dinsdag 29 juni 2010

Planten van tante

Door Jeffrey, groep 7
Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier van 20 bij 20 cm
  2. stukje linoleum van 20 bij 20 cm
  3. potlood
  4. gutsjes
  5. drukpers
  6. witte blockprint
  7. glasplaat
In de vensterbank van tante Ans staat een bonte verzameling planten. Grote potten, kleine potten, hoge en lage planten, veel blad of juist heel weinig, planten met bloemen of juist zonder. Als het 's avonds donker is in de kamer van tante Ans is, ziet die verzameling planten er soms uit als een groep grote griezels ...

Teken de planten van tante Ans op een stuk linoleum en guts de voorstelling uit. Maak verschil in de bloempotten door de hele pot weg te gutsen of juist een randje te laten staan. Of breng versieringen aan in de potten.
Schud de fles blockprint goed zodat de olie zich vermengt met de kleurstoffen. Druppel de verf op de glasplaat en rol dit met een linoroller goed uit. Rol het lioleum goed in en maak zo meerdere afdrukken, waarvan de beste dan bewaard blijft.

Bij deze les werken we aan het beeldaspect ruimte. Door de voorstelling weg te snijden, blijft de achtergrond staan en krijgen we een negatieve voorstelling. Snijd je de achtergrond weg, dan krijg je juist een positieve voorstelling.

zondag 27 juni 2010

Op art kubus

Door leerlingen van groep 8
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier gesneden 21 bij 29 cm
  2. potlood
  3. liniaal
  4. viltstiften
  5. lijm
Je kunt voor deze les een gekopieerde uitslag van een kubus geven, maar de kinderen kunnen deze uitslag ook zelf tekenen. In mijn klas heb ik het aan de hand van een begeleide instructie gedaan.
  1. Leg het tekenvel voor je met de smalle kant naar boven.
  2. Zet bovenaan het vel een stipje op 7 cm en op 14 cm.
  3. Doe hetzelfde onderaan het vel.
  4. Verbind de lijnen van boven naar beneden.
  5. Zet aan de rechterkant van het vel stipjes op 7, 14, 21 cm en 28 waarbij je bovenaan begint.
  6. Doe hetzelfde aan de linkerkant van het vel.
  7. Verbind de lijnen. Je hebt nu een vel met 12 vakken en drie kleine rechthoekjes onderaan (afbeelding 1).

Afbeelding 1

8. Nummer de vakken van links naar rechts heel dun met potlood. 9. Zet een kruis in vak 1, 3, 4, 5, 10 en 12 (afbeelding 2).

Afbeelding 2

10. Teken plakrandjes aan de zijkanten van blok 2 en 5. Trek hiervoor een lijn op 1 cm vanaf beide zijkanten met schuine lijnen naar de hoeken. 11. Teken plakrandjes aan alle drie zijden van blok 11. 12. Zet een kruis in de overgebleven smalle strookjes onderaan het vel.

Afbeelding 3

Zoek nu zes verschillende vormen van optische illusies (zie foto's hieronder) en teken die op de zes zijden van de kubus. Inkleuren met viltstift en eventueel de vakjes omlijnen met een fineliner.
Knip de uitslag van de kubus uit en plak de zijden aan elkaar.

zaterdag 26 juni 2010

Stapelgek op ijs!

Door leerlingen van groep 3

Benodigdheden:
  1. gekleurd fotokarton A2 formaat
  2. bruin knutselpapier
  3. wit tekenpapier op A4 formaat
  4. plakkaatverf
  5. kwasten
  6. schoteltjes
  7. vloeipapier
  8. zout
  9. schaar
  10. plaksel
  11. goudkleurige viltstift
  12. fiberfill of watten
Bij deze opdracht maken de leerlingen gebruik van elkaars werk.
Verdeel de klas in zes groepjes. Geef elk groepje kinderen een aantal witte tekenblaadjes, een schoteltje met daarom één kleur plakkaatverf, zout, kwasten, een pot water en vloeipapier in een iets donkerder kleur dan de verf.
Meng plakkaatverf op een schotel met veel water, zodat het een lichte (ijs)kleur krijgt. Elk groepje verft dan een aantal vellen tekenpapier met deze verdunde plakkaatverf. Met zout kan textuur worden aangebracht en met kleine stukjes vloeipapier en water maak je stukjes chocola of fruit in het ijs. Zorg dat er van elke kleur zoveel vellen zijn dat elke leerling straks een half vel kan krijgen van alle zes kleuren. Hang de vellen aan een wasrek buiten te drogen.


