donderdag 25 augustus 2011

Batik zonnebloemen


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. potlood
  3. oliepastels
  4. plakkaatverf bruin of zwart
  5. vloeibare zeep
  6. kwasten
  7. kranten
Bekijk met de klas zonnebloemen of afbeeldingen van zonnebloemen en bespreek de opvallende kenmerken: dikte van de steel, vorm van het blad, vorm van de bloembladen, stand van de bloembladen, kleuren enz.

Bedek de tafels met kranten.
De leerlingen tekenen met potlood dun enkele zonnebloemen op hun vel. Een op een centrale plek, verder halve zonnebloemen aan de randen om de tekening 'spannend' te maken (beeldaspect: afsnijding). Kleur de bloemen in met oliepastelkrijtjes. Zorg voor kleurverschil door niet alleen geel te gebruiken voor de bloemblaadjes, maar nuances aan te brengen met bruin, beige of oranje. Dit geldt natuurlijk ook voor het hart van de bloem: gebruik meerdere kleuren bruin of stippel met zwart of donkerrood.
Kleur de achtergrond blauw.
Als de tekening klaar is, verfrommel je hem tot een prop. Zorg dat de tekening aan de binnenkant van de prop zit. Wees voorzichtig, het vel moet niet gaan scheuren.


Vouw de prop open en strijk hem zo glad mogelijk door met de handen over de achterkant te wrijven. Keer het vel om. Beschilder de hele tekening met een grote kwast en een mengsel van plakkaatverf en een scheutje vloeibare zeep. Doe dit snel.


Spoel de tekening af onder de kraan. De verf zal in de vouwen blijven steken en dit geeft het mooie batikeffect.


 Laat de tekening drogen en pers hem daarna plat tussen twee boeken. Niet of plak het werk op een gekleurde achtergrond.

Door leerlingen van groep 6

woensdag 13 juli 2011

Lesje over kleuren


Doel van de deze les is dat leerlingen ontdekken wat het effect van primaire en secundaire kleuren op elkaar is.

Benodigdheden hiervoor:
  1. twee vellen wit of zwart papier op A3 formaat
  2. gekleurd papier in rood, geel, blauw, oranje, groen en paars
  3. lijm
Snijd vooraf uit gekleurd papier de vierkantjes voor de leerlingen. Per leerling heb je nodig: 5 vierkantjes van 5 bij 5 cm in alle zes kleuren en 5 vierkantjes van 3 bij 3 cm in alle zes kleuren.

Herhaal de termen primair en secundaire kleuren en benoem de kleuren. Vertel de leerlingen dat ze vandaag gaan bekijken hoe de kleuren op elkaar reageren. Hoe zou geel op blauw staan? Valt dat op? Hoe zit het met rood op paars? Welke kleuren zouden goed opvallen, welke juist niet?
Probeer met de groep te ontdekken hoe we dit systematisch kunnen onderzoeken. Uiteindelijk moet je tot het volgende concept komen:

A. primair op primair.
B. secundair op primair.
C. primair op secundair.
D. secundair op secundair.

primair op primair
A. Primair op primair.
Om alle combinaties van primair op primair te kunnen maken, heb je van elke primaire kleur 2 grote en 2 kleine vierkantjes nodig. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
blauw op geel en rood op geel
geel op blauw en rood op blauw
geel op rood en blauw op rood
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier. Schrijf eronder: primair op primair.

secundair op primair

B. Secundair op primair.
Om alle combinaties van secundair op primair te kunnen maken, heb je van alle primaire kleuren 3 grote vierkantjes nodig en van alle secundaire kleuren 3 kleine vierkantjes. Laat de leerlingen zelf onderzoeken hoe ze alle combinaties kunnen maken, of geef hen de volgende lijst:
- oranje op geel, paars op geel, groen op geel
- groen op blauw, oranje op blauw, paars op blauw
- paars op rood, groen op rood, oranje op rood
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier, waarbij de grote vierkantjes van dezelfde kleur naast elkaar staan. Schrijf eronder: secundair op primair.

