- zoutdeeg
- kwasten
- verf
- verjaardagskaarsjes
- 2 kopjes bloem
- 1 kopje zout
- 1 kopje water
In de praktijk geteste teken- en handvaardigheidslessen voor het basisonderwijs.
Benodigdheden:
Trek rondom het tekenpapier een lijn op een halve cm van de kant. Verdeel het grote vak dan in 16 blokken van 5 cm breed en 6 cm hoog.
Teken op karton een blaadje en knip dit uit. Trek het blaadje om in de 16 vakken. Kies twee kleuren viltstift. Teken patroontjes in de blaadjes, steeds per twee. Kleur ze dan in, met tegengestelde kleuren, zie voorbeeld. Omlijn alle blaadjes en ook de patronen met een zwarte fineliner. Trek tenslotte in de twee kleuren een kader om het vel papier.
In de reclame-industrie wordt neonverlichting op grote schaal toegepast. Door verschillende kleuren met elkaar te combineren en delen van de verlichting aan en uit te schakelen kunnen er opvallende voorstellingen worden gemaakt. Bekijk ter inleiding van deze les het Beeldbankfilmpje over neonlicht. Vraag de kinderen of een een voorbeeld weten van neonverlichting. Laat enkele voorbeelden van internet zien. Bespreek de kenmerken van neonlicht en de beperkingen waar je mee te maken hebt als je van neonbuizen iets wilt maken. Hoe kun je zien dat iets van neonbuizen is gemaakt?
De opdracht luidt: maak je eigen neonreclame. Doe dit door een simpele tekening te maken met wit potlood op zwart papier. Teken zo min mogelijk details. Je mag letters toevoegen. Houd het simpel en groot, de lijnen moeten straks dik kunnen worden zonder elkaar te raken. Als je tevreden bent over je tekening, trek je de getekende lijnen over met gekleurd krijt. Gebruik felle kleurtjes, geen zwart of bruin. Zet stevig aan zodat je dikke lijnen krijgt. Ga er vervolgens met een schone vinger overheen; volg de richting van de lijn door voor- of achterwaarts te wrijven, en probeer niet naar de zijkanten te knoeien. Dan is het tijd voor de neonlampen: neem een wit krijtje met een scherpe kant. Trek midden door de gekleurde lijnen een witte lijn. Doe het zo dat de kleur aan beide zijden van de witte lijn komt. Door kleine openingetjes te houden tussen de witte lijnen, net als bij de echte neonbuizen, lijkt het nog beter! Maak ook witte lijnen in je letters.
René Magritte Rene Magritte wordt geboren in 1898 in België. Als Magritte 13 jaar is, pleegt zijn moeder zelfmoord. Ze springt in de Samber en wordt later gevonden, haar gezicht bedekt met haar jurk. Volgens sommigen heeft deze trieste gebeurtenis grote invloed gehad op het leven en werk van Magritte. Bedekte gezichten zijn regelmatig door hem geschilderd. In 1924 raakt Magritte bevriend met leden van de Brusselse surrealisme groep: André Breton, Joan Miró en Salvador Dalí. Zij beïnvloeden hem en zijn werk; uiteindelijk is Magritte beroemd geworden met schilderijen die surrealistisch van aard zijn. Magritte gaf in zijn schilderijen een realistisch effect weer van het surrealisme. Hij gaf vooral vaak voorwerpen weer, zoals een schoen, een appel, een pijp of een boom. Deze haalde hij uit hun gewone omgeving en plaatste ze in een aparte atmosfeer.
Een van zijn bekendste werken is "Het verraad van de voorstelling". Dit is een zeer realistisch schilderij van een pijp met daaronder de tekst Ceci n'est pas une pipe. Hij bedoelt hiermee dat de pijp die hij schildert geen echte pijp is, maar gewoon een met verf beschilderd doek dat wij schilderij noemen. Door ons telkens op het verkeerde been te zetten, dwingt Magritte ons over kunst na te denken. Magritte vond het de taak van de kunstschilder om de realiteit in een ander kader te plaatsen.
Link: Magritte museum, Brussel
Door Nikki, groep 8
Aan het werk Bespreek het werk van René Magritte aan de hand van afbeeldingen op internet. Bespreek de term surrealisme en laat de kinderen verwoorden waaraan je surrealistische schilderijen kunt herkennen. Laat als tegenhanger enkele realistische schilderijen zien. Toon een afbeelding van 'The son of man', het schilderij van de man met de appel voor zijn gezicht. Vertel dat we een schilderij in de stijl van Magritte gaan maken. De leerlingen krijgen een vel stevig wit tekenpapier op A3 formaat. Hierop schetsen ze een eigentijds portret, net als Magritte deed bij The son of man. In plaats van een appel kiezen de kinderen een eigentijds voorwerp waarmee ze het gezicht bedekken. Het voorwerp moet wel in de juiste verhouding tot het gezicht staan. Een piano of euromunt kunnen dus niet! Wel een mp3-speler, een mobiele telefoon, een pakje kauwgum o.i.d.. Als de schets klaar is, wordt het werk ingekleurd met plakkaatverf. Indien nodig kunnen de kinderen het voorwerp voor het gezicht nog omkaderen met een fineliner.Door Rochelle, groep 7
Benodigdheden
Met dank aan Willem Wienholts
Door Charmaine, groep 8
BenodigdhedenDoor leerlingen van groep 8
Spookhuizen …. genoeg spannende verhalen te vinden op internet (www.beleven.org) om deze les in te leiden! Bespreek vervolgens de kenmerken van een spookhuis: scheef gezakt, stille plek, spinnenwebben, martelwerktuigen, grafstenen, vleermuizen enz.
