Posts tonen met het label kleurenleer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleurenleer. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

Zonnige gezichten

Wat heb je nodig? 
  • tekenpapier in vierkant gesneden
  • waterverf
  • penselen
  • potten met water
  • dikke zwarte stiften
Instructie
Bespreek aan de hand van de kleurencirkel wat warme en koude kleuren zijn. 
Wat moet je doen? 
  1. Vouw het tekenvel in vieren.
  2. Teken een cirkel met een passer of leg een schotel in het midden en trek om.  
  3. Schets een  zonnig gezicht: ogen (iets boven het midden), neus, mond, wimpers, wenkbrauwen. 
  4. Teken zonnestralen rond het gezicht. 
  5. Verf de vier vlakken van het gezicht in verschillende warme kleuren.
  6. Verf de onderdelen van het gezicht ook in warme kleuren. 
  7. Verf de achtergrond in verschillende koude kleuren. 
  8. Laat drogen. 
  9. Trek alle onderdelen om met dikke zwarte stift.
  10. Trek de vouwlijnen over met zwarte stift.

Werkstukken van leerlingen uit groep 7 en 8. 

zaterdag 1 november 2025

Berken in de herfst

Benodigdheden: 

  1. A3 tekenpapier*
  2. schilderstape in verschillende breedtes
  3. vloeibare waterverf rood, geel+groen
  4. kwasten
  5. plakkaatverf 
  6. tamponneerkwasten
  7. oude plastic winkelpasjes/klantenkaarten
  8. schoteltjes en jampotjes
    *Kies dik tekenpapier, zodat het niet scheurt bij het verwijderen van de tape . 
Bekijk berkenbomen op het digibord. Wat valt op?

  • stammen zijn recht
  • stammen zijn wit/grijzig
  • horizontale afbladderende bast
  • herfstkleuren oranje, geel, rood, bruin

Wat moet je doen?
Stap 1
Leg het tekenvel voor je met de smalle kant naar beneden. Plak brede stroken tape van boven naar beneden, dit zijn de boomstammen. Plak smalle stukjes tape aan de stammen voor de takken. Let op: takken groeien omhoog!

Stap 2
Verf met verdunde vloeibare waterverf horizontale banen voor de achtergrond. Je kunt over de tape heen verven. Laat drogen en haal de tape er voorzichtig af. 

Stap 3
Doe wat zwarte plakkaatverf op een schaaltje. Doop je klantenpasje in de verf. Trek het pasje dan op verschillende plekken van links naar rechts (of andersom!) tot halverwege de stam zodat er zwarte vegen ontstaan. 

Stap 4
Spuit enkele warme kleuren plakkaatverf + groen op een bordje. Tamponneer bladeren bovenaan de bomen. Meng de kleuren niet, maar doe meerdere kleuren tegelijk aan de kwast. 

Stap 5
Ophangen! 

Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 3. 
Beeldaspecten: kleur, lijn. 
Begrippen: koude en warme kleuren, tamponneren.

donderdag 9 oktober 2025

Met een gouden randje

Benodigdheden:
  • wit tekenpapier op A4 formaat
  • potlood
  • liniaal
  • plakkaatverf
  • kwast
  • goudkleurige markeerstift
Vraag leerlingen herfstbladeren meenemen. Bespreek de vormen: hartvormig, ovaal, rond, langwerpig enz. Ook de samenstelling van de bladeren kan verschillen: een blad kan enkelvoudig zijn of samengesteld uit meerdere blaadjes (geveerd of handvormig). 