primair op secundair

C. Primair op secnudair.
Om alle combinaties van primair op secundair te kunnen maken, heb je van elke secundaire kleur 3 grote vierkantjes nodig en van elke primaire kleur 3 kleine vierkantjes. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
geel op oranje, blauw op oranje, rood op oranje
geel op paars, blauw op paars, rood op paars
geel op groen, blauw op groen, rood op groen
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier, waarbij de grote vierkantjes van dezelfde kleur naast elkaar staan. Schrijf eronder: primair op secundair.

secundair op secundair 
D. Secundair op secundair.
Om alle combinaties van secundair op secundair te kunnen maken, heb je van elke secundaire kleur 2 grote en 2 kleine vierkantjes nodig. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
paars op groen, oranje op groen
oranje op paars, groen op paars
paars op oranje, groen op oranje
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier. Schrijf eronder: secundair op secundair.

Laat de leerlingen na het maken van dit werkstuk bekijken welke kleuren het meest constrasteren, welke je bijna niet ziet enz.

maandag 27 juni 2011

Gipsmakser

Benodigdheden:
  1. gipsverband
  2. vaseline
  3. bakje met water
  4. schaar
  5. handdoek
  6. schildersdoek
  7. textieltape
  8. plakkaatverf
  9. pot water
  10. kwast
  11. veren
  12. lijm
Werk voor deze opdracht in tweetallen.
Laat dit filmpje zien voor je aan de les begint: maskers maken.
Bespreek nog een keer de aanwijzingen uit dit filmpje:
1. Doe een handdoek om je schouders en haal de haren uit het gezicht.
2. Smeer het gezicht goed in met vaseline, ook wenkbrauwen en wimpers.
3. Knip gipsverband in stukjes. Maak het verband nat en leg het op het gezicht. Leg het volgende stukje verband eroverheen en strijk dit glad. Laat de neus open.
4. Zorg voor drie lagen gips voor een stevig masker.
5. Verwijder het masker na 15 minuten.
6. Plak gipsverband op de opening van de neus.

Omlijn het masker met potlood op een schildersdoek. Snijd een gat in het doek dat rondom een halve centimeter kleiner is. Duw het masker aan de achterkant in het gat van het doek, en plak het aan de achterkant envoorkant vast met textieltape.

Schilder het doek en het gezicht met verdunde plakkaatverf en versier het. Kies hiervoor veertjes, oals in het voorbeeld, of kies voor lint, schelpen, steentjes etc. Natuurlijk kun je er ook voor kiezen het makser helemaal te schilderen.

Makers en dragers van het masker bij elkaar!

vrijdag 24 juni 2011

Bloemen achter het hek


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. schilderstape
  3. schaar
  4. plakkaatverf
  5. tamponneerkwasten
  6. bubbeltjesplastic
  7. reepjes spons
Plak met stukjes schilderstape een hekje op het tekenvel, circa 2 cm van de onderkant af.

Knip een stuk bubbeltjesplastic dat net zo groot is als het vel tekenpapier. Verf het met een dikke kwast voor de helft blauw en voor de helft groen. Leg het tekenvel erbovenop en wrijf er met de hand overheen, zodat er een afdruk ontstaat van de bubbeltjes.
Gebruik reepjes spons (afknippen van een gewone spons) om bloemstelen en bladeren te stempelen.
Vertel de leerlingen dat ze niet alleen maar tussen de stukjes tape moeten stempelen, maar er ook overheen, zodat je later ook bloemstelen achter de paaltjes zien (beeldaspect ruimte).


Tamponneer bloemen op de stelen of gebruik je vingers om ermee te drukken. Tamponneer/druk ook bloemen onder het hek en tussen de paaltjes.
Laat het werk goed drogen en trek dan voorzichtig het schildertape eraf.

