vrijdag 30 oktober 2009

Blaadjes patroon

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 21 bij 25 cm
  2. viltstiften
Trek rondom het tekenpapier een lijn op een halve cm van de kant. Verdeel het grote vak dan in 16 blokken van 5 cm breed en 6 cm hoog.
Teken op karton een blaadje en knip dit uit. Trek het blaadje om in de 16 vakken. Kies twee kleuren viltstift. Teken patroontjes in de blaadjes, steeds per twee. Kleur ze dan in, met tegengestelde kleuren, zie voorbeeld. Omlijn alle blaadjes en ook de patronen met een zwarte fineliner. Trek tenslotte in de twee kleuren een kader om het vel papier.

woensdag 28 oktober 2009

In de stijl van René Magritte

Door Ellen, groep 8
Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A3 formaat
  2. potlood
  3. plakkaatverf
  4. kwasten
René Magritte
Rene Magritte wordt geboren in 1898 in België. Als Magritte 13 jaar is, pleegt zijn moeder zelfmoord. Ze springt in de Samber en wordt later gevonden, haar gezicht bedekt met haar jurk. Volgens sommigen heeft deze trieste gebeurtenis grote invloed gehad op het leven en werk van Magritte. Bedekte gezichten zijn regelmatig door hem geschilderd. In 1924 raakt Magritte bevriend met leden van de Brusselse surrealisme groep: André Breton, Joan Miró en Salvador Dalí. Zij beïnvloeden hem en zijn werk; uiteindelijk is Magritte beroemd geworden met schilderijen die surrealistisch van aard zijn. Magritte gaf in zijn schilderijen een realistisch effect weer van het surrealisme. Hij gaf vooral vaak voorwerpen weer, zoals een schoen, een appel, een pijp of een boom. Deze haalde hij uit hun gewone omgeving en plaatste ze in een aparte atmosfeer.
Een van zijn bekendste werken is "Het verraad van de voorstelling". Dit is een zeer realistisch schilderij van een pijp met daaronder de tekst Ceci n'est pas une pipe. Hij bedoelt hiermee dat de pijp die hij schildert geen echte pijp is, maar gewoon een met verf beschilderd doek dat wij schilderij noemen. Door ons telkens op het verkeerde been te zetten, dwingt Magritte ons over kunst na te denken. Magritte vond het de taak van de kunstschilder om de realiteit in een ander kader te plaatsen.
Link: Magritte museum, Brussel

Door Nikki, groep 8

Aan het werk 
Bespreek het werk van René Magritte aan de hand van afbeeldingen op internet. Bespreek de term surrealisme en laat de kinderen verwoorden waaraan je surrealistische schilderijen kunt herkennen. Laat als tegenhanger enkele realistische schilderijen zien.
Toon dan een afbeelding van 'The son of man', het schilderij van de man met de appel voor zijn gezicht. Vertel dat we een schilderij in de stijl van Magritte gaan maken.
De leerlingen krijgen een vel stevig wit tekenpapier op A3 formaat. Hierop schetsen ze een portret, net als Magritte deed bij The son of man. In plaats van een appel kiezen de kinderen een eigentijds voorwerp waarmee ze het gezicht bedekken. Het voorwerp moet wel in de juiste verhouding tot het gezicht staan. Een piano of euromunt kunnen dus niet! Wel een mobiele telefoon, een pakje kauwgum o.i.d.. Als de schets klaar is, wordt het werk ingekleurd met plakkaatverf. Indien nodig kunnen de kinderen het voorwerp voor het gezicht nog omkaderen met een fineliner.