Wat moet je doen?
  1. Schets een aantal bladeren op het tekenvel: alleen de buitenranden en de steel. Ze mogen elkaar niet overlappen, wel mogen delen van het blad van het tekenvel 'afvallen'. Maak het tekenvel vol. 
  2. Trek met potlood en liniaal schuine lijnen: twee van links naar rechts en twee van boven naar beneden. Zorg dat de lijnen de blaadjes doorkruisen.  
  3. Kies vier warme kleuren: twee voor de bladeren en twee voor de achtergrond. Verf binnen een vak de bladonderdelen in één kleur en de achtergrond in een andere kleur. In het vak ernaast krijgen de bladonderdelen kleur drie en de achtergrond kleur vier.
  4. Laat drogen. Trek de buitenlijnen van de blaadjes en de schuine lijnen over met goudkleurige stift. 
Beeldaspecten: vorm, kleur, nuance
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 8. 

dinsdag 30 mei 2023

Lesje over kleuren

Benodigdheden:

  1. vier 'kaartjes' tekenpapier, 10 bij 7 cm
  2. potlood
  3. liniaal
  4. viltstiften of kleurpotloden
  5. zwart karton voor achtergrond

Bespreek de termen primaire en secundaire kleuren aan de hand van een afbeelding van de kleurencirkel. Wat zijn primaire kleuren en waarom heten ze zo? Wat zijn de secundaire kleuren, hoe maak je ze en waarom heten ze zo? Wat zijn de neutrale kleuren?  
Bespreek het woord kleurnuance.

Wat moet je doen?
  1. Teken met dunne zwarte stift een kader op 2 mm van de kant op de kaartjes. 
  2. Teken met potlood een patroon naar keuze op elk kaartje. 
  3. Kleur de kaartjes in volgens de besproken termen. 
  4. Omlijn de patronen met dunne zwarte stift. 
  5. Plak de kaartjes op een zwarte ondergrond.      
  6. Schrijf de geleerde woorden erbij. 
Beeldaspecten: kleur, lijn, nuance.


zondag 8 november 2020

Hetzelfde dier - verschillende kleuren

Benodigdheden:

  1. tekenpapier A5 formaat
  2. wasco
  3. vloeibare waterverf 
  4. kwasten
Teken twee keer hetzelfde dier op twee vellen tekenpapier. Kleur het ene dier in met warme kleuren en het andere met koude kleuren. 
Verf de achtergrond met sterk verdunde vloeibare waterverf: warme kleuren bij het 'warme' dier, koude kleuren bij het 'koude' dier.  


Beeldaspect: kleur. 


zondag 18 oktober 2020

In 'De Fabriek' van Andy Warhol

door leerlingen van groep 3
Benodigdheden:

  1. vouwblaadjes 12 bij 12 cm
  2. zwart papier 50 bij 15 cm
  3. plakkaatverf
  4. zwarte markeerstift
  5. appels
De kunstenaar
Andy Warhol (VS, 1928-1987) is een van de bekendste en succesvolste popart (popular art) kunstenaars. Popart kunstenaars kozen hun onderwerpen uit de massacultuur: reclame, tijdschriften, films, strips en grafische vormgeving. Met hun kunstwerken reageerden ze op de stortvloed aan beelden die over iedereen heen kwam. Warhol maakte zo zijn beroemde Campbell Soup kunstwerk.
Andy Warhol gebruikte in zijn kunstwerken afbeeldingen die verwezen naar de consumptiemaatschappij, bv. de Campbell Soup blikken en colaflesjes. Voorwerpen uit het dagelijks leven werden zo kunst. Zijn werken waren zeefdrukken, een techniek die tot dan toe aan in de grafische wereld werd gebruikt. Door te kiezen voor zeefdruk kon Warhol zijn kunstwerken in massaproductie maken. 
Ook Hollywood en filmreclames waren een favoriet onderwerp van Warhol. Zijn zeefdrukken van Marilyn Monroe zijn wereldwijd bekend.  

