donderdag 21 maart 2013

Flamingo in Jugendstil/Art Nouveau

   
Door leerlingen van groep 7

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier
  2. metallic gelpennen
  3. lijm en kartelschaar
  4. gekleurd papier voor achtergrond
Gaudi-huis in Barcelona

Art nouveau, ook wel Jugendstil genoemd, is een kunststroming die tussen 1890 en 1914 populair was en vooral werd toegepast op gebruiksvoorwerpen als sieraden en meubels, maar ook op hekken, balkons en gevels. Jugendstil maakt gebruik van vormen uit de natuur. De motieven zijn vaak sierlijke planten en vogels, ei-vormen en vrouwen. De lijnen drukken emotie uit. In Parijs kom je Jugendstil tegen bij de toegang tot de metro. Ook Gaudi ontwierp zijn gebouwen in deze stijl: sierlijke grillige vormen, versierd met mozaïek en tegels en smeedijzeren hekwerk.  

Laat Art Nouveau voorbeelden zien via het digibord. Bespreek de kenmerken: sierlijke lijnen, ronde vormen, veelal asymmetrisch, organische vormen uit de natuur, uitbundig. 

Trek een schoteltje om op wit tekenpapier. Teken hierop met gelpennen Art Nouveau motieven in maximaal drie kleuren. Plak de tekening op een tweede vel wit tekenpapier. Teken poten, staart en kop van een flamingo en versier deze delen ook met gelpen. Knip de vogel uit met een vormschaar en laat daarbij een randje wit zitten. Plak het werk op een langgerekt stuk gekleurd papier dat past bij de kleur van de flamingo.

zondag 10 maart 2013

De snor van Salvador Dalí

Wat heb je nodig? 
  • A3 tekenpapier 
  • oliepastels
  • potlood
  • zwarte watervaste stift
  • chenilledraad 
Voor meer informatie over Salvador Dalí, zie de les van de olifanten op hoge poten.

Over de kunstenaar
Laat enkele werken van Dalí zien. Ze zullen zorgen voor verbazing, verrassing of soms een schok. Leg het verschil uit tussen realisme (werkelijkheid geschilderd op doek, als een foto) en surrealisme - realisme met vreemde elementen.
Bekijk het werk 'De olifanten' en bespreek de surrealistische kenmerken: de olifanten zelf zien er realistisch uit, maar ze hebben veel te hoge poten. Op hun rug staan huisjes.

Instructie 
Teken een gezicht. Ik heb gekozen voor de methode van WikiHow. Draai stap 1 en 2 om door bij stap 1 het vel in vieren te vouwen en daarna een eivorm te tekenen voor het hoofd volgens de afmetingen in de afbeelding. Ga verder volgens het stappenplan op Wikihow.
Wat moet je doen?
  1. Teken een gezicht.
  2. Teken er  een aantal smeltende klokken omheen. Laat ook klokken van het papier 'afvallen'. Waarom doen we dit? De kijker moet zich  afvragen hoe het schilderij verder gaat, dit is spannender (beeldaspect ruimte: afsnijding).
  3. De klokken en het gezicht blijven wit. 
  4. Kleur de achtergrond met warme kleuren en de kleding van Dali met koude kleuren (of andersom).
  5. Omlijn klokken en gezicht met zwarte oliepastel. 
  6. Teken met zwarte markeerstift de cijfers en wijzers van de klok en de delen van het gezicht. 
  7. Kleur de iris van het oog met een fel kleurtje.
  8. Prik twee gaatjes onder de neus en haal hier een stukje chenilledraad door. 
  9. Buig dit tot een mooie snor. 
  10. Signeer je kunstwerk met je eigen naam. Zet ook de naam Dali ergens op het werk, compleet met een snorretje!
Kunstwerken gemaakt door leerlingen uit groep 6.

vrijdag 22 februari 2013

Olifanten op hoge poten, in de stijl van Salvador Dali

Door Fleur, groep 6
Benodigdheden:

  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. viltstiften (geen watervaste!)
  3. penselen
  4. pot met water
  5. pastelkrijt
  6. vilt
  7. lijm
Salvador Dalí Salvador Dalí (Figueres, Spanje,1904 – 1989) was een veelzijdig kunstenaar. In zijn jonge jaren was Dalí geïnteresseerd in kunstschilders als El Greco, Michelangelo en Diego Velázquez. Hij richtte zijn aandacht in die tijd op het impressionisme en het kubisme. Dalí studeerde in Madrid van 1921 tot 1924. In 1929 ging hij naar Parijs. Daar leerde hij Pablo Picasso en André Breton kennen en sloot hij zich aan bij het surrealisme.