Happy Halloween

Door Rochelle, groep 7
Benodigdheden
  1. oranje papier op A4 formaat
  2. zwart papier
  3. dikke zwarte stift
  4. zwarte fineliners
  5. witte correctievloeistof
Halloween vieren we op 31 oktober. De naam Halloween is afgeleid van Hallow-e'en of All Hallows Eve. In de Iers-Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgend jaar lag klaar en dus was er tijd voor een vrije dag: het Keltische nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun). Samhain was ook om een andere reden bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terugkwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken door voedsel voor hen neer te leggen voor de deuren. Om de boze geesten af te weren droegen de Kelten maskers. In Nederland wordt Halloween door sommigen ook gevierd door het versieren van huizen en het organiseren van Halloweenfeesten. (Bron tekst: Wikipedia) Rondom Halloween hangt een spannend sfeertje. Logisch, want dood en geesten zijn altijd een beetje eng. De kinderen gaan vandaag een tekening maken over Halloween bij nacht. Hierbij wordt gewerkt met zwarte stift op oranje papier. Bespreek eerst de dingen waaraan je kunt denken bij Halloween: spinnen, skeletten, spoken, heksen, vleermuizen, zwarte katten, donker, kerkhof, pompoenen enz. Vandaag worden alleen contouren getekend. Wat zijn contouren en hoe teken je die? Elk kind krijgt een oranje vel papier. Teken de breedte van een liniaal af aan de boven- en onderkant van het vel. Maak een schets van een halloweenfeest zoals jij denkt dat het eruit zou kunnen zien. Trek je potloodtekening over met fineliner en kleur de figuren in met zwarte stift. Maak met kleine stipjes correctievloeistof de ogen of gebruik wiebeloogjes. Plak onder- en bovenaan het vel een zwarte strook papier. Mooi om alle tekeningen naast elkaar te hangen, voor een Big Happy Halloween Party!
Door Charmaine, groep 7

maandag 26 oktober 2009

Kunst van klasse

Benodigdheden:
  1. plank MDF
  2. plakkaatverf in blauw, groen en wit
  3. kwasten
  4. watervaste zwarte stift
Dit is een groepswerk voor een groep van 24 kinderen, waar de kinderen om de beurt aan kunnen werken. Koop een plank MDF van 1 m2. Verdeel deze in 25 vakken van 20 bij 20 cm. Pas de maten aan als je een grotere of kleinere klas hebt of als je liever een rechthoekig werk hebt in plaats van een vierkant. Verdeel een plank van MDF in het aantal vakken dat nodig is voor het aantal leerlingen in de klas. De opdracht luidt: vul jouw vak met simpele vormen en kleur ze zin met blauw- en groentinten (of andere kleuren natuurlijk, die beter in het lokaal passen!). Overlapping mag. Omlijn alle figuren met een zwarte stift. Laat in een hok dat leegblijft alle kinderen hun naam schrijven.

zaterdag 24 oktober 2009

Puzzelboom

Door Charmaine, groep 8
Benodigdheden
  1. zwart papier op A4 formaat
  2. zwart papier 23 bij 32 cm
  3. oliepastelkrijtjes
  4. schaar en plaksel
De kinderen tekenen met potlood een eenvoudig berglandschap met een maan erboven op een zwart A4 vel. Dit wordt ingekleurd met oliepastelkrijtjes. De bergen worden omrand met zwarte oliepastel, evenals de maan.Wijs de kinderen erop dat de lucht rondom de maan lichter van kleur is. Als er onvoldoende kleuren blauw zijn, bereik je deze lichtere kleur door eerst wit te nemen en er dan met lichtblauw overheen te gaan. Gele strepen erdoorheen geven het schijnsel van de maan goed weer. Voor het donkerder maken van blauw geldt: kras er zwart doorheen. Laat de kinderen op deze manier zorgen voor een vloeiende overgang in de lucht (beeldaspect: nuance)
Als het kleuren klaar is, wordt het vel omgedraaid. Op de achterkant moet een boom worden getekend met vijf takken: een naar rechts, een naar de rechterhoek van het vel, een naar boven, een naar de linkerhoek en een naar links. Takken zijn vlak bij de stam dikker dan verder van de stam af. Er zijn nu zes 'puzzelstukken'. Knip deze uit en leg ze op het grotere zwarte vel. Gebruik de uitgeknipte boom om te kijken of de stukken goed liggen. Plak alle onderdelen vast, behalve de boom natuurlijk. Misschien kun je daar nog iets anders leuks mee doen?