The Factory
Warhol werd zo beroemd dat hij gevraagd werd portretten in opdracht te maken. Hij deed dit volgens een vaste handelswijze: hij maakte meerdere foto's, koos de beste uit en maakte er een zeefdruk van. Daarna kleurde hij de print in met verf. Binnen een serie portretten veranderde hij details, bv, een andere kleur of omlijning. 
Op het hoogtepunt van zijn roem werkten er meerdere mensen in Warhol's Factory. Kunst was een product geworden en de massaproductie van de kunstwerken sloot aan bij het onderwerp: de consumptiemaatschappij.

De les

Vertel over The Factory van Andy Warhol en dat we in de klas deze fabriek gaan imiteren. 
Vertel aan de hand van de kleurencirkel over complementaire kleuren. "Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel. Ze versterken elkaar, ze laten elkaar stralen." 

Check of de leerlingen het hebben begrepen. "Wat is de complementaire kleur van geel?"  etc.
Laat de kleurencirkel op het bord staan, zodat leerlingen kunnen kijken welke kleur ze moeten gebruiken.
Leerlingen krijgen elk vier vouwblaadjes en een halve appel. De appel wordt gedrukt in de complementaire kleur van het vouwblaadje. Dus: is het vouwblaadje oranje, dan druk je de appel met blauw. Elke leerling drukt zo vier keer. 


Laat drogen en plak de vier drukwerken op een strook zwart papier.

In de tweede les moet er nog een keer gedrukt worden. Kies de complementaire kleur van de eerste druk, dus op de blauwe appel komt nu een oranje druk. Laat de druk iets verschuiven, net als Warhol deed. Doe dit met alle vier drukwerkjes.


Laat drogen en omlijn de appel met een zwarte stift en teken pitjes en een steeltje. 


Beeldaspecten: kleur, ruimte (overlapping) 

Met dank aan Jeannette Janse 

vrijdag 13 mei 2016

Pauw met patronen

Door Yoni, groep 6

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. gekleurd papier voor achtergrond
  3. grijs potlood
  4. kleurpotloden en/of viltstiften
Teken onderaan het blaadje in het midden een pauw en kleur deze in.  Trek met een potlood lijnen naar de zijkanten en bovenkant van het vel. Vul de ontstane vlakken met patronen in alleen warme of alleen koude kleuren. Trek als je klaar bent de potloodlijnen en de buitenlijnen van de pauw over met een zwarte stift. Knip de onderkant weg - zie voorbeeldfoto, en plak het werk op een gekleurde achtergrond.

Door Lyan, groep 6

donderdag 12 mei 2016

Citrusfruit in complementaire kleuren


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. potlood+liniaal
  3. oliepastels
  4. waterverf
  5. penselen
  6. pot water 
  7. citrusvruchten
Bron van deze les is de website Arteascuola. 

Complementaire kleuren zijn de kleuren die in de kleurencirkel tegenover
elkaar liggen: rood - groen, geel - paars, blauw - oranje. Complementaire kleuren versterken elkaar. 

Begin de les met de kleurencirkel. Bespreek de primaire en de secundaire kleuren en voeg het begrip complementaire kleuren daaraan toe. 

Verdeel het papier met potlood en liniaal in 25 vakjes van 4 bij 4 cm. Meten en trekken van lijnen is voor veel kinderen lastig, dus neem de tijd of doe dit op een eerder moment, bv. bij de rekenles 😉

Geef elk groepje leerlingen een halve citrusvrucht en bespreek hoe die eruit ziet. Laat de leerlingen twee complementaire kleuren kiezen die ze willen  gebruiken. 
Teken met potlood de citrusvrucht na en trek deze lijnen over met oliepastel. Trek ook de rasterlijnen over tot aan de buitenlijn van de vrucht. 
Verf de fruitparten met verschillende tinten van de ene kleur en de blokken rondom in verschillende nuances van de tweede kleur.

