Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

donderdag 26 maart 2026

Kleurige kippen


Wat heb je nodig?
  • tekenpapier A3
  • oliepastelkrijtjes
  • plakkaatverf
  • kwasten
  • gekleurd papier voor achtergrond
Wat moet je doen?
  1. Trek een horizonlijn op het tekenvel.
  2. Teken met potlood een kip.
  3. Kleur in met felle kleurtjes oliepastel. 
  4. Schilder de achtergrond met plakkaatverf.
Door leerlingen van groep 8. 

zondag 16 november 2025

Herfstbomen aan de waterkant


Wat heb je nodig?
  1. lichtblauw tekenpapier A4
  2. oliepastelkrijt
  3. plakkaatverf
  4. tamponneerkwasten
Wat moet je doen?
  1. Vouw het papier over de lengte doormidden. Boven de vouw is het land, onder de vouw het water. 
  2. Teken boven de vouw met oliepastels enkele bomen zonder blad in een graslandschap. 
  3. Kleur bomen, takken en gras in met oliepastels. 
  4. Teken bomen onder de vouw de opnieuw, maar kleur ze minder stevig in. 
  5. Maak bladeren aan de bomen op het land. Doe verschillende warme kleuren tegelijk aan de kwast, zodat het lijkt alsof de bladeren aan het verkleuren zijn. Meng de verf dus niet! 
  6. Vouw het vel dubbel en druk voorzichtig aan; niet wrijven! Je ziet een lichte afdruk van de bladeren: de weerspiegeling in het water. De takkenstructuur van de bomen op het land wordt weer zichtbaar, omdat een deel van de verf op de onderkant van het vel zit.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7.
Beeldaspecten: kleur, nuance. 

vrijdag 7 november 2025

Wijze uilen

Wat heb je nodig?
  1. wit tekenpapier A4
  2. zwarte viltstiften in verschillende diktes of Oost-Indische inkt
  3. gele ecoline of vloeibare waterverf
  4. penselen
  5. zwart papier
  6. foto's van uilen
Over de uil
Bespreek uiterlijke kenmerken van uilen aan de hand van foto's.
Uilen zijn nachtdieren. Ze slapen overdag en jagen 's nachts. Hun gezicht is rond en afgeplat. De ogen zijn groot, waardoor ze ook 's nachts goed op afstand kunnen zien. Ze kunnen hun kop 270 graden draaien en kunnen zo in alle richtingen kijken. 
Uilen hebben een haaksnavel en krachtige klauwen met veren erop. Twee klauwen zijn naar voor gericht en twee naar achter. De oren bestaan uit een opening, soms bedekt met een oordeksel. De oren moeten niet verward worden met de oorpluimen die bv. de ransuil heeft. Oorpluimen zijn  veren en zitten niet op de plaats van de oren.
De meeste uilen hebben een mix van bruine, zwarte, witte, en grijze veren. De kleuren bieden camouflage en zo kan de uil zich goed verbergen.

Wat moet je doen?
  1. Schets met potlood een uil op een tak. Denk aan de kenmerken van de uil zoals die besproken zijn. 
  2. Teken met zwarte stiften in diverse diktes patronen aan op de lichaamsdelen van de uil. Door verschillende patronen te tekenen herken je de afzonderlijke onderdelen van de uil. Maak delen donkerder door de patronen dichter op elkaar te tekenen.
  3. Kleur de ogen en de snavel geel of oranje, de rest blijft zwart.
  4. Verf de achtergrond geel met ecoline of vloeibare waterverf. Zorg dat je de tekening niet raakt, want dan loopt de inkt uit. Blijf daarom zo'n halve centimeter uit de buurt van de uil. 
  5. Plak je werk op een zwarte achtergrond.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 7. 
Beeldaspecten: lijn, vorm, nuance.

woensdag 1 oktober 2025

Bonte bladverzameling


Benodigdheden:
  • verschillende herfstblaadjes
  • A4 tekenpapier 
  • plakkaatverf en kwasten
  • fineliners en gelpennen 
  • gekleurd papier als achtergrond
Vraag leerlingen herfstbladeren mee te nemen. Bespreek de bladvormen en de nerven. Voel aan de onderkant van de bladeren dat de nerven verhoogd op het blad liggen. 