Door leerlingen van groep 8

woensdag 21 oktober 2009

Als een spin in het web

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. oliepastelkrijtjes
  3. dekzwart
  4. kwasten
  5. satéprikkers
  6. gekleurd papier voor de achtergrond
In de herfst zie je veel spinnen. De spinnenwebben zie je vooral goed als er dauwdruppels op zitten. Hoe ziet zo'n web er nou precies uit? We bekijken spinnenwebben rondom de school. Dan krijgen de leerlingen een wit tekenvel en kleuren dit helemaal in met oliepastels. Kies vooral warme kleuren die met de herfst te maken hebben, dus oranje, bruin, rood, geel. (beeldaspect: kleur)
Als het hele blad vol gekleurd is, gaan we er met dekzwart overheen en laten het drogen. Met een satéprikker krassen de leerlingen een spinnenweb uit hun zwarte vel. De lijnen in het web lopen parallel aan elkaar (beeldaspect: lijn). Natuurlijk mag er in het web ook een spin zitten!

dinsdag 20 oktober 2009

Spookhuizen

Door Milan, groep 7
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. vloeipapier in twee kleuren
  3. kwast en water
  4. zwarte fineliners
  5. zwarte markers
  6. wit bordkrijt
  7. haarlak
Spookhuizen …. genoeg spannende verhalen te vinden op internet (www.beleven.org) om deze les in te leiden! Bespreek vervolgens de kenmerken van een spookhuis: scheef gezakt, stille plek, spinnenwebben, martelwerktuigen, grafstenen, vleermuizen enz.



De achtergrond wordt gemaakt met vloeipapier. Dit papier heeft de eigenschap kleur los te laten als het nat wordt. Alle kinderen krijgen een vel wit tekenpapier dat ze met een kwast insmeren met water. Hierop moeten gescheurde stroken vloeipapier worden gelegd die elkaar iets overlappen. Let erop dat de gescheurde kanten op het witte vel komen, en niet de gesneden kanten. Als het vel vol ligt, gaan de kinderen er nog een keer met een kwast met water overheen, zodat het vloeipapier goed nat is. Even onder het vloeipapier kijken of de kleur al is doorgelopen, en dan alle strookjes eraf halen. Als het goed is, zijn de kleuren mooi door elkaar heen gelopen. Laat dit gekleurde vel goed drogen.



Met potlood schetsen de leerlingen een spookhuis op hun vel. Hierbij moeten ze rekening houden met het feit dat straks alles met zwart moet worden ingekleurd, dus dat er enkel contouren te zien zullen zijn. Als de potloodtekening klaar is, worden de lijnen overgetrokken met zwarte fineliners. Hierna kan er ingekleurd worden met zwarte markers. Met wit bordkrijt worden rondom het huis spookjes getekend die met haarlak worden gefixeerd. Plak het werk op een zwarte achtergrond.

Door leerlingen van groep 7

maandag 19 oktober 2009

Lelijke heksen

Door Ilse, groep 7
Benodigdheden:
  1. houtskool
  2. pastelkrijt
  3. wit tekenpapier op A4 formaat
  4. zwart papier voor achtergrond
  5. haarlak
Deze les past mooi bij een boek of verhaal over heksen.
Waaraan herken je een heks? Welke voorwerpen of dieren associeer je met een heks? Hoe ziet een boze heks eruit? Denk aan gezichtskenmerken als mond, ogen en wenkbrauwen.
Laat de leerlingen eerst op een kladje oefenen met houtskool. Leg uit hoe kleurverschillen worden gemaakt (beeldaspect: nuance), dat je kneedgum kunt gebruiken om houtskool weg te gummen en dat je met een papieren zakdoekje of je vingers de kool kunt uitvegen.