Door leerlingen van groep 6

woensdag 2 december 2015

Bewegende lollybomen net als Hundertwasser


Wat heb je nodig?
  • tekenpapier A3 
  • plakkaatverf 
  • kwasten 
  • potten water 
  • restjes wit en gekleurd papier 
  • schaar 
  • splitpennen 
  • zware markeerstift
Over de kunstenaar
De Oostenrijkse kunstenaar en architect Friedensreich Hundertwasser (1928-2000) is vooral bekend geworden van de door hem ontworpen kleurrijke gebouwen gebouwd met aandacht voor milieu en natuur. Opvallend is dat rechte lijnen ontbreken, felle kleuren gebruikt zijn en veel gebouwen een typisch torentje hebben. De invloed van de Spaanse kunstenaar/architect Gaudi is duidelijk zichtbaar. Ook Hundertwassers schilderijen zijn uitbundig van kleur en bevatten voornamelijk glooiende lijnen.

Instructie
Laat werk van Hundertwasser zien en bespreek de opvallende kenmerken: kleurgebruik, glooiende lijnen, bomen die eruit zien als lolly's.

Wat moet je doen?
  1. Verf op het tekenvel brede golvende lijnen in warme of koude kleuren. 
  2. Trek ronde vormen om op restjes papier. 
  3. Verf ze met warme kleuren als je een koude achtergrond hebt of in koude  kleuren als je een warme achtergrond hebt. 
  4. Laat drogen alles goed drogen.
  5. Teken met zwarte stift patroontjes in de golven en de rondjes.
  6. Maak de rondjes op het grote vel vast met een splitpen.
  7. Knip stelen uit restjes gekleurd papier en plak die onder de rondjes.  
Kunstwerken gemaakt door leerlingen van groep 5. 

vrijdag 16 september 2011

Hetzelfde dier, verschillende kleuren

Door Milan, groep 3

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. oliepastels
  3. ecoline/vloeibare waterverf
  4. penseel
  5. pot water
  6. schetspapier
Een les over warme en koude kleuren.
Voor deze les tekenen de leerlingen een dier naar keuze op een wit tekenvel. Als de tekening klaar is, maakt de leerkracht een kopie. Dier één moet worden ingekleurd met warme kleuren, dier twee met koude kleuren. De achtergrond wordt gevuld met ecoline of vloeibare waterverf; ook hier warme en koude kleuren.
Plak beide tekeningen onder elkaar op een groot vel schetspapier.

woensdag 13 juli 2011

Lesje over kleuren


Doel van de deze les is dat leerlingen ontdekken wat het effect van primaire en secundaire kleuren op elkaar is.

Benodigdheden hiervoor:
  1. twee vellen wit of zwart papier op A3 formaat
  2. gekleurd papier in rood, geel, blauw, oranje, groen en paars
  3. lijm
Snijd vooraf uit gekleurd papier de vierkantjes voor de leerlingen. Per leerling heb je nodig: 5 vierkantjes van 5 bij 5 cm in alle zes kleuren en 5 vierkantjes van 3 bij 3 cm in alle zes kleuren.

Herhaal de termen primair en secundaire kleuren en benoem de kleuren. Vertel de leerlingen dat ze vandaag gaan bekijken hoe de kleuren op elkaar reageren. Hoe zou geel op blauw staan? Valt dat op? Hoe zit het met rood op paars? Welke kleuren zouden goed opvallen, welke juist niet?
Probeer met de groep te ontdekken hoe we dit systematisch kunnen onderzoeken. Uiteindelijk moet je tot het volgende concept komen:

A. primair op primair.
B. secundair op primair.
C. primair op secundair.
D. secundair op secundair.

primair op primair
A. Primair op primair.
Om alle combinaties van primair op primair te kunnen maken, heb je van elke primaire kleur 2 grote en 2 kleine vierkantjes nodig. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
blauw op geel en rood op geel
geel op blauw en rood op blauw
geel op rood en blauw op rood
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier. Schrijf eronder: primair op primair.