Wat moet je doen?
  1. Leg op je tekenvel een compositie van herfstbladeren. Let op de afwisseling tussen grote en kleine bladeren en op diverse bladvormen. Overlapping mag! 
  2. Maak afdrukken. Hiervoor smeer je de onderkant van een blad in met onverdunde plakkaatverf in warme kleuren. Druk de blaadjes aan met een boek. Als je een afdruk wilt maken over een ander blad heen (overlapping), wacht dan tot de vorige druk droog is. Dit gaat vrij snel, omdat de nerven slechts dunne afdrukken geven. 
  3. Zijn je afdrukken klaar en is het werk droog? Vul je drukwerk dan aan met zelfgetekende blaadjes. Gebruik hiervoor fineliners en gelpennen in herfstkleuren. Teken de nerven dicht op elkaar, veel dichter dan bij echte blaadjes. 
  4. Plak het werk op een gekleurde ondergrond.
Beeldaspecten: lijn, ruimte, kleur. 
Technieken: drukken met organisch materiaal, tekenen 
Kunstwerken gemaakt door leerlingen van groep 7. 

dinsdag 13 juni 2023

Metamorfose van een pantoffeldiertje



Benodigdheden:
  1. vier tekenvellen op A6 formaat 
  2. waterverf
  3. penselen
  4. zwarte fineliner
  5. gekleurd papier voor achtergrond
  6. lijm
  7. schrijfblaadjes
  8. kaartjes met eigenschappen/kenmerken, zie voorbeeld:

Waarom moeten we applaudisseren voor het pantoffeldiertje? 
In het boek Het raadsel van alles wat leeft van Jan-Paul Schutte (pagina's 14-17) wordt uitgelegd waarom dit eencellige diertje zo bijzonder is. Het was de basis voor deze tekenles: metamorfose. 
Is dit de onderkant van een schoen? Een tropisch eiland?  
Bekijk de afbeeldingen van het pantoffeldiertje en de metamorfose van kikkerdril tot kikker/zaadje tot baby. Volg deze link voor een filmpje over pantoffeldiertjes op Schooltv.  Een pantoffeldiertje blijft een pantoffeldiertje en zal niets anders worden, maar dat kunnen wij er wel van maken.; de metamorfose van het pantoffeldiertje!  



Opdracht:  
  1. Pak vier tekenblaadjes. 
  2. Pak vier kaartjes met kenmerken/eigenschappen. 
  3. Teken een pantoffeldiertje.
  4. Maak in drie stappen een nieuw wezen: de metamorfose. 
  5. Kleur in met waterverf.
  6. Omlijn met fineliner. 
  7. Plak de tekeningen op een gekleurd ondervel.
  8. Schrijf hierop: Van pantoffeldier tot ... [naam van je wezen]. 
  9. Schrijfopdracht: Maak een beschrijving van je dier. Eigenschappen, leefomgeving etc. 