Werkstukken van leerlingen uit groep 3. 

vrijdag 17 juni 2011

In de stijl van Keith Haring, groepswerk

In de stijl van Keith Haring, door leerlingen van groep 4 en 5

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A1 formaat
  2. karton 10 bij 15 cm
  3. potlood
  4. schaar
  5. lijm
  6. viltstiften
  7. zwarte watervaste stift
Keith Haring (VS, 1958-1990) was een Amerikaans kunstenaar. Het werk wat  Haring wordt als pop-art gezien, maar ook de term graffiti-art wordt gebruikt.
Al op jonge leeftijd was Haring gek op tekenen. Zijn vader, die stripverhalen tekende, was een bron van inspiratie. Door boeken en musea maakte Haring kennis met moderne kunst. Hij bewonderde het werk van Warhol, maar ook dat van Dubuffet en Christo. Vooral Christo's zienswijze sprak hem aan: kunst is niet alleen voor de elite, maar voor iedereen.
Haring ging studeren in New York. Hij ontwikkelde een eigen stijl van visuele communicatie door schilderijen, geluid en film. Hij maakte krijttekeningen in de metro, op lege billboards en op straat. Hij wilde niet commercieel zijn, kunst was immers voor iedereen, maar werd toch steeds bekender. .
Zijn eerste expositie was in 1982, met schilderijen, beelden, beschilderde stukken doek en on-site werk. In de jaren erna exposeerde hij wereldwijd. In 1990 overleed hij aan de  gevolgen van aids. 

Laat werk van Haring zien.  Bespreek wat opvalt:
  • stripachtige mensen
  • weinig details
  • dikke zwarte lijnen als contouren
  • felle kleuren
  • streepjes die beweging aangeven
Voor dit groepswerk is gewerkt in groepjes van vijf leerlingen.
Elke leerling tekent op een stukje karton een figuur in beweging in de stijl van Haring. Als de figuurtjes uitgeknipt zijn, moeten ze kriskras door elkaar met potlood worden omgetrokken op het grote witte vel. Samenwerken is vereist!
Beeldaspect: ruimte. De figuurtjes zijn negatief, de omgeving wordt juist ingekleurd en is positief.


Aanwijzingen:
- Probeer om niet twee keer dezelfde figuur naast elkaar te zetten.
- Varieer in de plaatsing: rechtop, liggend, schuin. Keer het kartonnetje ook om voor een figuur in spiegelbeeld.
- Begin niet in het midden, maar werk vanaf de kant en plaats de figuren zo dicht mogelijk tegen elkaar aan.
- Omlijn alle figuurtjes met een watervaste zwarte stift.
- Verdeel de tussenliggende vlakken in kleinere vlakken door rechte lijnen te trekken met zwarte stift.
- Kies allemaal één kleur en kleur de vlakken in met deze vijf kleuren.
- Zet natuurlijk ook je handtekening aan de zijkant van het werk, net als Keith Haring deed!

zondag 29 mei 2011

De zeilbotenrace


Benodigdheden:
  1. twee vellen wit tekenpapier  
  2. schuurpapier
  3. plakkaatverf blauw, groen en wit
  4. brede kwast
  5. gekleurd papier
  6. bruin inpakpapier (groentezak)
  7. lijm
  8. blauw papier A1 formaat

Spuit strepen verf in blauw, groen en wit op een schoteltje. Leg een vel wit tekenpapier voor je. Beschilder een vel wit tekenpapier met plakkaatverf. Meng de kleuren niet op het schoteltje, maar doe steeds twee of drie verschillende kleuren aan de kwast. Schilder in een golvende beweging. Laat dit vel drogen.
Neem het tweede tekenvel. Knip een stuk schuurpapier van 8 cm hoog en plak dit onderaan het vel. Scheur het geverfde blad in golvende stroken. Scheur de rechte kanten van de eerste en laatste strook ook, zodat alle stroken twee golvende kanten hebben.
Leg de stroken overlappend op het tekenvel en plak dan de korte zijkantjes vast. Het water en zand hebben nu een voelbare textuur.
Knip uit bruin papier (groentezak o.i.d.) zeilbootjes. Zorg ervoor dat de zeilbootjes naar boven toe steeds kleiner worden (beeldaspect ruimte --> creëren van diepte). Knip masten uit het bruine papier en zeilen uit gekleurd papier. Plak de bootjes tussen de golven, en plak daarbij tegelijk de golven vast. Plak de zeilen en masten op de golven.
Plak de werken naast elkaar op een vel blauw papier (A1) voor een mooi groepswerk. Wil je geen groepswerk, plak dan een blauwe strook bovenaan je eigen werk.