De opdracht luidt: teken met houtskool een boze heks en gebruik voor de invulling van het gezicht een koude kleur (beeldaspect: kleur). Met houtskool worden eerst de contouren van de heks getekend. Vervolgens wordt het gezicht ingekleurd met pastelkrijt, en daarna worden de ogen, neus en mond met houtskool ingetekend. Tenslotte wordt de tekening afgemaakt met houtskool.

Door leerlingen van groep 7

woensdag 14 oktober 2009

Lijn aan de wandel

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. dikke zwarte watervaste stift
  3. viltstiften
  4. zwarte fineliner
Met een dikke watervaste stift trekken de kinderen een lijn van de ene kant van het papier naar de andere kant. Zorg dat de lijn ongeveer een centimeter breed wordt. Met gekleurde stiften wordt de lijn aan beide zijden meerdere keren omgetrokken. De achtergrond wordt gevuld met lijnpatronen in fineliner. Als de tekening klaar is, lijkt het alsof de gekleurde lijn eruit springt, aan de wandel is! Deze opdracht is ook goed als groepsopdracht te doen. Kinderen moeten dan overleggen over het begin- en eindpunt van de lijn, over de kleuren en ook over het aansluiten van de patronen.
Groepsopdracht Lijn aan de wandel, groep 8

dinsdag 13 oktober 2009

Herfstdrukwerk

Benodigdheden:
  1. gutsjes
  2. blokprint
  3. drukpers
  4. verfroller
  5. glasplaat of plastic plaat om verf uit te rollen
  6. papier om op te drukken (neem ruw papier, zodat de verf goed intrekt)
  7. drukpers
Linoleum is op school waarschijnlijk het meest gebruikte materiaal om kinderen mee te laten drukken. Het uitsnijden van de voorstelling kan op twee manieren: snijd de voorstelling weg, zodat je de achtergrond overhoudt (negatieve druk), of snijd de achtergrond weg zodat je de voorstelling overhoudt (positieve druk). Denk er bij het maken van een linosnede goed aan dat je een spiegelbeeld afdrukt. Vooral bij het gebruiken van letters is dit erg belangrijk! Linodrukwerken worden het mooist als je meerdere afdrukken maakt en hiervan een werkstuk maakt. Hiermee wordt voor kinderen tevens het nut van druktechnieken duidelijk: voor het verkrijgen van meerdere afbeeldingen hoef je maar één lino uitsnede te maken.
Herfstdrukwerk Nadat we buiten bladeren hebben gezocht, gaan we die heel goed bekijken. Hoe is de vorm van het blad, hoe lopen de nerven, hoe ziet het steeltje eruit enz. De kinderen tekenen hun blad na op een stukje linoleum en snijden het dan uit. Ze maken hiervan enkele afdrukken: voor zichzelf, maar ook voor het groepswerk.
Paddestoelen mag je natuurlijk niet uit de natuur halen, dus die moet je buiten goed bekijken en dan tekenen en uitsnijden.
Voor het groepswerk leveren alle leerlingen van de klas een druksel aan. Knip deze uit, maak er een mooie compositie van en plak ze op een donkere ondergrond.

Door leerlingen van groep 7

maandag 12 oktober 2009

Staphorster stipwerk

Tafelkleed, gemaakt door leerlingen van groep 8

In de gemeente Staphorst worden nog altijd gebruiksvoorwerpen (dienbladen, jasbeschermers op de fiets, houten doosjes e.d.) en lappen stof versierd met Staphorster stipwerk. Het is een simpele techniek met een prachtig resultaat, en zeer geschikt om op school te doen. Houd een klassengesprek over oud-Nederlandse klederdrachten en Staphortser dracht in het bijzonder. Laat plaatjes zien van deze Staphorster klederdracht, en dan vooral van het stipwerk. Bespreek de motieven, de kleuren, de grootte van de diverse stippen en de regelmaat in de patronen. Vertel dat de kinderen vandaag ook gaan stippen net zoals ze dit in Staphorst al eeuwen doen.