Door Neil, groep 6

Vroege periode (1917-1927)
In deze periode maakte Dalí vooral schilderijen van het landschap in de omgeving van Figueres. Deze werken tonen zijn verwantschap met het impressionisme en kubisme.

Overgangsperiode (1927-1928)
Deze periode wordt gekenmerkt door experimenteren. Hij gebruikt verschillende texturen, gemaakt met verfkunstharsen, grof zand, stenen, kurk en grind.

Surrealistische periode (1929-1940)
De surrealisten hadden niet voldoende aan logica alleen. Zij richtten zich op dromen en het onderbewuste. Dalí verkende zijn eigen angsten en fantasieën en legde ze door symbolische beelden op doek vast in een superrealistische, bijna fotografische stijl. Hij noemde zijn schilderijen ‘handgeschilderde droomfoto’s’.

Klassieke periode (1941-1989)
In 1941 stopte Dalí met de surrealistische stijl. Hij raakte gefascineerd door religie en moderne wetenschap en haalde zijn inspiratie uit de klassieke en renaissancistische kunst.

Aan het werk
Laat enkele surrealistische werken van Dali zien. De werken zorgen voor verbazing, verrassing of soms een schok. Leg het verschil uit tussen realisme (de werkelijkheid geschilderd op doek, alsof het een foto is) en surrealisme - realisme met vreemde elementen.
Bekijk het werk 'De olifanten'. Bespreek de surrealistische kenmerken: de olifanten zelf zien er realistisch uit, maar ze hebben veel te hoge poten. Op hun rug staan huisjes.

De leerlingen tekenen aan bovenaan het blad een olifant. Ik had per groepje foto's en tekeningen van olifanten neergelegd zodat ze die konden natekenen. Zet de olifant op hoge poten en zorg dat er in een van de poten een knik zit. Trek de tekening om met een donker gekleurde niet watervaste viltstift. Verf de olifant met water; doe het zo dat je met je penseel langs de omlijning trekt, zodat de inkt zich mengt met het water.


Laat het werk drogen. Teken een horizonlijn. Teken een zon op de horizon. Vul de achtergrond met pastelkrijtjes en veeg de kleuren door elkaar. Teken de schaduwen van de poten met zwart pastelkrijt. In deze tekeningen staan de schaduwen de verkeerde kant op, nl. naar de zon toe. Surrealistisch!
Knip uit vilt een kleedje en plak die op de olifant.

Door leerlingen van groep 6

dinsdag 29 januari 2013

Vinexwijk voor vogels

Door leerlingen van groep 6
Benodigdheden:

  1. gekleurd karton
  2. behangpapier (behangstalenboek)
  3. bruin inpakpapier
  4. plakkaatverf
  5. zwarte markeerstift
  6. kwasten
  7. pot water
  8. schaar en lijm 
Op bruin inpakpapier tekenen de kinderen een vogelhuisje met een speciale ingang. Dit kan een hartje zijn, of een ster of een vogeltje. Knip deze ingang uit het vogelhuisje en omlijn het gat met een zwarte markeerstift.
Beschilder het huisje met vrolijke kleuren. 
Plak het op een stuk behangpapier en knip dit uit met 2 cm rondom. Plak een strook zwart papier op het karton, de stok van het vogelhuisje. Plak het vogelhuisje over de stok. Omlijn het huisje met zwarte markeerstift.  
Alle huisjes bij elkaar vormen een mooie Vinexwijk voor vogels.


maandag 10 december 2012

Geen groene kerstboom!