zaterdag 18 juli 2020

Het rariteitenkabinet van Rembrandt


Benodigdheden:
  1. tekenpapier 12 bij 12 cm
  2. Oost-Indische inkt
  3. kroontjespen
  4. grijs potlood
  5. zwart papier
  6. lijm
  7. diverse schelpen 
Rembrandt was schilder, etser en tekenaar, maar ook kunsthandelaar. In 1656 raakt hij failliet en om de schuldeisers te betalen, moesten zijn bezittingen worden verkocht. Een ambtenaar heeft toen een lijst gemaakt van alle spullen die zich in het huis van Rembrandt bevonden. Zo was er een grote verzameling voorwerpen uit diverse werelddelen in de 'kunstcaemer', ook wel 'rariteitenkabinet' genoemd (rare = zeldzaam).
In de kamer stonden gedroogde dieren, schelpen, afgietsels van antieke beelden, speren uit Indonesië, het schild van een schildpad, koraal, glas uit Venetië, servies, een leeuwenhuid, een slangenhuid en een kastje met munten en penningen. Zeelieden van de VOC en de WIC namen de voorwerpen vaak als privé-bagage mee naar Nederland. Zo kwamen er voorwerpen uit landen rond de Middellandse zee, het Turkse Rijk, Rusland, Afrika en Indië terecht op veilingen en in curiosawinkels.

Ets van een schelp, Rembrandt, 1650 (Rijksmuseum)

Bespreek hoe etsen worden gemaakt (filmpje van Het Klokhuis). Waarom levert een ets meer op dan een tekening? Waarom moet je de ondertekening van een ets in spiegelbeeld krassen?
Bekijk etsen van Rembrandt. Wat valt op?
  • zeer gedetailleerd
  • alleen lijnen 
  • donkere vlakken maken d.m.v. arcering 
  • levensecht
  • zwart-wit
  • schaduwen en lichtval
Laat leerlingen eerst oefenen in het gebruik van Oost-Indische inkt: hoe maak je dunne en dikke lijnen? Hoe maak je lichte en donkere vlakken? Wat is arceren?


Leerlingen tekenen een schelp na op de manier zoals Rembrandt dat deed. Teken met potlood, trek over met inkt. Bepaal dan waar het licht vandaan komt en arceer met potlood de schaduw van de schelp. Geef niet te veel tijd om met potlood te schetsen, 5 minuten is genoeg!

Plak alle leerlingwerken bij elkaar op een zwart vel: Het rariteitenkabinet van Rembrandt!

Beeldaspecten in deze les: lijn, nuance (aanbrengen van schaduw middels arcering), vorm (organische vormen).
Technieken: tekenen met Oost-Indische inkt.

maandag 5 juli 2010

Tropische vissen


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A3 formaat
  2. plakkaatverf
  3. kwasten
  4. schoteltjes
  5. potten water
  6. tekenpapier op A4 formaat
  7. viltstiften
  8. papieren handdoekjes
  9. stukjes spons
  10. tijdschriften
  11. schaar
  12. lijm
Na een bezoekje aan de 'Ocean' van Burgers Zoo, maakten de leerlingen van groep 7 hun eigen oceaan met tropische vissen. De opdracht was om een school van dezelfde vissen te maken.



Verdun blauwe plakkaatverf met veel water op een schoteltje. Verf hiermee een A3 tekenvel en laat dit goed drogen. Stempel dan met behulp van een stukje spons of een prop papier waterplanten en koralen op het vel. Doe dit met onverdunde plakkaatverf.

Teken een vis op een vel tekenpapier. Vouw het vel dubbel en knip de vis uit. Kleur deze twee vissen in met viltstift, in felle kleuren, net zoals de tropische vissen in het zee-aquarium. Teken en knip op deze manier nog enkele vissen. Kleur ze net als de eerste twee; alle vissen moeten gelijk zijn qua kleur, ze mogen alleen in grootte verschillen anders is het immers geen school!
Maak een mooie compositie van de vissen op het blauw geschilderde vel. Stempel eventueel nog slierten van waterplanten over de vissen heen. Of knip uit tijdschriften groene stroken en plak ze op het werk.