Snijd de grote vellen gekleurd fotokarton in de lengte in drieën zodat je drie stroken krijgt van ca. 14 bij 60 cm. Geef elke leerling zo'n strook.
Elke leerling knipt uit het bruine knutselpapier een ijshoorntje. Doe dit door het vel over de lengte dubbel te vouwen en er vanaf de vouw een langgerekte driehoek uit te knippen. Teken met goudkleurige stift een wafelpatroon op dit hoorntje. Laat op het bord zien hoe dit moet.
Geef elke leerling een half vel geverfd papier van elke kleur. en laat hen hierop cirkels tekenen door een beker om te trekken. Knip de cirkels uit.
Plak de ijshoorn op het grote vel karton en leg daar bovenop zes verschillende kleuren ijsbolletjes. Denk eraan dat de eerste bol deels onder het hoorntje geplakt moet worden, zodat je kan zien dat hij in het hoorntje zit (overlapping). 
Knip tenslotte uit een stukje fiberfill een halve cirkel voor de slagroom of gebruik een half wattenschijfje. Voeg eventueel een ijsparasolletje toe.

dinsdag 22 juni 2010

Zeilboot

Door Naomi, groep 7
Benodigdheden:
  1. ribkarton
  2. wit karton
  3. carbonpapier
  4. stanleymes
  5. snijmat
  6. lijm
  7. patroon boot
  8. patroon mast en zeil


Vergroot het patroon tot het op een A4 past. Neem het patroon van de boot met carbonpapier over op wit karton. Knip of snijd de boot uit. Neem de strepen op de boot over op ribkarton en knip deze uit. Plak ze op de boot. Neem zeil en mast over op ribkarton en knip/snijd uit. Knip de zeilen nogmaals uit wit karton, en plak deze op de ribkarton zeilen. Doe hetzelfde met de vlag. Plak het werk op een gekleurde ondergrond.
Ook als groepswerk zeer geschikt. Alle leerlingen maken een (klein) bootje met diverse kleuren zeilen en plakken dit op een blauw geschilderd groot vel.

Aan de hand van deze les kunt u het begrip textuur uitleggen.

zondag 20 juni 2010

Oceaandieren

Door Kiki, groep 8
Benodigdheden:
  1. zwart papier op A4 formaat
  2. pastelkrijt
  3. lijm die doorzichtig opdroogt, zoals houtlijm
  4. haarlak
  5. gekleurd papier als achtergrond
Welke dieren leven in de oceaan? Dat zijn niet alleen maar vissen! Er leven ook zoogdieren zoals de walvis, de walrus en de zeehond. En wat te denken van kwallen, krabben, inktvissen, zeepaardjes of zeeschildpadden?
De leerlingen kiezen een oceaandier en schetsen dit met potlood op zwart papier. Teken ook de leefomgeving van het dier en denk daarbij aan het beeldaspect ruimte: diepte, overlapping en afsnijding. Teken niet te veel details, want we trekken de lijnen over met lijm.

Om te tekenen met lijm, kies je houtlijm. Deze lijm is wit, dus goed zichtbaar tijdens het tekenen. Bij het opdrogen wordt de lijm transparant, zodat je door de getekende lijnen de papierkleur nog ziet.
Laat leerlingen eerst op een kladblaadje oefenen in het tekenen met lijm:

  • Niet druppelen, maar het spuitmondje op het papier zetten; 
  • Beweeg de lijmflacon van je af, terwijl je zachtjes in het flesje knijpt; 
  • Schrik niet van vlekken, dit zie je later niet eens meer!



