dinsdag 25 februari 2014

Mythologische dieren


door Mike, groep 7
Wat heb je nodig?
  1. tekenpapier A4
  2. grijs potlood
  3. Oost-Indische inkt
  4. kroontjespen
  5. zwart papier
  6. bruin inpakpapier
  7. schaar en lijm
Fabeldieren zijn wezens die in de loop van de geschiedenis in de fantasie van mensen zijn ontstaan. Fabeldieren hebben vaak menselijke trekjes. Zo kan een sfinx praten en raadsels verzinnen. De weerwolf is een mens die zo nu en dan in een wolf verandert. Vaak zijn de fabeldieren ook combinaties van andere dieren, of hebben zij een onnatuurlijk aantal lichaamsdelen, zoals  tien koppen of zes poten.
Deze mythische wezens gaan zeer ver terug. We komen ze tegen in sprookjes, legendes en mythologische verhalen. Meer recent zullen de leerlingen ze kennen uit de wereld van Harry Potter. 

Bespreek wat fabeldieren zijn en laat afbeeldingen zien. Wat maakt een fabeldier tot een fabeldier, m.a.w. wat is het verschil met een bestaand dier?

Wat moet je doen?
  • Teken met potlood een fabeldier. Teken nog geen details. 
  • Trek over met Oost-Indische inkt. 
  • Vul het dier met patronen. 
  • Knip je dier uit en laat ongeveer een halve cm wit eromheen. 
  • Plak de tekening op bruin inpakpapier.
  • Knip dit met 1 cm rondom uit. 
  • Plak het werk vervolgens op zwart papier.  

Tekeningen gemaakt door leerlingen van groep 7. 
Beeldaspecten: lijn 

maandag 13 januari 2014

Blokkenboom

Door Fabian, groep 8 

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op 21 bij 27 cm (A4 stukje afsnijden)
  2. liniaal
  3. passer
  4. potlood
  5. kleurpotloden
  6. zwarte fineliners
Teken een rasterpatroon van blokken 3 bij 3 cm. Teken met een passer een cirkel iets boven het midden van het blaadje. Teken een boom en zorg dat de takken binnen de cirkel vallen. Teken met een zwarte stift patronen in de stam en de takken. Kleur de blokken in de cirkel in met warme kleuren. Kleur de blokken buiten de cirkel in met koude kleuren en maak daarbij het verschil tussen onder en boven de horizonlijn zichtbaar. Breng kleurnuances aan door harder of zachter op je potlood te drukken.

In deze les werk je aan de beeldaspecten: kleur (warm-koud), nuance (hard-zacht drukken) en vorm (tekenen van patronen).
Technieken: raster tekenen m.b.v. liniaal, werken met een passer, tekenen van patronen.


Bron: Tinyartroom. 

dinsdag 12 november 2013

Berkenbos in de herfst

Door Luuk, groep 8
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A4 formaat
  2. schilderstape
  3. tamponneerkwasten
  4. lichtblauw bordkrijt
  5. plakkaatverf
  6. houtskool
Bekijk foto's (google op 'autumn birch trees') op het digibord van berkenbomen en bespreek de opvallende dingen: de lange witte stam, de grijszwarte lijnen als gevolg van het horizontaal afbladderen van de bast, de vele herfstkleuren in het blad. Vertel dat vooraan de blaadjes nog individueel te zien zijn en je dus meerdere kleuren ziet, en dat je naarmate je verder weg kijkt deze kleuren steeds meer samensmelten tot één kleur. 
Leg uit hoe je dit met een tamponneerkwast doet: geen kleuren mengen, maar de kwast in meerdere kleuren tegelijk dopen en dan lichtjes stampen. Laat de leerlingen dit eventueel op een kladje eerst uitproberen. 