Alle werkstukken zijn gemaakt door leerlingen van groep 7

zondag 20 juni 2010

Oceaandieren

Door Kiki, groep 8
Benodigdheden:
  1. zwart papier op A4 formaat
  2. pastelkrijt
  3. lijm die doorzichtig opdroogt, zoals houtlijm
  4. haarlak
  5. gekleurd papier als achtergrond
Welke dieren leven in de oceaan? Dat zijn niet alleen maar vissen! Er leven ook zoogdieren zoals de walvis, de walrus en de zeehond. En wat te denken van kwallen, krabben, inktvissen, zeepaardjes of zeeschildpadden?
De leerlingen kiezen een oceaandier en schetsen dit met potlood op zwart papier. Teken ook de leefomgeving van het dier en denk daarbij aan het beeldaspect ruimte: diepte, overlapping en afsnijding. Teken niet te veel details, want we trekken de lijnen over met lijm.

Om te tekenen met lijm, kies je houtlijm. Deze lijm is wit, dus goed zichtbaar tijdens het tekenen. Bij het opdrogen wordt de lijm transparant, zodat je door de getekende lijnen de papierkleur nog ziet.
Laat leerlingen eerst op een kladblaadje oefenen in het tekenen met lijm:

  • Niet druppelen, maar het spuitmondje op het papier zetten; 
  • Beweeg de lijmflacon van je af, terwijl je zachtjes in het flesje knijpt; 
  • Schrik niet van vlekken, dit zie je later niet eens meer!



Trek je schetslijnen over met lijm. De lijm is droog als het doorzichtig is geworden. Dit kan enkele uren duren. Kleur je tekening in met pastelkrijtjes of gekleurd bordkrijt. Veeg met je vingers in het krijt om kleurnuances aan te brengen. Met een tissue kun je het krijt later van de lijm afgeveegd worden, zodat er duidelijk zwarte contourlijnen blijven staan.
Ten slotte fixeer je de pastelkrijttekening geixeerd worden met haarlak. Geen paniek als bij het spuiten ineens alle kleur verdwijnt, dit komt na droging van de haarlak (enkele seconden) weer terug! Plak het werk op een gekleurde achtergrond.

Door leerlingen van groep 8

dinsdag 15 juni 2010

Check dit insect


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. kleurpotloden
  3. zwarte viltstift
  4. schaar
  5. lijm
  6. gekleurd papier voor achtergrond
Bespreek de anatomie van insecten aan de hand van afbeeldingen. Er zijn een aantal kenmerken die voor insecten gelden. Zo bestaat het lichaam uit drie delen (al is dit niet altijd duidelijk te zien, omdat delen soms versmolten zijn - bij lieveheersbeestjes- of juist weer gespeten -bij mieren- ). De drie belangrijkste delen zijn kop, borststuk en achterlijf. Aan de kop zitten de ogen, kaakdelen en voelsprieten. Het borststuk draagt de poten en eventuele vleugels.

Aan deze basisvoorwaarden moet het insect wat de leerlingen gaan tekenen, voldoen. Verder is de opdracht vrij, dus kleurgebruik en vorm mag je zelf invullen.

Vouw een A4 vel over de lengte dubbel. Schets tegen de vouw de helft van een fantasie-insect. Als je tevreden bent over je schets, trek je de lijnen met grijs potlood dik over. Hard drukken! Vouw vervolgens het tekenvel dicht en trek op de achterkant van de helft waar je net hebt getekend, het dier nog een keer heel precies over. Druk opnieuw hard, zodat de eerdere potloodlijntjes straks zichtbaar worden op de andere helft! Of: leg de tekening op een priklap en trek hem dan over. Het doordrukken zal dan beter gaan. Vouw dan het vel open. Je zult zien dat je insect nu heel licht op de andere helft van het tekenvel staat. Trek deze dunne lijntjes met grijs potlood over en druk opnieuw hard.
Je symmetrische insect is nu klaar om ingekleurd te worden. Ook het inkleuren moet symmetrisch gebeuren. Laat je fantasie de vrije loop!
Omlijn je tekening met zwarte viltstift. Knip hem uit met een halve cm extra wit. Plak je insect op een gekleurde ondergrond.

Beeldaspecten bij deze les: lijn.
Techniek: een symmetrische tekening maken, kleuren, omlijnen, knippen en plakken.
Beeldende termen: symmetrisch.

Door leerlingen van groep 4

donderdag 3 juni 2010

Klaprozen in de wind

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. plakkaatverf
  3. klaprozen of afbeeldingen van klaprozen
  4. kwasten
Klaprozen zijn met name in het Verenigd Koninkrijk, Canada en de VS het symbool van de Eerste Wereldoorlog omdat ze op de slagvelden in Vlaanderen uitbundig bloeiden. In het beroemde gedicht 'In Flanders Fields' worden deze 'poppies' dan ook genoemd. Bij de Engelse nationale dodenherdenking, Remembrance Day, worden door de koningin klaprooskransen gelegd. Geen echte overigens, omdat klaproosbloembladen zeer snel uitvallen.

Bij ons hebben klaprozen geen symboolwaarde, maar ze zijn wel erg mooi om te schilderen! Bekijk de meegebrachte klaprozen of de afbeeldingen ervan. Bespreek de opvallende kenmerken van de bloem: tere satijnachtige bloemblaadjes en een donker hart dat door de bloemblaadjes heen schijnt. Omdat de bloemen heel licht zijn, zie je ze in weilanden altijd heen en weer wiegen op de wind.

De leerlingen schilderen een aantal klaprozen op de bovenste helft van hun vel. Met zwart worden de stelen slingerend naar beneden getrokken, alsof de klaprozen in de wind staan te wiegen. Met potlood een rood kader om het vel en opplakken op een zwarte achtergrond.

Door leerlingen van groep 6

woensdag 19 mei 2010

Vlinders in de stijl van Peter Callesen

Benodigdheden:
  1. wit kopieerpapier (80 grams) op A4 formaat
  2. gekleurd papier voor achtergrond
  3. snijmesje
  4. snijmat
  5. schaar
  6. plaksel
Peter Callesen (geboren in 1967) is een Deense kunstenaar die kunstwerken knipt uit simpele vellen wit papier. Hij gebruikt het tweedimensionale vlak van het papier in combinatie met driedimensionale vormen. Deze 3D-vormen komen uit het vel papier omhoog of vallen eruit. Het knappe van zijn werk is dat hij niets toevoegt. De driedimensionale figuren die uit een achtergrond lijken te stappen, zijn gemaakt van diezelfde achtergrond.

Bekijk foto's van Callesens werk op zijn eigen website, http://www.petercallesen.com/ en bespreek deze met de klas. Bekijk vooral het werk 'Hunting', waarop een spin en vlinder te zien zijn. Dit werk vormt de basis voor deze les. Bespreek hoe deze vlinder nog vast zit aan de achtergrond. Zijn er nog andere mogelijkheden om een vlinder uit het papier te laten komen? Het lijf kan vastzitten, maar ook een deel van een vleugel. Door verschillende manieren te gebruiken, krijg je variatie in je werk.


Detailfoto: vlinder waarvan het lijf nog vastzit. 

Leerlingen schetsen een aantal vlinders op hun  papier. Laat hen niet te ingewikkelde vleugels tekenen, want de dieren moeten straks uitgesneden worden en dat is al lastig genoeg!
Geef in de tekeningen met bijvoorbeeld een dubbele lijn precies aan welke stukjes straks niet losgesneden moeten worden. Kies bij de verschillende vlinders voor meerdere opties, bv. het lijf vast laten zitten, of juist de punten van de onderste vleugels.
Snijd de vlinders voorzichtig los uit het papier. Pas goed op dat je de aangegeven 'vaste' delen niet los snijdt. Plak het werk op een gekleurde ondergrond, maar doe geen lijm achter de vlinders. Vouw de vlinders of vleugels iets omhoog, zodat ze goed van het papier loskomen en de achtergrond goed te zien is.