Foto © Tourpress.
Benodigdheden:
  1. per kind een lapje zwarte katoen
  2. textielverf
  3. kopspijkers in diverse maten
Laat een aantal voorbeelden zien van Staphorster stipwerk. Bespreek wat opvalt aan deze techniek van versieren: kleurgebruik, grootte van de stippen, motieven, patronen enz. Laat de kinderen eerst op een kladblaadje en met kleurpotloden oefenen in het maken van patronen. Als ze het principe van bloemen maken met behulp van stippen onder de knie hebben, kunnen ze gaan stempelen met de kopspijkers. Hiervoor worden kopspijkers gedoopt in textielverf.

Varianten:
Deze les kan individueel worden gedaan, maar is ook zeer geschikt als groepsopdracht. Een groepje kinderen maakt dan in onderling overleg een kleed voor hun eigen tafelgroepje. In plaats van te stippen op stof, kun je ook kiezen voor het versieren van een gebruiksvoorwerp van hout. Te denken valt aan een spaanplaten doosje, een broodplankje, een houten pennendoosje o.i.d.
Voordat er gestipt kan worden, moet het voorwerp eerst met zwarte verf worden geschilderd. Het verven en stippen van gebruiksvoorwerpen gebeurt uiteraard niet met textielverf, maar kan met gewone plakkaatverf. Aflakken voor een mooi resultaat.

Detail van bovenstaand tafelkleed

zaterdag 10 oktober 2009

Broodjes bouwen

Door leerlingen van groep 8


Benodigdheden:
  1. fotokarton A3 gehalveerd
  2. stukje ribkarton
  3. restjes gekleurd papier
  4. crepepapier
  5. tijdschriften
  6. viltstiften
  7. draadjes
  8. lapjes stof
  9. droge etenswaren als macaroni, rijst, bonen, zaden
  10. perforator
  11. schaar
  12. lijm
In het kader van de Kinderboekenweek met als thema 'Aan tafel' hebben we broodjes gebouwd. Een prima les ook om uit te leggen wat textuur is.
Alle kinderen krijgen een half A3 vel fotokarton. Van restjes stof of papier maken ze een tafelkleed onderaan hun vel karton. Hierop plakken ze een uit papier geknipt bord.
Van ribkarton wordt de onderkant van een broodje geknipt en dan kan het bouwen beginnen. Bespreek vooraf wat er allemaal op een broodje kan en hoe je dat kunt verbeelden in de materialen die je hebt. Voorbeelden: geel papier met gaatjes wordt kaas, rode draad is ketchup, een opgerold stukje roze stof is worst enz. enz. Het is de bedoeling dat het een gedeeltelijk 3D werkstuk wordt. Niet alles plat opplakken, maar ruimtelijk en over elkaar heen (beeldaspect: ruimte). Bespreek dit vooraf goed op en laat zien hoe je iets ruimtelijk opplakt.
Als er voldoende lekkere dingen op het broodje zijn geplakt, sluit je de bovenkant van het broodje weer af met een broodje van ribkarton.

donderdag 8 oktober 2009

Mijn lekkerste pizza!

Door leerlingen van groep 2
Benodigdheden:
  1. papieren bordjes
  2. restjes gekleurd papier
  3. woodsies
  4. sitspapier
  5. draadjes
  6. plaksel
  7. schaar
Welke dingen liggen er vaak op een pizza? Bespreek dit met de klas. Met behulp van diverse materialen beplakken de kinderen hun bordje zodat het een pizza wordt.