Plak van bovenaf een aantal stroken schilderstape op het papier in verschillende lengtes. Teken een horizonlijn. Tamponneer de bodem in herfstkleuren; vooraan meerdere kleuren, naar achteren verlopend in één kleur. Tamponneer het resterende blad aan de bomen. Hier kan ook nog groen aan zitten! Laat het werk drogen en kleur de lucht dan blauw. Trek het schilderstape er voorzichtig af. Teken met houtskool de zo specifieke berkenstreepjes. 

zaterdag 19 oktober 2013

De man met de grote mond - Paul Klee


Door Frederieke, groep 5
Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A2 formaat
  2. kwasten
  3. plakkaatverf
  4. potlood
  5. zwarte markeerstift
  6. schaar
  7. lijm
  8. behangpapier
Paul Klee (1879 – 1940) is een Duits/Zwitserse kunstschilder. Zijn werk behoort tot de moderne kunst. Klee ontwikkelde zich als autodidact en liet meer dan 9000 kunstwerken na. In 1912 maakte hij kennis met werk van Picasso en Malevitsj en ontmoette hij Robert Delaunay, die kleur het belangrijkste element in de schilderkunst vond. Na een reis naar Tunesië in 1914 ging Klee steeds kleurrijker en abstracter schilderen. Hij schildert landschappen, portretten, dieren, mythologie, geheimzinnige machines. In zijn werk combineert hij abstracte en figuratieve vormen. Het werk van Klee valt niet onder één stroming: surrealisme, kubisme, abstractie zijn termen die op zijn schilderkunst van toepassing zijn. Hij wordt ingedeeld bij het expressionisme (Bron: Wikipedia).


Laat het schilderij op het digibord zien. Schrijf aan de linkerkant 'ja' en aan de rechterkant 'nee'. Typ de volgende zinnen op het bord:
  • Hij heeft een grote mond
  • Zijn neus is precies even lang als zijn kin
  • Hij heeft krullen
  • Hij kan goed ruiken
  • Hij is bang
  • Zijn neus lijkt op een mes
  • De ogen zijn blauw
  • Hij ziet er brutaal uit
  • Hij ziet er boos uit
  • Hij heeft geen oren
  • Zijn gezicht bestaat uit puzzelstukjes
  • De kleuren zijn somber
  • Ik zie alleen felle kleuren
Laat de leerlingen een voor een de zinnen naar de goede plek slepen. 

De leerlingen tekenen een gezicht van de zijkant waarbij de neus even ver uitsteekt als de kin. Teken twee ogen. Verdeel het gezicht in vlakken. Kleur elk vak in met plakkaatverf en gebruik hiervoor alleen mengkleuren, net als Paul Klee deed. Alleen de ogen mogen in de basiskleur blauw worden geschilderd.
Wacht tot het werk droog is en omrand dan alle kleurvlakken met een zwart markeerstift. Knip het werk uit en plak het op gekleurd papier of een stuk behangpapier. 

Deze opdracht is gedaan in groep 5/6. De moeilijker variant is om het gezicht te tekenen met slechts één lijn. Je mag je potlood dan dus niet van het papier halen. 

Door Zahra, groep 5

Bron: Paul Klee voor kinderen, door Birgit Brandenburg 

dinsdag 1 oktober 2013

Huizengroep in één kleur

Benodigdheden:
  1. vel tekenpapier op A1 formaat
  2. stroken tekenpapier van 10 bij 20 cm (A4 in drieën gesneden)
  3. diverse kleurmaterialen naar keuze: wasco, oliepastel, kleurpotloden, stiften, verf, ecoline enz.
  4. zwarte fineliner
  5. vloeibare waterverf
  6. grote kwast
  7. schaar 
  8. lijm
Cinque Terre, Italië, Kust, Zee, Vakanties, Kleurrijke


Een vakantie in Italië was de inspiratie voor deze les: dit is het prachtige Cinque Terre. Laat foto's zien van deze plek en bespreek s de opvallende dingen: de kleuren van de huizen zijn bijna allemaal uit een kleurgroep, ze hebben veel ramen, de huizen staan niet naast elkaar maar achter en voor elkaar (overlapping). Je ziet dus de onderkant van de huizen die niet op de eerste rij staan, niet.