Door Debbie, groep 7

zondag 28 maart 2010

Botje voor botje



Wat heb je nodig? 
  1. zwart tekenpapier A4
  2. wit papier groter dan A4
  3. tekenpotlood
  4. witte en zwarte plakkaatverf
  5. dunne kwast
  6. afbeelding dierenskelet 
Wat moet je doen?

  1. Zoek een afbeelding van een dierenskelet waarop je de afzonderlijke botten goed kunt zien.
  2. Print de afbeelding; maak evt. groter of kleiner zodat hij op goed op het A4 vel past.
  3. Teken het skelet met potlood na op zwart papier. 
  4. Verf de afzonderlijke botten wit met onverdunde plakkaatverf. Eventuele fouten kun je later herstellen met zwarte verf. 
  5. Zoek de Latijnse naam van het dier op en verf deze met een dunne kwast naast het skelet (of schrijf met wit potlood).
  6. Plak het zwarte vel op een wit vel.
  7. Teken op de witte rand een patroon. Denk aan botjes, voetstappen of andere dingen die te maken hebben met het dier. 
  8. Zoek de Latijnse naam van het dier op en verf dit bij de afbeelding. 
Beeldaspect: vorm.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8

woensdag 10 maart 2010

Bloemen in vingerverf

Benodigdheden:
  1. plakkaatverf
  2. schoteltjes
  3. wit tekenpapier (A2 vel in 3-en gesneden)
  4. gekleurd papier voor de achtergrond (A1 formaat)
  5. groen (crêpe)papier
  6. schaar
  7. plaksel
Geef alle leerlingen een schoteltje met plakkaatverf in blauw, geel, rood en wit. Laat hen experimenteren met het mengen van kleuren. Ze doen dit met de vingers. Laat hen blauw met geel mengen om te laten zien dat dit groen geeft. Laat zien dat je met wit kleuren lichter kunt maken (nuance) en laat ontdekken dat je bij het mengen van teveel kleuren een onbestemd bruin kleurtje krijgt.

De opdracht luidt: vingerverf je eigen bloem. Je mag zelf bedenken hoe hij eruit ziet, maar de bloem moet wel een groene stengel en groene blaadjes hebben.
Geef elke leerling een strook wit tekenpapier (A2 formaat, in drieën gesneden). Zeg dat de bloem zo hoog moet worden als het tekenpapier.
Laat de bloemen drogen en knip ze met een randje wit er nog aan, uit het papier. Plak alle bloemen op een gekleurde achtergrond. Knip van crêpepapier een strook gras en plak die ervoor.

In deze les werk je aan de beeldaspecten kleur (primair en secundair), nuance (kleuren lichter maken), ruimte (overlapping) en textuur (voelbare bloemen en gras).

Met dank aan Elise Tissing voor de les en de foto.

woensdag 21 oktober 2009

Als een spin in het web

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. oliepastelkrijtjes
  3. dekzwart
  4. kwasten
  5. satéprikkers
  6. gekleurd papier voor de achtergrond
In de herfst zie je veel spinnen. De spinnenwebben zie je vooral goed als er dauwdruppels op zitten. Hoe ziet zo'n web er nou precies uit? We bekijken spinnenwebben rondom de school. Dan krijgen de leerlingen een wit tekenvel en kleuren dit helemaal in met oliepastels. Kies vooral warme kleuren die met de herfst te maken hebben, dus oranje, bruin, rood, geel. (beeldaspect: kleur)
Als het hele blad vol gekleurd is, gaan we er met dekzwart overheen en laten het drogen. Met een satéprikker krassen de leerlingen een spinnenweb uit hun zwarte vel. De lijnen in het web lopen parallel aan elkaar (beeldaspect: lijn). Natuurlijk mag er in het web ook een spin zitten!

zondag 20 september 2009

Aan een zijden draadje...