Door leerlingen van groep 6

maandag 23 mei 2011

Gevuld met fruit


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. oliepastels
  3. gekleurd papier voor achtergrond 
Kies vier verschillende vruchten en vul hiermee het tekenvel. Zorg voor overlapping (beeldaspect ruimte) en maak het hele vel vol. Kleur de vruchten in met oliepastels en omlijn ze met zwart. Plak het werk op een gekleurde achtergrond.

Door leerlingen van groep 5

dinsdag 17 mei 2011

Golvende stroken

Door leerlingen van groep 5
Benodigdheden:
  1. papieren stroken in 2 kleuren, 4 cm breed
  2. zwart karton
  3. schaar
  4. lijm
  5. geprint hokjesvel van 5 bij 5 hokjes; elk hokje is 4 bij 4 cm.

1. Geef alle leerlingen een A4 vel met hierop een vierkant raster van 25 vierkantjes van 4 bij 4 cm. Knip het vierkant met de 25 vakjes uit langs de buitenrand en plak dit  op een stevig vel zwart of gekleurd papier.

2. Knip 10 stroken van 4 cm breed (even groot als de vakjes) en ongeveer drie keer zo lang in twee verschillende kleuren. Vouw de stroken aan beide kanten ongeveer een centimeter om.

3. Plak de vouwrandjes precies langs de stippellijnen van de vierkantjes. Gebruik de twee verschillende kleuren om en om. De boogjes worden van onder naar boven en van links naar rechts geplakt, doe dat steeds om en om. Als afwerking kun je nog kleine vierkantjes plakken aan de uiteinden van de rijen.

4. Als je voorzichtig zachtjes drukt op je werk gaan de stroken een beetje in elkaar zitten en  ziet je ‘vlechtwerk’ er prachtig uit!


Met dank aan Klara Schreuder

vrijdag 13 mei 2011

Museum voor moderne kunst

Een les over eenpuntsperspectief.

Wat heb je nodig?
  1. wit tekenpapier A4
  2. kleurpotloden
  3. liniaal
Wat moet je doen?
  • Teken twee diagonale lijnen van hoek tot hoek.
  • Teken een vierkant of rechthoek rondom het kruispunt van deze lijnen, parallel aan de zijkanten.
  • Trek vanaf beide zijkanten twee lijnen naar de middenstip. 
  • Teken hiertussen schilderijen. Zorg dat de schilderijen aan de bovenkant op gelijke hoogte zijn.
  • Trek lijnen vanaf de onderrand tot het middelpunt voor de vloer.
  • Teken schilderijen van opdrachten die eerder dit schooljaar gemaakt zijn of kies voor werk van bekende kunstenaars. 
  • Kleur in met kleurpotlood. 

Beeldaspecten: ruimte, kleur.
Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 8. 

zaterdag 7 mei 2011

Puzzeltekening

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. viltstiften
  3. zwart papier
  4. lijm
Kinderen tekenen met potlood organische vormen op hun witte tekenvel en kleuren die in met viltstift. Vervolgens worden alle vlakken losgeknipt en met een kleine ruimte ertussen op een vel zwart karton geplakt. Zorg ervoor dat je het stukje wat je geknipt hebt direct op de goede plek legt, om te voorkomen dat je straks uren aan het puzzelen bent!