De kinderen vormen groepjes van vier en bepalen samen welke kleur ze kiezen. Een van de leerlingen maakt eerst de achtergrond: teken met witte wasco sterren of wolken op het grote witte vel en verf er overheen met vloeibare waterverf. Laat ongeveer twee cm van de zijkant wit. Het wit stoot de waterverf af en wordt na het kleuren dus zichtbaar. 
Op de smalle tekenvellen tekenen de kinderen hoge huizen, met ramen en deuren en versierselen. Inkleuren met materiaal naar keuze en aandacht voor textuur. Trek de huizen en de ramen om met zwarte fineliner en knip ze uit. Zorg per groep voor ca. 15 huizen. 
Leg de huizen op het geverfde grote vel en maak zo een mooie collage. Let op dat je geen onderkanten van de huizen die niet vooraan staan, ziet. 

Door leerlingen van groep 7/8

donderdag 5 september 2013

Blikvanger

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A5 formaat
  2. kleurpotloden
  3. fineliners
Bekijk elkaars ogen. Uit welke onderdelen bestaat een oog? Hoe is de vorm van een oog? Welke kleuren kom je tegen in de iris? Hoe kun je dit in je tekening terug laten zien? Wat valt op aan de pupil?
Bekijk eventueel filmpjes op YouTube, Hoe teken ik een oog/How to draw eyes. 

Kinderen tekenen op een A5 vel een oog en kleuren dit in met kleurpotlood. Veeg de kleuren met je vingers uit zodat ze in elkaar overlopen. Eventueel kunnen accenten aangebracht worden met een zwarte fineliner. 

Tekeningen zijn gemaakt door leerlingen van de brugklas.


zondag 25 augustus 2013

Bij de bijtjes


Benodigdheden:
  1. witte wasco
  2. viltstift
  3. vloeibare waterverf
  4. kwast
Vouw het witte tekenvel in tweeën. Teken op beide helften met potlood een bij. Kleur het lijf in met zwarte en gele viltstift. Kleur de kop zwart en houd daarbij twee puntjes wit voor de ogen. Teken met zwarte viltstift zes poten en twee vleugels. Teken in de vleugels met witte wasco de nerven.
Schilder de achtergrond en de vleugels met vloeibare waterverf. Houd daarbij een rand van ongeveer één cm wit.  
Door leerlingen van groep 5/6 

maandag 17 juni 2013

Kasteel in de zon, in de stijl van Paul Klee

 
Door Mayke, groep 6
Benodigdheden:
  1. tekenpapier met tekst 
  2. wasco
  3. waterverf
  4. penselen 
  5. potten water
Paul Klee (1879 – 1940) is een Duits/Zwitserse kunstschilder. Zijn werk behoort tot de moderne kunst. Klee ontwikkelde zich als autodidact en liet meer dan 9000 kunstwerken na. In 1912 maakte hij kennis met werk van Picasso en Malevitsj en ontmoette hij Robert Delaunay, die kleur het belangrijkste element in de schilderkunst vond. Na een reis naar Tunesië in 1914 ging Klee steeds kleurrijker en abstracter schilderen. Hij schildert landschappen, portretten, dieren, mythologie, geheimzinnige machines. In zijn werk combineert hij abstracte en figuratieve vormen. Het werk van Klee valt niet onder één stroming: surrealisme, kubisme, abstractie zijn termen die op zijn schilderkunst van toepassing zijn. Hij wordt ingedeeld bij het expressionisme. (Bron: Wikipedia)