secundair op primair

B. Secundair op primair.
Om alle combinaties van secundair op primair te kunnen maken, heb je van alle primaire kleuren 3 grote vierkantjes nodig en van alle secundaire kleuren 3 kleine vierkantjes. Laat de leerlingen zelf onderzoeken hoe ze alle combinaties kunnen maken, of geef hen de volgende lijst:
- oranje op geel, paars op geel, groen op geel
- groen op blauw, oranje op blauw, paars op blauw
- paars op rood, groen op rood, oranje op rood
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier, waarbij de grote vierkantjes van dezelfde kleur naast elkaar staan. Schrijf eronder: secundair op primair.

primair op secundair

C. Primair op secnudair.
Om alle combinaties van primair op secundair te kunnen maken, heb je van elke secundaire kleur 3 grote vierkantjes nodig en van elke primaire kleur 3 kleine vierkantjes. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
geel op oranje, blauw op oranje, rood op oranje
geel op paars, blauw op paars, rood op paars
geel op groen, blauw op groen, rood op groen
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier, waarbij de grote vierkantjes van dezelfde kleur naast elkaar staan. Schrijf eronder: primair op secundair.

secundair op secundair 
D. Secundair op secundair.
Om alle combinaties van secundair op secundair te kunnen maken, heb je van elke secundaire kleur 2 grote en 2 kleine vierkantjes nodig. Je kunt dit de leerlingen zelf uit laten zoeken, of de oplossing aangeven:
paars op groen, oranje op groen
oranje op paars, groen op paars
paars op oranje, groen op oranje
Plak de diverse combinaties op een vel wit papier. Schrijf eronder: secundair op secundair.

Laat de leerlingen na het maken van dit werkstuk bekijken welke kleuren het meest constrasteren, welke je bijna niet ziet enz.

dinsdag 1 maart 2011

In de stijl van Gaston Chaissac

Door Luuk, groep 5
Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A3 formaat
  2. plakkaatverf in primaire kleuren
  3. kwasten
  4. pot water
  5. papieren doekjes
  6. dikke zwarte markeerstift
  7. zwart papier voor achtergrond
  8. lijm of nietapparaat
Gaston Chaissac (1910-1964) was een Franse schilder en dichter. Hij groeit op in een arm gezin en is vaak ziek. In 1934 verhuist hij naar Parijs en werkt als schoenmaker. Hij komt in contact met kunstenaars en besluit zichzelf te leren schilderen. In 1942 verhuist hij met zijn vrouw naar de Vendée. Het contact met Parijse kunstenaars en galerieën kan dan alleen nog per brief. Zijn werk werd alleen door hen gewaardeerd. Pas na zijn dood kreeg zijn werk erkenning bij het grotere publiek. Chaissac wordt een van de meest vrije en uitdagende figuren van de kunstwereld in zijn tijd genoemd. Hij gebruikte vele technieken en verwerkte ook vaak gebruikte materialen in zijn werk: schilderen van golfkarton, afkrabben van verf, gebruik van oude kranten, schillen, lappen etc. Daarnaast schilderde hij op elke ondergrond die hij tegenkwam, maakte pen- en inkttekeningen, aquarellen, olieverfschilderijen, collages en ongewone drie-dimensionale werken. Chaissac kenmerkte zijn eigen stijl als 'rustiek modern'. Hij wordt soms ook ingedeeld bij de kunststroming 'art brut' waartoe ook Dubuffet behoort.

