maandag 25 november 2013

De Pietensong

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier 20 bij 20 cm
  2. zwarte plakkaatverf
  3. schoteltje
  4. keukenpapier
  5. fineliners
Teken op een vel papier enkele golvende notenbalken. Leg een stukje keukenpapier op een schoteltje, zodat het kan dienen als stempelkussen. Druppel zwarte plakkaatverf op het keukenpapier en spreid dit iets uit. 
Gebruik een duim om de hoofden van de pieten te drukken. Gebruik een vinger om de mutsen te drukken. Laat het werk drogen. 
Maak met een penseel de ogen en mond. Maak de pieten af door veren op de muts te tekenen. Schrijf de letters van een liedje onder de notenbalk en teken muzieknoten ertussen.

Met dank aan Suzanne de Jong voor deze variant op de Sneeuwpoppensong. 

donderdag 21 november 2013

Piet staat er gekleurd op

Door Talyjah, groep 4

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A2 formaat
  2. plakkaatverf
  3. cirkel van gekleurd papier 
  4. kwasten
Naar aanleiding van de discussie in ons land over wel of geen zwarte piet, is deze tekenles voor de onderbouw ontstaan. Schilder een piet die niet zwart is, maar die wel herkenbaar is als piet.
In een klassengesprek schrijven we de dingen op waar je een piet aan herkent: zijn baret, gekleurde outfit en een zak met pepernoten.
Een rondje van gekleurd papier vormt de basis, dit is het gezicht van piet. Plak dit op circa 2/3 van het papier. Kinderen schilderen daarna de piet en vullen ook de achtergrond in.


dinsdag 12 november 2013

Berkenbos in de herfst

Door Luuk, groep 8
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A4 formaat
  2. schilderstape
  3. tamponneerkwasten
  4. lichtblauw bordkrijt
  5. plakkaatverf
  6. houtskool
Bekijk foto's (google op 'autumn birch trees') op het digibord van berkenbomen en bespreek de opvallende dingen: de lange witte stam, de grijszwarte lijnen als gevolg van het horizontaal afbladderen van de bast, de vele herfstkleuren in het blad. Vertel dat vooraan de blaadjes nog individueel te zien zijn en je dus meerdere kleuren ziet, en dat je naarmate je verder weg kijkt deze kleuren steeds meer samensmelten tot één kleur. 
Leg uit hoe je dit met een tamponneerkwast doet: geen kleuren mengen, maar de kwast in meerdere kleuren tegelijk dopen en dan lichtjes stampen. Laat de leerlingen dit eventueel op een kladje eerst uitproberen. 

Plak van bovenaf een aantal stroken schilderstape op het papier in verschillende lengtes. Teken een horizonlijn. Tamponneer de bodem in herfstkleuren; vooraan meerdere kleuren, naar achteren verlopend in één kleur. Tamponneer het resterende blad aan de bomen. Hier kan ook nog groen aan zitten! Laat het werk drogen en kleur de lucht dan blauw. Trek het schilderstape er voorzichtig af. Teken met houtskool de zo specifieke berkenstreepjes. 

zaterdag 19 oktober 2013

De man met de grote mond - Paul Klee


Door Frederieke, groep 5
Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A2 formaat
  2. kwasten
  3. plakkaatverf
  4. potlood
  5. zwarte markeerstift
  6. schaar
  7. lijm
  8. behangpapier
Paul Klee (1879 – 1940) is een Duits/Zwitserse kunstschilder. Zijn werk behoort tot de moderne kunst. Klee ontwikkelde zich als autodidact en liet meer dan 9000 kunstwerken na. In 1912 maakte hij kennis met werk van Picasso en Malevitsj en ontmoette hij Robert Delaunay, die kleur het belangrijkste element in de schilderkunst vond. Na een reis naar Tunesië in 1914 ging Klee steeds kleurrijker en abstracter schilderen. Hij schildert landschappen, portretten, dieren, mythologie, geheimzinnige machines. In zijn werk combineert hij abstracte en figuratieve vormen. Het werk van Klee valt niet onder één stroming: surrealisme, kubisme, abstractie zijn termen die op zijn schilderkunst van toepassing zijn. Hij wordt ingedeeld bij het expressionisme (Bron: Wikipedia).


