- wit tekenpapier
- passer
- liniaal
- potlood
- viltstiften
- gekleurd papier
- lijm
Instructie
Bespreek het eenpuntsperspectief: voorwerpen die verder weg staan, lijken kleiner. Als je een laan tekent in de richting van de horizon, dan wordt die smaller en de bomen worden kleiner.
Bij een eenpuntsperspectief trek je alle lijnen evenwijdig aan de kijkrichting naar één punt. Je zet letterlijk een stip op de horizon.
Wat moet je doen?
- Teken met de passer een cirkel van 20 cm doorsnee op het tekenvel.
- Markeer het gaatje in het midden met een stip.
- Trek lijnen met liniaal en potlood vanaf de randen van de cirkel naar het midden.
- Teken zo gebouwen in verschillende hoogtes; maak de cirkel zo vol.
- Teken ramen en deuren. Zorg ervoor dat de tussenlijnen steeds parallel aan elkaar open.
- Kleur in met viltstift.
- Omlijn alle vlakken met zwarte stift of fineliner.
- Knip de cirkel uit en plak die op een gekleurde ondergrond.
Tekeningen zijn van leerlingen uit groep 6.
Beeldaspecten: ruimte, lijn, kleur.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten