woensdag 21 oktober 2009

Als een spin in het web

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. oliepastelkrijtjes
  3. dekzwart
  4. kwasten
  5. satéprikkers
  6. gekleurd papier voor de achtergrond
In de herfst zie je veel spinnen. De spinnenwebben zie je vooral goed als er dauwdruppels op zitten. Hoe ziet zo'n web er nou precies uit? We bekijken spinnenwebben rondom de school. Dan krijgen de leerlingen een wit tekenvel en kleuren dit helemaal in met oliepastels. Kies vooral warme kleuren die met de herfst te maken hebben, dus oranje, bruin, rood, geel. (beeldaspect: kleur)
Als het hele blad vol gekleurd is, gaan we er met dekzwart overheen en laten het drogen. Met een satéprikker krassen de leerlingen een spinnenweb uit hun zwarte vel. De lijnen in het web lopen parallel aan elkaar (beeldaspect: lijn). Natuurlijk mag er in het web ook een spin zitten!

dinsdag 20 oktober 2009

Spookhuizen

Door Milan, groep 7
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. vloeipapier in twee kleuren
  3. kwast en water
  4. zwarte fineliners
  5. zwarte markers
  6. wit bordkrijt
  7. haarlak
Spookhuizen …. genoeg spannende verhalen te vinden op internet (www.beleven.org) om deze les in te leiden! Bespreek vervolgens de kenmerken van een spookhuis: scheef gezakt, stille plek, spinnenwebben, martelwerktuigen, grafstenen, vleermuizen enz.



De achtergrond wordt gemaakt met vloeipapier. Dit papier heeft de eigenschap kleur los te laten als het nat wordt. Alle kinderen krijgen een vel wit tekenpapier dat ze met een kwast insmeren met water. Hierop moeten gescheurde stroken vloeipapier worden gelegd die elkaar iets overlappen. Let erop dat de gescheurde kanten op het witte vel komen, en niet de gesneden kanten. Als het vel vol ligt, gaan de kinderen er nog een keer met een kwast met water overheen, zodat het vloeipapier goed nat is. Even onder het vloeipapier kijken of de kleur al is doorgelopen, en dan alle strookjes eraf halen. Als het goed is, zijn de kleuren mooi door elkaar heen gelopen. Laat dit gekleurde vel goed drogen.



Met potlood schetsen de leerlingen een spookhuis op hun vel. Hierbij moeten ze rekening houden met het feit dat straks alles met zwart moet worden ingekleurd, dus dat er enkel contouren te zien zullen zijn. Als de potloodtekening klaar is, worden de lijnen overgetrokken met zwarte fineliners. Hierna kan er ingekleurd worden met zwarte markers. Met wit bordkrijt worden rondom het huis spookjes getekend die met haarlak worden gefixeerd. Plak het werk op een zwarte achtergrond.

Door leerlingen van groep 7

woensdag 14 oktober 2009

Lijn aan de wandel

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. dikke zwarte watervaste stift
  3. viltstiften
  4. zwarte fineliner
Met een zwarte watervaste stift trekken de leerlingen een dikke lijn (circa 1 cm breed( van de ene kant van het papier naar de andere.
Trek de lijn meerdere keren om met gekleurde viltstiften. Vul de achtergrond met lijnpatronen in fineliner (beeldaspect: vorm). Als de tekening klaar is, lijkt het alsof de gekleurde lijn eruit springt, aan de wandel is!
Deze opdracht is ook goed als groepsopdracht te doen. Leerlingen moeten dan overleggen over het begin- en eindpunt van de lijn, over de kleuren en ook over het aansluiten van de patronen.


Groepsopdracht Lijn aan de wandel, groep 8

maandag 12 oktober 2009

Staphorster stipwerk

Tafelkleed, gemaakt door leerlingen van groep 8

In de gemeente Staphorst worden nog altijd gebruiksvoorwerpen (dienbladen, jasbeschermers op de fiets, houten doosjes e.d.) en lappen stof versierd met Staphorster stipwerk. Het is een simpele techniek met een prachtig resultaat, en zeer geschikt om op school te doen. Houd een klassengesprek over oud-Nederlandse klederdrachten en Staphortser dracht in het bijzonder. Laat plaatjes zien van deze Staphorster klederdracht, en dan vooral van het stipwerk. Bespreek de motieven, de kleuren, de grootte van de diverse stippen en de regelmaat in de patronen. Vertel dat de kinderen vandaag ook gaan stippen net zoals ze dit in Staphorst al eeuwen doen.

Foto © Tourpress.
Benodigdheden:
  1. per kind een lapje zwarte katoen
  2. textielverf
  3. kopspijkers in diverse maten
Laat een aantal voorbeelden zien van Staphorster stipwerk. Bespreek wat opvalt aan deze techniek van versieren: kleurgebruik, grootte van de stippen, motieven, patronen enz. Laat de kinderen eerst op een kladblaadje en met kleurpotloden oefenen in het maken van patronen. Als ze het principe van bloemen maken met behulp van stippen onder de knie hebben, kunnen ze gaan stempelen met de kopspijkers. Hiervoor worden kopspijkers gedoopt in textielverf.

Varianten:
Deze les kan individueel worden gedaan, maar is ook zeer geschikt als groepsopdracht. Een groepje kinderen maakt dan in onderling overleg een kleed voor hun eigen tafelgroepje. In plaats van te stippen op stof, kun je ook kiezen voor het versieren van een gebruiksvoorwerp van hout. Te denken valt aan een spaanplaten doosje, een broodplankje, een houten pennendoosje o.i.d.
Voordat er gestipt kan worden, moet het voorwerp eerst met zwarte verf worden geschilderd. Het verven en stippen van gebruiksvoorwerpen gebeurt uiteraard niet met textielverf, maar kan met gewone plakkaatverf. Aflakken voor een mooi resultaat.

Detail van bovenstaand tafelkleed

dinsdag 6 oktober 2009

Spoken op het hek

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier op A4 formaat
  2. restjes karton
  3. schaar
  4. wit pastelkrijt
  5. haarlak
Rondom Halloween hangt een spannend sfeertje: spoken, geesten en enge donkere plekken horen bij dit feest. 
In deze les knippen leerlingen organische vormen: spoken. De spoken vliegen rondom een hek. 
Knip een hek van restjes karton. Het hoeft niet kaarsrecht te zijn, want het is een oud hek en dus krom of vervallen. Knip drie spookjes uit restjes karton. 
De opdracht luidt: een spook vliegt boven het hek, een vliegt erachter en de laatste vliegt ervoor (beeldaspect: ruimte). 
Rangschik het hek en de spookjes zo op het zwarte papier dat je aan de opdracht voldoet. 
Kleur de randen van alle geknipte onderdelen met wit krijt. Veeg het krijt uit op het zwarte papier. Knip een maan en doe hiermee hetzelfde.
Fixeer het werk met haarlak.

maandag 28 september 2009

Bloedmooie anemonen


Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. vloeipapier in verschillende tinten
  3. dik penseel
  4. pot water
Met vloeipapier kun je prachtige bloemen schilderen zonder echt te hoeven schilderen! In deze les heb ik gekozen voor anemonen, maar andere bloemen zijn uiteraard ook mogelijk.

Om een anemoon te maken, vouw je een vloeipapiertje drie keer om tot je een rechthoek hebt. Deze rechthoek bestaat nu uit zes lagen. Knip uit de rechthoek een bloemblad - je hebt er dan meteen zes, voldoende voor een bloem!
Leg het stapeltje bloemblaadjes aan de kant en knip op dezelfde manier uit verschillende kleuren vloeipapier grote en kleine bloemblaadjes.
Maak de plek op het tekenvel waar de eerste anemoon moet komen goed nat met een penseel en water. Leg de bloemblaadjes een voor een rondom een denkbeeldige witte cirkel (hier komt later het zwarte hart van de bloem) op de natte plek. Het vloeipapier zal zichzelf vast trekken aan het tekenpapier. Plak op deze manier alle bloemen vast. Overlapping mag, en ook over de rand werken is goed. (beeldaspect: ruimte)
Knip tenslotte uit zwart vloeipapier kleine en iets grotere rondjes voor de bloemharten. Plak deze ook met water vast.
 Je zult zien dat het vloeipapier is gaan 'bloeden': het geeft kleur af. Hoe feller de kleur van het vloeipapier, hoe beter het bloedt (beeldaspect: nuance). Lichte tinten bloeden minder. De kleuren van het vloeipapier lopen in elkaar over. Als het goed is, geeft het zwarte vloeipapier kleurstralen af in de bloemen. Als dit niet het geval is, moet je er nog een keer met een kwast water overheen gaan. Voorzichtig, zodat de boel niet gaat schuiven.
 Laat het bloemenvel iets aandrogen, maar niet helemaal droog worden. Trek de bloemblaadjes er af, en je bloedmooie anemonen zijn klaar.


Met vloeipapier - - - - - - - - - Vloeipapier verwijderd

zondag 27 september 2009

Landschap van vloeipapier

Benodigdheden:
  1. vloeipapier in diverse kleuren
  2. behangerslijm, extra dun
  3. lijmkwastjes
  4. wit tekenpapier op A4 formaat
Bekijk foto's van diverse landschappen: berglandschap, vulkaanlandschap, kustlandschap, rivierlandschap, heuvellandschap, vlak landschap.
Bespreek de verschillen tussen deze landschappen.

De leerlingen gaan van vloeipapier een eigen landschap maken. Hiervoor mogen ze de velletjes alleen scheuren; geen scharen dus! Legt uit dat de landschappen van achteraf worden opgebouwd en de voorste vellen dus pas het laatst worden opgeplakt. Beeldaspect: ruimte (overlapping). Hierdoor kunnen kleuren over elkaar heen worden geplakt, waardoor je ook meer kleurnuances krijgt. (beeldaspect: nuance). Vertel dat kleuren zachter worden door er wit vloeipapier overheen te plakken. De gletsjers op de bergen in het voorbeeld zijn ontstaat door het witte vloeipapier niet helemaal met lijm in te smeren. De droge delen blijven wit, de natte delen nemen de kleur van de onderliggende kleur aan.

zondag 20 september 2009

Aan een zijden draadje...

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat in de lengte doorgesneden
  2. wasco
  3. waterverf
  4. penselen
  5. pot water
  6. zwarte fineliner of wit kleurpotlood
In de herfst vind je in de tuin en rondom school vaak de mooiste spinnenwebben. Vooral als de ochtenddauw op de draadjes in de zon glinstert, lijkt zo'n web een waar kunstwerkje. 

In deze les gaan de leerlingen een spinnenweb met spin tekenen, nadat ze eerst buiten hebben gekeken hoe deze eruit zien. Hoe is het web opgebouwd? Hoeveel basisdraden zie je? Hoe ziet de spin eruit? Hoeveel poten heeft hij? Hoe zien die poten eruit? 

Bovenaan een half wit tekenpapier teken je met witte wasco (zorg voor scherpe punten!) een web. Een van de basisdraden moet in het midden van het papier uitkomen, omdat daaraan straks de spin getekend wordt. Teken met zwarte wasco een spin en verbindt zijn lijf met het web door de middelste basisdraad met wit door te trekken naar beneden. 
Verf met waterverf en veel water het hele blad in een kleur naar keuze. Daar waar wasco zit, zal de verf niet pakken. Laat het werk drogen (je ziet de dauwdruppels van de waterverf op het spinrag!) en plak het dan op een gekleurde achtergrond. Teken het web verder op de achtergrond, met zwarte fineliner of wit kleurpotlood - afhankelijk van de kleur.

Katten, in de stijl van Rosina Wachtmeister

Wat heb je nodig?
  1. dik tekenpapier A3 
  2. plakkaatverf in meer kleuren, waaronder zilver
  3. kwasten
  4. kranten
  5. potten water
  6. papieren doekjes
Rosina Wachtmeister 
Rosina Wachtmeister (1939) is een Oostenrijkse kunstenares die in Capena bij Rome woont. Voor haar werk laat ze zich inspireren door de voor haar alledaagse dingen: de rust van Capena, de zon, haar katten en muziek.

Bekijk schilderijen van Wachtmeister en bespreek wat opvalt:
  • gebruikt vaak zilver en goud in haar werk 
  • gezichten zijn ingedeeld in kleurvlakken
  • schilderijen stralen vrolijkheid uit
  • figuren en vlakken zijn met dikke lijnen omgetrokken.
  • sprekende ogen als gevolg van omlijning.  
Wat moet je doen?  
  1. Schets met potlood een of meer katten op je tekenvel.
  2. Verf ze met plakkaatverf en pas de stijl van Wachtmeister toe. 
  3. Verf de achtergrond. 
  4. Maak de omlijningen pas als het werk droog is. Gebruik een dun penseel.  
  5. Plak je werk op een passende ondergrond. 
  6. Signeer je kunstwerk met naam en jaartal, net als Wachtmeister.
Werkstukken gemaakt door leerlingen van groep 7.

zaterdag 19 september 2009

Diep in de zee

Door leerlingen van groep 7
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4-formaat
  2. witte wascokrijtjes
  3. waterverf
  4. penselen
  5. zout (niet te fijne korrels)
Diep in de zee leven veel verschillende dieren, en niet alleen vissen! Maak een woordveld over zee- of oceaandieren en bekijk foto's van verschillende dieren.

De leerlingen tekenen met witte wasco op een wit tekenvel een zeedier, ook de details. Niet te veel details tekenen, want er moet ruimte overblijven voor de kleur: daar waar wasco zit, zal de waterverf niet pakken. Eventueel kun je nog waterplanten tekenen. 
Als de tekening klaar is, verf je het dier met waterverf en een dun penseel. Je mag de witte lijnen raken, maar ga er niet overheen met de verf, anders krijgt je achtergrond straks dezelfde kleur als het dier. 
Verf de achtergrond in kleuren van de zee: blauw en groen. Gebruik hierbij veel water, zodat de kleuren mooi in elkaar overlopen (nat-in-nat techniek). 
Als alles geverfd is, strooi je zout over de nog natte achtergrond. Het zout neemt water op, en dit geeft een mooi sprankelend effect als het werk straks droog is. Veeg de zoutkorrels met je hand weg als het werk droog is.