar deels te zien zijn aan de rand van het vel. Hierdoor wordt de tekening spannender. Je wilt dan weten wat er nog meer te zien zou zijn (beeldaspect ruimte - afsnijding, overlapping, diepte).

Trek ronde voorwerpen van diverse grootte om of gebruik een passer. Kleur in met pastelkrijt. Let op de techniek bij dit krijt: kleuren, uitsmeren en mengen, tot je tevreden bent.
Fixeer het werk met haarlak.



door leerlingen van groep 7

Beeldaspecten: ruimte, kleur, vorm.

maandag 21 november 2011

IJsbeer bij poollicht

Door Silvan, groep 7

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier
  2. pastelkrijt
  3. wit structuurbehang
  4. schaar
  5. lijm
Het poollicht is een lichtverschijnsel dat 's winters op hoge geografische breedtes kan worden gezien. Poollicht wordt ook wel noorderlicht (aurora borealis) en zuiderlicht (aurora australis) genoemd. Het poollicht doet zich voor als een lichte gloed of als bewegende bogen, stralenbundels of gordijnen van licht en heel soms is het zelfs vlammend.
Op Youtube zijn prachtige filmpjes te vinden van poollicht (northern light). Bekijk deze met de klas en bespreek wat er te zien is. Welke kleuren zie je? Wat kun je zeggen over de vormen?

Op zwart papier trekken de leerlingen een horizonlijn iets onder het midden. Kleur hieronder de zee met pastelkrijt. Gebruik niet te veel krijt, zodat het goed kan worden uitgesmeerd. Gebruik meerdere kleuren door elkaar, om accenten in het water te maken.
Uit een strook zwart moeten bergen worden geknipt. Plak deze strook op de horizonlijn. Het teveel aan zeewater valt dan onder de bergen. Gebruik wit krijt voor sneeuwvlakken op de bergen. Teken boven de bergen het noorderlicht zoals te zien was in de filmpjes. Wrijf ook hier kleuren door elkaar.
Teken op de achterkant van het behangpapier een ijsbeer op een schots. Knip uit. Teken details van de beer met een zwarte fineliner. Plak de ijsschots met beer op het water.
Plak het werk op een felgekleurde achtergrond.

Door leerlingen van groep 7

donderdag 21 april 2011

Paaseipatronen

Door Sam, groep 5

Benodigdheden:
  1. kartonnen mal van een ei-vorm 10 cm hoog
  2. potlood
  3. wit tekenpapier
  4. verschillende kleurmaterialen, zoals stiften, kleurpotloden, wasco, pastelkrijt
  5. gekleurd papier 14 cm hoog, 20 cm breed 
  6. lijm
  7. schaar
  8. zwarte fijnschrijver
Welke soorten lijnen ken je? Teken met de leerlingen voorbeelden van verschillende lijnen op het bord:
  1. recht - horizontaal, verticaal, diagonaal,
  2. hoekig, waaronder zigzag
  3. gebogen
De leerlingen gaan vier paaseieren maken. Trek de mal om met potlood. Maak een ei met rechte lijnen, een ei met gebogen lijnen, een ei met hoekige lijnen en een ei naar keuze. Trek de lijnen over met een zwarte fijnschrijver. Kleur ze dan in met vier verschillende materialen: kleurpotlood, viltstift, wasco en pastelkrijt. Knip de eieren uit en plak ze op een gekleurde ondergrond.


Door leerlingen van groep 5

zondag 13 maart 2011

Onder de deken, in de stijl van Gustav Klimt

Door Debbie, groep 8
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. potlood
  3. viltstiften
  4. pastelkrijt
Gustav Klimt (Oostenrijk, 1862 – 1918) werd geboren in de buurt van Wenen. Hij volgde een kunstopleiding op de Weense Kunstgewerbeschule für Kunst und Industrie. Klimts werk bestaat uit schilderijen van veelal vrouwen, maar hij heeft ook muurschilderingen, tekeningen en collages gemaakt. Klimt is veel geroemd voor het gebruik van goud in zijn schilderijen. 
 Laat werk van Klimt zien, waaronder het schilderij 'Baby'. Bespreek de opvallende kenmerken bij het werk 'Baby': verschillende patronen in de deken, veel kleuren, de deken is belangrijker dan de baby, golvende lijnen om de plooien in de deken weer te geven.

De leerlingen krijgen een vel papier en tekenen hierop een baby die in zijn wieg onder een lappendeken ligt. De deken wordt verdeeld in glooiende vlakken, die allemaal anders worden ingekleurd. Gebruik hiervoor viltstiften. Met zwarte getekende streepjes aan de randen van de lapjes, wordt de lappendeken nog echter. Gebruik pastelkrijt voor een behangetje achter het bed.