 
Door Gladys, groep 6

Benodigdheden:
  1. twee vellen tekenpapier op A4 formaat
  2. vloeibare waterverf
  3. kwasten
  4. pot water
  5. vloeipapier
  6. schaar
  7. liniaal
  8. potlood
  9. lijm
  10. goud- en zilverkleurige stift
Schilder een achtergrond voor de kerstbomen met vloeibare waterverf. Gebruik twee donkere onverdunde kleuren en laat ze in elkaar overlopen. Schilder snel en met grote halen, en sla stukjes over om witte strepen te houden.
Kies drie kleuren vloeipapier. Vouw de blaadjes enkele keren dubbel en knip er dan driehoekjes en vierkantjes uit. Maak een vel tekenpapier met een kwast goed nat met water en leg de stukjes vloeipapier hierop. Als het vloeipapier niet aan het papier vastzuigt, is de ondergrond niet nat genoeg. Ga er dan nog een keer met een kwast met water overheen. Het vloeipapier zal dan gaan 'bloeden'. Plak het vel op deze manier vol en leg het op de verwarming te drogen. Haal de stukjes vloeipapier van het tekenvel af als het helemaal droog is.

Door Lyan, groep 6

Vouw het met vloeipapier gekleurde vel in de lengte dubbel. Knip er langgerekte driehoeken uit van verschillende breedtes en hoogtes. Ruil eventueel met de leerling naast je als je meerdere kleurtjes wilt. 
Plak de drie bomen op de achtergrond. Overlapping mag. Plak de bomen niet allemaal op dezelfde hoogte, zodat je diepte krijgt. 
Gebruik een goud- of zilverkleurige markeerstift om de bomen te omranden. Teken ook een simpele takkenstructuur. Teken de stammen met bruin potlood of gebruik hiervoor ook de metallic stiften. 

woensdag 5 december 2012

Drieluik in de stijl van Hans Innemee


Door Mike, groep 6

Benodigdheden:
  1. drie vellen gekleurd tekenpapier van 12 bij 12 cm
  2. potlood
  3. pastelkrijt of bordkrijt
  4. haarlak
  5. wit papier voor achtergrond
  6. lijm
Hans Innemee (1951) is een Nederlands kunstenaar. Hij  studeerde grafische technieken en werkte geruime tijd als tekenleraar.
Innemees werkt volgens de techniek van het monotypen. Een dun vel papier wordt op een met verf of inkt ingerolde glasplaat gelegd en dan wordt op de achterkant getekend. Met een aantal van deze tekeningen maakt hij zijn kunstwerk: hij scheurt onderdelen uit de tekeningen en plakt ze op collageachtige wijze op zelfgemaakt papier samen tot een nieuw werk. Inkleuren gebeurt met oliepastels.

Bekijk werken van Hans Innemee met de klas. Ontdek samen dat het lijkt alsof er een verhaaltje in het werk zit. Vraag de leerlingen welk verhaaltje bij hen opkomt als ze de werken bekijken.



Bespreek de kenmerken van het werk van Innemee: 
  1. Tekeningen van dieren.
  2. Simpele vormen.
  3. Geen details. 
  4. Weinig kleuren.
  5. Zwarte omlijning. 
  6. Eenvoudige achtergrond. 
  7. Tekst/titel onder de tekening. 
De opdracht luidt: bedenk een verhaaltje dat je in drie stappen kunt vertellen. Teken dit op drie blaadjes en kleur het in met pastelkrijt. Werk in de stijl van Hans Innemee.

Plak de drie werkjes op een groter vel. Bespuit het met haarlak. Schrijf met potlood in zo weinig mogelijk woorden de tekst van het verhaaltje dat je had bedacht, onder de tekeningen. 