De achtergrond wordt gemaakt met vloeipapier. Dit papier heeft de eigenschap kleur los te laten als het nat wordt. Alle kinderen krijgen een vel wit tekenpapier dat ze met een kwast insmeren met water. Hierop moeten gescheurde stroken vloeipapier worden gelegd die elkaar iets overlappen. Let erop dat de gescheurde kanten op het witte vel komen, en niet de gesneden kanten. Als het vel vol ligt, gaan de kinderen er nog een keer met een kwast met water overheen, zodat het vloeipapier goed nat is. Even onder het vloeipapier kijken of de kleur al is doorgelopen, en dan alle strookjes eraf halen. Als het goed is, zijn de kleuren mooi door elkaar heen gelopen. Laat dit gekleurde vel goed drogen.
Door leerlingen van groep 7
Houd een klassengesprek over heksen. Waaraan herken je een heks? Welke voorwerpen of dieren associeer je met een heks? Hoe ziet een boze heks eruit? Denk aan gezichtskenmerken als mond, ogen en wenkbrauwen. Laat de leerlingen op een kladje eerst oefenen met houtskool. Leg uit hoe kleurverschillen worden gemaakt, dat je kneedgum kunt gebruiken om houtskool weg te gummen en dat je met een papieren zakdoekje of je vingers de kool kunt uitvegen.
De opdracht luidt: teken met houtskool een boze heks en gebruik voor de invulling van het gezicht een koude kleur. Met houtskool worden eerst de contouren van de heks getekend. Vervolgens wordt het gezicht ingekleurd met pastelkrijt, en daarna worden de ogen, neus en mond met houtskool ingetekend. Tenslotte wordt de tekening afgemaakt met houtskool.
Door leerlingen van groep 7
Door leerlingen van groep 7
Foto © Tourpress.
Benodigdheden:
Welke dingen liggen er vaak op een pizza? Bespreek dit met de klas. Met behulp van diverse materialen beplakken de kinderen hun bordje zodat het een pizza wordt.
Rondom Halloween hangt een spannend sfeertje: spoken, geesten en enge donkere plekken horen bij dit feest. De kinderen gaan spoken uitknippen en die en de contouren ervan met krijt op zwart papier uitvegen. De spoken vliegen rondom een hek. Dit hek wordt geknipt van restjes karton. Het hoeft niet kaarsrecht te zijn, want het is een oud hek en dus krom of vervallen. Dan worden drie spookjes geknipt uit restjes karton. De opdracht luidt: een spook vliegt boven het hek, een vliegt er achter en de laatste vliegt ervoor. De kinderen leggen het hek en de spookjes zo op het zwarte papier dat aan de opdracht wordt voldaan. Dan krassen ze met wit krijt rondom de uitgeknipte onderdelen en vegen dit krijt uit. Tenslotte een maan knippen en omtrekken.
Fixeer het werk met haarlak.
Teken op een oranje velletje tegen de lange kant de helft van een pompoen. Teken ook een mond en een neus. Knip de pompoen uit, waarbij het restant heel moet blijven. Snij de ogen en de mond uit. Plak de halve pompoen tegen de middellijn van een zwarte rechthoek. Plak het oog, de mond en het restant van de uitgeknipte pompoen aan de andere kant van de zwarte rechthoek. Herhaal dit drie keer, zodat je vier pompoenen hebt. Plak geen twee oranje achtergronden tegen elkaar, maar plak om en om. Zie voorbeeld.
Door Kiki, groep 8
Benodigdheden:Door Anouk, groep 8
De kinderen gaan minimaal twee pompoenen tekenen, waarbij een van de pompoenen overlapt moet worden door een ander. Er wordt gewerkt met bordkrijt op zwart papier. Wijs de leerlingen erop dat bordkrijt erg stuift en smeert, en dat ze op moeten letten dat ze hun vieze vingers niet op het papier zetten, maar op een papieren handdoekje. Dit geeft vlekken die moeilijk weg te poetsen zijn. Laat de kinderen kleurtjes door elkaar heen gebruiken om kleuren te verdiepen en lichtval (maanlicht!) aan te geven.Door leerlingen van groep 8