Laat het schilderij op het digibord zien. Schrijf aan de linkerkant 'ja' en aan de rechterkant 'nee'. Typ de volgende zinnen op het bord:
  • Hij heeft een grote mond
  • Zijn neus is precies even lang als zijn kin
  • Hij heeft krullen
  • Hij kan goed ruiken
  • Hij is bang
  • Zijn neus lijkt op een mes
  • De ogen zijn blauw
  • Hij ziet er brutaal uit
  • Hij ziet er boos uit
  • Hij heeft geen oren
  • Zijn gezicht bestaat uit puzzelstukjes
  • De kleuren zijn somber
  • Ik zie alleen felle kleuren
Laat de leerlingen een voor een de zinnen naar de goede plek slepen. 

De leerlingen tekenen een gezicht van de zijkant waarbij de neus even ver uitsteekt als de kin. Teken twee ogen. Verdeel het gezicht in vlakken. Kleur elk vak in met plakkaatverf en gebruik hiervoor alleen mengkleuren, net als Paul Klee deed. Alleen de ogen mogen in de basiskleur blauw worden geschilderd.
Wacht tot het werk droog is en omrand dan alle kleurvlakken met een zwart markeerstift. Knip het werk uit en plak het op gekleurd papier of een stuk behangpapier. 

Deze opdracht is gedaan in groep 5/6. De moeilijker variant is om het gezicht te tekenen met slechts één lijn. Je mag je potlood dan dus niet van het papier halen. 

Door Zahra, groep 5

Bron: Paul Klee voor kinderen, door Birgit Brandenburg 

dinsdag 15 oktober 2013

Uil - collage

Door Deacon, groep 5

Benodigdheden:
  1. zwart knutselpapier A4 formaat
  2. krantenpapier
  3. bruin inpakpapier
  4. sitspapier in geel, bruin, rood, zwart
  5. plaksel
Bekijk foto's van uilen via het digibord en bespreek de opvallende kenmerken: vorm, grote ogen, poten, aantal tenen,  pluimen op het hoofd (dit zijn niet de oren!).

Scheur kleine stukjes uit bruin sitspapier en plak dit onderaan het blad in de vorm van een tak. Scheur uit geel papier strookjes voor de poten van de uil en plak ze op de tak. Scheur de kop van de uil uit krantenpapier - als het lukt met de pluimen eraan, anders plak je ze er later bij. Van repen kranten en inpakpapier worden stroken gescheurd voor het lijf.
Plak de kop en de stroken van het lijf vast. Scheur een rondje uit bruin inpakpapier voor de ogen. Plak hierin een kleiner zwart rondje en daarin weer een geel rondje. Scheur uit rood een snavel.

Bron: Artsonia.com

maandag 7 oktober 2013

Onder moeders paraplu

Door Dylano, groep 3
Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier A2 formaat
  2. wasco
  3. vloeibare waterverf
  4. kwasten
Naar aanleiding van een liedje of verhaal over herfst en regen, kan in de onderbouw deze les worden gedaan.

De leerlingen tekenen een mens/kind onder een paraplu en kleuren deze in met wasco. Teken dan regendruppels met witte wasco en eventueel waterplassen. Ga er tenslotte met vloeibare waterverf over, zodat de regendruppels zichtbaar worden.