Door leerlingen van groep 6

Met dank aan Hans Innemee voor de toestemming zijn werk op dit blog te plaatsen en zijn lovende woorden voor het werk van mijn leerlingen! 

donderdag 22 november 2012

Boerenbont (groepswerk)

Gemaakt door leerlingen van groep 6

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A6 formaat (briefkaart)
  2. potloden
  3. viltstiften in rood en blauw
  4. zilverkleurige markeerstift
  5. gekleurd karton
Bedenk met de leerlingen dingen die typisch Hollands zijn: tulpen, molens, klompen, kaas, grachtenhuizen, rood wit blauw enz. Bekijk via de plaatjeszoeker (google op hollandse stof of Ik hou van Holland) patronen en dessins die gezien worden als typisch Hollands: roodwitte of blauwwitte ruitjes of streepjes of combinaties hiervan.
Laat de leerlingen op het bord voorbeelden van verschillende bekers en kopjes tekenen: smalle, brede, hoge, lage, met buik, rechte, schuine, met of zonder voet, verschillende oren enz.

De opdracht is om kopjes en bekers te ontwerpen met een Hollands design. Kleur in met viltstift en gebruik alleen rood en blauw. Knip alle kopjes uit en plak ze gestapeld op een gekleurd vel karton. Omlijn alle kopjes met een zilverkleurige viltstift.

maandag 19 november 2012

Kleurige stad

Door Esmee, groep 7

 Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A4 formaat
  2. potlood
  3. viltstiften
  4. zwarte fineliner
Welke lijnen ken je? Maak een overzichtje op het bord en laat kinderen ook zelf lijnen bedenken.
Recht, zigzag, golvend, spiraal, hoekig, bliksem, postzegel etc.

Teken op de bovenste helft van je tekenvel zes verschillende lijnen van links naar rechts. Teken op de onderste helft verschillende huizen. Denk aan overlapping en begin met de voorste rij. Probeer de huizen zoveel mogelijk onderling te laten verschillen. Dit doe je door de breedte en hoogte te variëren en ook verschillende daken te tekenen: spits, afgeplat, rond, getrapt enz.

Kies zeven kleuren viltstift. Kleur de ruimtes tussen de zes lijnen elk met een andere kleur in. Gebruik dezelfde kleuren voor de huizen van de stad.
Trek tenslotte alle lijnen over met een fineliner. 

zondag 18 november 2012

Spin in gekleurd web

Door leerlingen van groep 4
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. zwarte oliepastel
  3. herfstblaadjes
  4. ecoline of vloeibare waterverf in licht- en donkergroen en oranje
Verdeel het tekenvel met een zwart oliepastelkrijtje in 8 stukken: twee diagonale lijnen, een horizontale en een verticale. Teken spinnenwebdraden tussen deze lijnen. Teken een of meerdere spinnen in het web.
Kleur de vlakken in met oranje en groene ecoline. Je kunt kiezen voor het inkleuren van kleine vlakjes tussen de spinnenwebdraden, maar ook voor de grotere vlakken tussen de basislijnen. Plak eventueel kleine herfstblaadjes op het werk.


dinsdag 30 oktober 2012

Surrealistische gang

Door Lieke, groep 8

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 24 bij 24 cm
  2. waterverf
  3. penselen
  4. potlood
  5. liniaal
  6. water
  7. tijdschrift
  8. schaar en lijm
  9. rubber foam 
Laat surrealistische werken zien van bv. Dali en bespreek de term surrealisme. 

Voer de eerste twee stappen van deze les via directe instructie uit: de leerlingen volgen de aanwijzingen die de leerkracht geeft.

Stap 1
Trek twee diagonale lijnen. Teken rondom het snijpunt een vierkantje van 8 bij 8 cm. Zet rondom het vierkant stippen telkens op 1 cm. Zet aan de buitenranden van het vel stippen om de 3 cm. 


Stap 2
Verbind de tegenoverliggende stippen d.m.v. lijnen. Zet op de diagonale lijnen streepjes op 2 cm en verbind deze met elkaar, zodat er een dambordpatroon ontstaat. 


Stap 3
Kleur de vakjes in met waterverf. Kies steeds twee kleuren bij elkaar en houd beide wanden gelijk qua kleur.

Stap 4
Snijd enkele hokjes aan drie kanten los, vouw het papier om en plak hier een plaatje uit een tijdschrift achter. 

Stap 5
Knip uit foam twee mensfiguren en plak ze op alsof ze zweven in de ruimte. 


Bron: There's a dragon in my artroom, Phil Brown.