dinsdag 6 oktober 2009

Spoken op het hek

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier op A4 formaat
  2. restjes karton
  3. schaar
  4. wit pastelkrijt
  5. haarlak
Rondom Halloween hangt een spannend sfeertje: spoken, geesten en enge donkere plekken horen bij dit feest. 
In deze les knippen leerlingen organische vormen: spoken. De spoken vliegen rondom een hek. 
Knip een hek van restjes karton. Het hoeft niet kaarsrecht te zijn, want het is een oud hek en dus krom of vervallen. Knip drie spookjes uit restjes karton. 
De opdracht luidt: een spook vliegt boven het hek, een vliegt erachter en de laatste vliegt ervoor (beeldaspect: ruimte). 
Rangschik het hek en de spookjes zo op het zwarte papier dat je aan de opdracht voldoet. 
Kleur de randen van alle geknipte onderdelen met wit krijt. Veeg het krijt uit op het zwarte papier. Knip een maan en doe hiermee hetzelfde.
Fixeer het werk met haarlak.

maandag 5 oktober 2009

Gespiegelde pompoenen

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier op A4 formaat
  2. oranje knutselpaper half A4
  3. liniaal
  4. potlood
  5. schaar
  6. plaksel
  7. snijmesje en snijmat
Geef alle leerlingen een zwart vel en laat hen dit met een liniaal en potlood verdelen in vier rechthoeken. Verdeel elke rechthoek nog een keer in tweeën, zodat er 8 vakken op het vel staan. Verdeel het oranje vel in vier rechthoeken en knip deze uit. Hieruit knip je straks de vier halve pompoenen.
Teken op een oranje velletje tegen de lange kant de helft van een pompoen. Teken ook een mond en een neus. Knip de pompoen ui en laat het restant van het papier heel.  Snijd de ogen en een mond uit. Plak de halve pompoen tegen de middellijn van een zwarte rechthoek. Plak het oog, de mond en het restant van de uitgeknipte pompoen aan de andere kant van de zwarte rechthoek. Herhaal dit drie keer, zodat je vier pompoenen hebt. Plak geen twee oranje achtergronden tegen elkaar, maar plak om en om. Zie voorbeeld. (beeldaspect ruimte: positief en negatief).

zondag 4 oktober 2009

Pompoenen in het maanlicht

Door Kiki, groep 8

Benodigdheden:
  1. zwart tekenpapier op A4 formaat
  2. pastelkrijt of bordkrijt
  3. pompoenen of afbeeldingen van pompoenen
  4. spuitbus met haarlak
  5. papieren handdoekjes
  6. gekleurd papier als achtergrond
Pompoenen zijn een zeer oud gewas dat al duizenden jaren voor Christus werd verbouwd in Midden- en Zuid-Amerika. In Europa is de pompoen pas sinds de 16e eeuw bekend. In Mexico en het zuidoosten van de VS worden pompoenen gegeten in traditionele gerechten. In Nederland worden pompoenen ook steeds meer gegeten en zien we ze in de supermarkten. 

We kennen de pompoen ook als decoratiemiddel. Vanaf september liggen de tuincentra er vol mee. Rond Halloween worden pompoenen gebruikt om er lampions van te snijden. 
Bekijk een aantal meegebrachte pompoenen of foto's ervan met de leerlingen. Bespreek de verschillende vormen, de grootte, kleuren en de inzet van de steel. De lange stelen met de bladeren zullen er niet meer aanzitten, daarvoor moet je plaatjes op internet zoeken.

Door Anouk, groep 8

De kinderen tekenen minimaal twee pompoenen, waarbij een van de pompoenen overlapt wordt door een ander (beeldaspect: ruimte). Er wordt gewerkt met pastelkrijt op zwart papier. Wijs leerlingen erop dat bordkrijt erg stuift en smeert en dat ze dus op moeten letten dat ze hun vieze vingers niet op het tekenvel zetten, maar op een papieren handdoekje. Stimuleer de leerlingen kleurtjes door elkaar heen gebruiken om kleuren te verdiepen en lichtval (maanlicht!) aan te geven.

Tekeningen die af zijn, fixeer je met haarlak. Plak het tenslotte op een passende achtergrond.

Door leerlingen van groep 8