Print een willekeurige tekst op tekenpapier. Ik had gekozen voor de Wikipedia-pagina over Paul Klee. Laat het werk Castle and Sun van Klee zien en bespreek de kenmerken. Uit wat voor figuurtjes is het kasteel opgebouwd? Welke kleuren zijn gebruikt? 
De leerlingen tekenen met wasco in een kleur die afsteekt bij de te kiezen waterverf (scherpe punt, zodat de lijnen dun worden) een kader rondom de tekst. Daarna tekenen ze een gebouw dat alleen bestaat uit rechthoeken, vierkanten en driehoeken. Gebruik geen liniaal, want de tekst biedt voldoende steun.
Vul de vlakken in met waterverf. Kies voor koude of warme kleuren. Zorg dat er geen dezelfde kleuren naast elkaar komen.

maandag 27 mei 2013

In de stijl van Ton Schulten

Wat heb je nodig?
  • tekenpapier A4
  • plakkaatverf in geel, rood, blauw en zwart
  • liniaal
  • potlood
  • kwasten
Over de kunstenaar
Ton Schulten (1938) is een Nederlandse schilder,geboren en getogen in Ootmarsum. Zijn voornaamste inspiratiebron is het Twentse coulissenlandschap, een halfopen landschap dat door de beplanting van heggen en houtwallen lijkt op een toneel met coulissen.

Instructie
Bekijk werk van Schulten en bespreek wat opvalt:
  • kleurgebruik
  • de 'gordijnen' aan de zijkant
  • eenvoudige vormen 
  • indeling in vakken
Wat moet je doen? 
  1. Verdeel het tekenvel in 24 vakken (4 bij 6). 
  2. Verf  vakken in de kleuren geel, rood en blauw en de mengkleuren hiervan. Elke kleur mag maar drie keer voorkomen. 
  3. Laat dit drogen.
  4. Schilder met een smalle kwast en zwarte verf eenvoudige huizen over de scheidingslijnen. 

dinsdag 14 mei 2013

Portret in de stijl van Picasso

Wat heb je nodig?
  1. bruin of lichtblauw tekenpapier A4
  2. oliepastelkrijtjes
  3. wit bordkrijt
Vooraf
Pablo Picasso (1881 - 1973) is een van de beroemdste kunstenaars aller tijden. Hij was beeldhouwer, grafisch ontwerper, pottenbakker, tekenaar en schilder.
Op 19-jarige leeftijd ging hij in Parijs wonen. Hij schilderde de armoede om hem heen. Zijn schilderijen uit die tijd zijn somber. We noemen dit de Blauwe Periode (1901-1904). Daarna werden Picasso's schilderijen vrolijker. Hij ging circusclowns en -artiesten schilderen in zijn Roze Periode (1904-1906).
Afbeeldingen die meer leken op verwarde puzzelstukjes volgden op deze Roze Periode. Soms gebruikte Picasso stukjes uit de krant, knopen, stof of touw en werden zijn werken collages.
Les demoiselles d' Avignon was het begin van zijn kubistische werk. Kubisten schilderden hun model of onderwerp van zoveel mogelijk kanten. Zo schilderde Picasso een vrouw die naar rechts kijkt terwijl haar neus naar links wijst. Het lichaam schilderde hij alsof het uit vierkanten bestond die naar allerlei kanten gericht waren. Kubistische werken lijken net puzzels. Het is alsof er iemand is geschilderd die in een gebroken spiegel kijkt.


Instructie
Toon kubistische werken van Picasso en bespreek wat opvalt.

Wat moet je doen? 
  1. Teken met wit bordkrijt een portret in de stijl van Picasso. Ogen, neus en mond kunnen dus op andere plaatsen zitten en vanuit een ander gezichtspunt te zien zijn en de stijl van de tekening moet hoekig zijn. 
  2. Verdeel de onderdelen van het gezicht en haar ook in vlakken. 
  3. Kleur in met oliepastels. 
  4. Omlijn de gezichtsonderdelen, gezicht en haarlijn met zwarte oliepastel.

Kunstwerken gemaakt door leerlingen van groep 8.