Trek je schetslijnen over met lijm. De lijm is droog als het doorzichtig is geworden. Dit kan enkele uren duren. Kleur je tekening in met pastelkrijtjes of gekleurd bordkrijt. Veeg met je vingers in het krijt om kleurnuances aan te brengen. Met een tissue kun je het krijt later van de lijm afgeveegd worden, zodat er duidelijk zwarte contourlijnen blijven staan.
Ten slotte fixeer je de pastelkrijttekening geixeerd worden met haarlak. Geen paniek als bij het spuiten ineens alle kleur verdwijnt, dit komt na droging van de haarlak (enkele seconden) weer terug! Plak het werk op een gekleurde achtergrond.

Door leerlingen van groep 8

dinsdag 15 juni 2010

Check dit insect


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. kleurpotloden
  3. zwarte viltstift
  4. schaar
  5. lijm
  6. gekleurd papier voor achtergrond
Bespreek de anatomie van insecten aan de hand van afbeeldingen. Er zijn een aantal kenmerken die voor insecten gelden. Zo bestaat het lichaam uit drie delen (al is dit niet altijd duidelijk te zien, omdat delen soms versmolten zijn - bij lieveheersbeestjes- of juist weer gespeten -bij mieren- ). De drie belangrijkste delen zijn kop, borststuk en achterlijf. Aan de kop zitten de ogen, kaakdelen en voelsprieten. Het borststuk draagt de poten en eventuele vleugels.

Aan deze basisvoorwaarden moet het insect wat de leerlingen gaan tekenen, voldoen. Verder is de opdracht vrij, dus kleurgebruik en vorm mag je zelf invullen.

Vouw een A4 vel over de lengte dubbel. Schets tegen de vouw de helft van een fantasie-insect. Als je tevreden bent over je schets, trek je de lijnen met grijs potlood dik over. Hard drukken! Vouw vervolgens het tekenvel dicht en trek op de achterkant van de helft waar je net hebt getekend, het dier nog een keer heel precies over. Druk opnieuw hard, zodat de eerdere potloodlijntjes straks zichtbaar worden op de andere helft! Of: leg de tekening op een priklap en trek hem dan over. Het doordrukken zal dan beter gaan. Vouw dan het vel open. Je zult zien dat je insect nu heel licht op de andere helft van het tekenvel staat. Trek deze dunne lijntjes met grijs potlood over en druk opnieuw hard.
Je symmetrische insect is nu klaar om ingekleurd te worden. Ook het inkleuren moet symmetrisch gebeuren. Laat je fantasie de vrije loop!
Omlijn je tekening met zwarte viltstift. Knip hem uit met een halve cm extra wit. Plak je insect op een gekleurde ondergrond.

Beeldaspecten bij deze les: lijn.
Techniek: een symmetrische tekening maken, kleuren, omlijnen, knippen en plakken.
Beeldende termen: symmetrisch.

Door leerlingen van groep 4

zaterdag 12 juni 2010

Blaas op, Engels drop

Door Malou, groep 7

Benodigdheden:
  1. Engels drop
  2. grijs knutselpapier op A3 formaat
  3. oliepastels
Maak groepjes van twee leerlingen. Koop een paar zakken Engels drop (wij hadden een zak Engels drop per zes leerlingen). Verdeel ze zo over de tweetallen dat elk duo een compositie van verschillende dropjes kan maken.
Geef de leerlingen een grijs tekenvel. Grijs, omdat hierop de oliepastelkleurtjes iets minder fel zullen zijn en ook het wit van de dropjes goed zichtbaar wordt. Laat de kinderen een mooie compositie maken van de snoepjes.
Op het grijze vel tekenen de leerlingen de dropjes groot na. Ze moeten echt worden opgeblazen! Er moet direct met oliepastel getekend worden, dus niet eerst schetsen met potlood. Het hele papier moet vol, dus aan de randen zullen halve snoepjes te zien zijn (afsnijding).

Kleur alles dropjes in. Kijk daarbij goed naar de lichtval: welk deel van het dropje zie je donkerder, en welk deel het lichtst? Varieer in donkere en lichte kleuren door harder of zachter in te kleuren, of een donkerder variant van een kleur te kiezen (beeldaspect: nuance). En natuurlijk worden de Engels dropjes na de tekenopdracht lekker opgegeten!

