- per groep een vel A1 tekenpapier A1
- ronde vouwkartons of knutselpapier in Olympische kleuren
- passer
- scharen en lijm
- kopie sportfiguur
Wat moet je doen?
- Je werkt in een groep van 5 leerlingen. Pak een groot tekenvel, vouwkartons in de kleuren van de ringen en 5 kopieën van de sportfiguur.
- Overleg hoe groot jullie ringen worden en wie welke kleur heeft. Teken met de passer een ring en knip uit.
- Knip de ring op één plek door.
- Bespreek hoe de ringen moeten liggen: wat is de goede volgorde? Welke komt naar voren en welke erachter? Zorg dat de knip onder een andere ring terechtkomt, zodat je die niet ziet. Plak de ringen nog niet vast!
- Knip de onderdelen van de sportfiguur uit.
- Ieder legt de losse onderdelen rond/achter/voor/door zijn eigen ring in de vorm van een sporter.
- Plak tot slot alle onderdelen vast.

.jpg)





.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)







+(2).jpg)

.jpg)