Zonder titel, door Gaston Chaissac

Bekijk foto's van het werk van Chaissac en dan met name bovenstaand werk. Bespreek de opvallende kenmerken: dikke zwarte lijnen die kleurvlakken scheiden, weinig diepte, gezichten worden eenvoudig weergegeven, witte vlakken. Wat zouden die witte vlakken kunnen betekenen?
 Ik heb deze schilder mede gekozen om een les over het mengen van kleuren te geven. De leerlingen tekenen op hun vel eerst een hoofd en een of meer ledematen. Zet met potlood een kruisje in deze vlakken, want ze moeten wit blijven. Vervolgens wordt het blad met golvende lijnen verdeeld in niet te kleine vlakken. De leerlingen kiezen twee primaire kleuren verf en gebruiken deze om verschillende kleuren te mengen. Met deze mengkleuren worden de vlakken geverfd. Begin met de lichtste kleuren en voeg steeds wat meer van de donkere kleur toe. Als het werk droog is, worden alle vlakken omrand met een dikke zwarte markeerstift. Oneffenheden vallen zo weg onder de zwarte lijnen. Teken tenslotte ogen, neus en mond in het gezicht. Plak of niet het werk op een zwarte achtergrond.

Door leerlingen van groep 5

zaterdag 4 september 2010

Oefening in het mengen van kleuren

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A3 formaat
  2. gele, blauwe en rode plakkaatverf
  3. kwasten
  4. potlood
  5. liniaal
Doel van deze les is dat leerlingen leren hoe secundaire kleuren gemaakt worden. Laat vooraf de kleurencirkel van Itten zien en bespreek deze. Bespreek de termen primaire en secundaire kleuren. De kinderen maken met potlood een eenvoudig tekening op hun vel; in dit geval is gekozen voor een stilleven van vazen, maar je kunt ook kiezen voor huizen. Met liniaal en potlood wordt dan een raster getekend met vierkanten van 5 bij 5 cm. De vierkanten van de voorwerpen worden geschilderd met primaire kleuren rood, geel en blauw; hierbij mag niet dezelfde kleur naast elkaar komen. De achtergrondblokken worden geschilderd met de secundaire kleuren oranje, paars en groen. Ook hier: om en om, dus niet dezelde kleuren naast elkaar. Om vergissingen in het verven te voorkomen, is het handig om eerst met potlood de eerste letter van de kleur in de vakken te zetten.

dinsdag 18 mei 2010

Op art in complementaire kleuren

Benodigdheden:
  1. tekenpapier van 14 bij 14 cm
  2. liniaal
  3. potlood
  4. stukje karton van 6 bij 6 cm
  5. viltstiften
  6. zwart papier voor achtergrond
  7. schaar
  8. lijm
Vertel in de inleiding bij deze les over primaire en secundaire kleuren.
Hoe maak je de secundaire kleuren? Welke kleuren moet je daarvoor mengen? Laat aan de hand van een afbeelding van de kleurencirkel zien dat complementaire kleuren in de kleurencirkel tegenover elkaar liggen: blauw en oranje, geel en paars, rood en groen.

Verdeel het tekenvel in vier vakken van 7 bij 7 cm. Knip een vorm uit een stukje karton en trek deze in elk vak om. Trek met potlood om de cm verticale lijnen in de vakken. Kleur de vormen en achtergronden van de vierkantjes om en om in met complementaire kleuren en één in zwart/wit.
Knip de vierkantjes los en plak ze met een cm tussenruimte op een zwart vel.

zondag 7 februari 2010

Schilderij in één kleur

 

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. plakkaatverf
  3. kwasten
  4. zwarte markeerstift
De leerlingen tekenen hun vel vol met een geometrische figuur in meerdere groottes. Overlappingen zijn verplicht. Met één kleur plakkaatverf, alleen gemengd met wit of zwart, schilderen ze alle vlakken in, in zoveel mogelijk kleurnuances. Tenslotte worden alle vakken omlijnd met een dikke zwarte markeerstift.
Belangrijk: leer de leerlingen dat je altijd begint met de lichtste kleur als je nuances wilt maken. Dus veel wit + drup rood = lichtroze, drup rood erbij = donkerder roze etc.

Beeldaspecten die in deze les aan de orde komen: vorm, lijn, nuance, kleur, ruimte.
Technieken: geometrische vormen tekenen, schilderen, kleurnuances maken, omlijnen.