Blaas op, Engels drop - door leerlingen van groep 7

woensdag 9 juni 2010

Op art lijnenspektakel 2: Knoflook?

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A5 formaat
  2. fineliner
  3. gekleurd papier voor achtergrond
  4. lijm
Zet verspreid over het papier stipjes en verbind deze met gebogen lijnen. Teken daaromheen meer gebogen lijnen, steeds uitgaand van de stippen. Het lijken wel knoflookteentjes!

zondag 6 juni 2010

Op art lijnenspektakel

Door Danjel, groep 8

Deze les vond ik op de weblog Art with Mister E. Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A5 formaat
  2. kleurpotloden of viltstiften
  3. zwarte fineliner

Stap 1. Teken een flauw golvende lijn op het tekenblaadje.


Stap 2. Zet verdeeld over deze lijn 8 stippen. Zet de twee van de stippen op 1 cm van de zijkanten. Verbind de stippen met een fineliner zoals op het voorbeeld. De lijnen aan de zijkant moeten lopen naar een fictieve stip buiten het tekenvel.
Maak het vel vol. Lijnen mogen elkaar niet kruisen. Laat sommige slierten breder worden, zodat de naast liggende sliert smaller wordt.
Kleur de tekening in met kleurpotlood of viltstift. Bij het inkleuren met kleurpotlood breng je kleurnuances aan door hard of zacht te kleuren. Hard drukken op de dieperliggende delen, zodat de kleur donkerder wordt, en zacht op de delen die 'bovenop' liggen. Goede oefening in drukcontrole!

donderdag 3 juni 2010

Klaprozen in de wind

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. plakkaatverf
  3. klaprozen of afbeeldingen van klaprozen
  4. kwasten
Klaprozen zijn met name in het Verenigd Koninkrijk, Canada en de VS het symbool van de Eerste Wereldoorlog omdat ze op de slagvelden in Vlaanderen uitbundig bloeiden. In het beroemde gedicht 'In Flanders Fields' worden deze 'poppies' dan ook genoemd. Bij de Engelse nationale dodenherdenking, Remembrance Day, worden door de koningin klaprooskransen gelegd. Geen echte overigens, omdat klaproosbloembladen zeer snel uitvallen.

Bij ons hebben klaprozen geen symboolwaarde, maar ze zijn wel erg mooi om te schilderen! Bekijk de meegebrachte klaprozen of de afbeeldingen ervan. Bespreek de opvallende kenmerken van de bloem: tere satijnachtige bloemblaadjes en een donker hart dat door de bloemblaadjes heen schijnt. Omdat de bloemen heel licht zijn, zie je ze in weilanden altijd heen en weer wiegen op de wind.

De leerlingen schilderen een aantal klaprozen op de bovenste helft van hun vel. Met zwart worden de stelen slingerend naar beneden getrokken, alsof de klaprozen in de wind staan te wiegen. Met potlood een rood kader om het vel en opplakken op een zwarte achtergrond.

Door leerlingen van groep 6

Dagje aan het strand

Ingekleurd met viltstift, door Yeliz, groep 8

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A3 formaat
  2. viltstiften of kleurpotloden
  3. waterverf of aquarelpotloden
  4. penselen
  5. pot water
  6. lijm
  7. gekleurd papier als achtergrond
Ik ga een dagje naar het strand en neem mee …… een leuk spelletje om de les mee te beginnen!

De leerlingen tekenen zichzelf van bovenaf gezien op een badlaken. Op het badlaken liggen de spulletjes die ze bij zich hebben als ze naar het strand gaan: zonnebrandolie, een mobieltje, een boek of tijdschrift, een blikje drinken enz. Het badlaken heeft vrolijke kleurtjes en past bij degene die erop ligt.
Begin met het inkleuren van het lichaam en het gezicht. Dit doen we met waterverf of aquarelpotloden, omdat hiermee goed de huidskleur te maken is. De rest wordt ingekleurd met dikke viltstiften of met kleurpotlood (stevig drukken!), zodat het een kleurig geheel wordt. Plak het werk tenslotte op een gekleurde achtergrond.

Ingekleurd met kleurpotlood, door Jetse en Laurens, groep 8