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat in de lengte doorgesneden
  2. wasco
  3. waterverf
  4. penselen
  5. pot water
  6. zwarte fineliner of wit kleurpotlood
In de herfst vind je in de tuin en rondom school vaak de mooiste spinnenwebben. Vooral als de ochtenddauw op de draadjes in de zon glinstert, lijkt zo'n web een waar kunstwerkje. 

In deze les gaan de leerlingen een spinnenweb met spin tekenen, nadat ze eerst buiten hebben gekeken hoe deze eruit zien. Hoe is het web opgebouwd? Hoeveel basisdraden zie je? Hoe ziet de spin eruit? Hoeveel poten heeft hij? Hoe zien die poten eruit? 

Bovenaan een half wit tekenpapier teken je met witte wasco (zorg voor scherpe punten!) een web. Een van de basisdraden moet in het midden van het papier uitkomen, omdat daaraan straks de spin getekend wordt. Teken met zwarte wasco een spin en verbindt zijn lijf met het web door de middelste basisdraad met wit door te trekken naar beneden. 
Verf met waterverf en veel water het hele blad in een kleur naar keuze. Daar waar wasco zit, zal de verf niet pakken. Laat het werk drogen (je ziet de dauwdruppels van de waterverf op het spinrag!) en plak het dan op een gekleurde achtergrond. Teken het web verder op de achtergrond, met zwarte fineliner of wit kleurpotlood - afhankelijk van de kleur.

zaterdag 5 september 2009

Schatten van het strand

Vooraf
Na een dagje aan het strand is het leuk om te tekenen wat je daar hebt gevonden: schelpen, zeesterren, krabbetjes, scheermesjes...

Wat heb je nodig?
  1. wit tekenpapier A4
  2. aquarelpotloden of waterverf
  3. penselen en water
  4. zwart papier
  5. schaar en lijm
  6. zwarte fineliner
Wat moet je doen?
  1. Verdeel het tekenvel in vier stroken van 7 cm hoog. 
  2. Trek in elk vak een horizonlijn. 
  3. Schets diverse dingen die je aan het strand kunt vinden. 
  4. Kleur in met waterverf of aquarelpotloden, waarbij je kleurnuances aanbrengt door meer of minder te verdunnen.
  5. Verf het strand goudgeel en de lucht blauw.
  6. Laat drogen.
  7. Omlijn de schelpen met zwarte fineliner.
  8. Knip de vier stroken los en plak ze met een centimeter tussenruimte op zwart papier.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 8.

zaterdag 4 juli 2009

Maffe apen

 

Benodigdheden
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. kleurpotloden
  3. plaksel en scharen
  4. groen of geel papier voor achtergrond
Om apen moeten we bijna altijd lachen, misschien wel omdat ze zo op ons lijken!
In deze les gaan we apen tekenen, en we voegen er nog extra grappige accenten aan toe.
Bekijk eerst foto’s van apen. Hoe zien ze eruit—lengte van armen en benen, hoe zit het hoofd op de romp, hoe ziet het gezicht eruit enz.
De leerlingen krijgen een wit vel tekenpapier en trekken met potlood een kader op 2 cm van de rand .  De opdracht luidt: teken een hangende aap waaraan je twee à drie grappige dingen toevoegt. Voorbeelden: een mobieltje, een kledingstuk, een sieraad, een beugel etc.
Teken de aap zo groot mogelijk, maar blijf wel binnen het kader.
Teken daarna een oerwoudachtige achtergrond: slingerplanten, grote varens, takken, boomstammen, grote bladeren, vruchten. Laat een enkele tak of blad buiten het kader uitsteken. Kleur de tekening in met kleurpotlood in natuurlijke kleuren. Zorg dat het gehele vel is ingekleurd, er mag geen wit meer te zien zijn. Knip ten slotte je tekening uit (pas op de uitstekende delen!) en plak hem op een geel of groene ondergrond.