Aandachtspunten zijn: 
  • regen valt van boven naar beneden ;)
  • onder de paraplu is geen regen
  • regen is doorzichtig, we tekenen dus met wit op wit!
  • regen vormt plassen op de grond
  • de onderkant van de paraplu is een schrijfvorm, nl. de boogjes van de n.

dinsdag 1 oktober 2013

Huizengroep in één kleur - groepswerk naar Alisa Burke

Benodigdheden:
  1. vel tekenpapier op A1 formaat
  2. stroken tekenpapier van 10 bij 20 cm (A4 in drieën gesneden)
  3. diverse kleurmaterialen naar keuze: wasco, oliepastel, kleurpotloden, stiften, verf, ecoline enz.
  4. zwarte fineliner
  5. vloeibare waterverf
  6. grote kwast
  7. schaar 
  8. lijm
Een kunstwerk op Pinterest van Alisa Burke was de inspiratie voor deze les. Laat het werk zien en bespreek met de klas de opvallende dingen: alle huizen hebben één kleur, de ramen zijn wit, alles is zwart omrand, de huizen staan niet naast elkaar maar achter en voor elkaar (overlapping). Je ziet dus de onderkant van de huizen die niet op de eerste rij staan, niet.

De kinderen vormen groepjes van vier en bepalen samen welke kleur ze kiezen. Een van de leerlingen maakt eerst de achtergrond: teken met witte wasco sterren of wolken op het grote witte vel en verf er overheen met vloeibare waterverf. Laat ongeveer twee cm van de zijkant wit. Het wit stoot de waterverf af en wordt na het kleuren dus zichtbaar. 
Op de smalle tekenvellen tekenen de kinderen hoge huizen, met ramen en deuren en versierselen. Inkleuren met materiaal naar keuze. Trek de huizen en de ramen om met zwarte fineliner en knip ze uit. Zorg per groep voor ca. 15 huizen. 
Leg de huizen op het geverfde grote vel en maak zo een mooie collage. Let op dat je geen onderkanten van de huizen die niet vooraan staan, ziet. 

Door leerlingen van groep 7/8

maandag 9 september 2013

Oefenboek Studievaardigheden

Nieuw: Oefenboek Studievaardigheden voor groep 7/8, geschreven door Jacquelien Bredenoord

Studievaardigheden zijn de vaardigheden die kinderen nodig hebben om informatie te verwerken. Het hebben van goede studievaardigheden is voorwaarde om te kunnen studeren.

Er zijn maar weinig basisscholen die studievaardigheden als apart vak geven. Alfabetiseren leer je ook bij taal, tabellen kom je bij rekenen wel tegen en kaarten zie je genoeg bij aardrijkskunde…. “ Was het maar zo simpel. Het Cito toetst niet voor niets de studievaardigheden van kinderen! Zij doen dit in de LOVS-toetsen, de Entreetoets en in de Eindtoets Basisonderwijs. De score op studievaardigheden maakt deel uit van de eindscore en vormt daarmee dus een onderdeel van het schooladvies voor voortgezet onderwijs. De uitslag op studievaardigheden heeft een hoge voorspellende waarde voor de kans op succes in het vervolgonderwijs. Het is dus juist erg belangrijk dat kinderen weten wat studievaardigheden zijn en dat ze hierop gericht oefenen.

Daarom is er dit boek: het Oefenboek Studievaardigheden voor leerlingen uit groep 7 en 8. In dit boek komen de vier hoofdonderwerpen van studievaardigheden ruim aan de orde: opzoekvaardigheden, studieteksten, tabellen, schema’s & grafieken en kaartbegrip (inclusief bronnenboekje in kleur). Bij elk onderdeel is er een theoretische uitleg en een schat aan oefenmateriaal. De meer dan 400 oefenopgaven bestaan uit open vragen en opgaven in Cito-stijl, dus met vier antwoorden om uit te kiezen. Geen onzinantwoorden zoals we in andere oefenboeken of op internet zien, maar ‘afleiders’ zoals het Cito dit ook doet – antwoorden die bewust gekozen zijn.

Met behulp van dit boek kunt u uw kind gericht laten werken aan het verbeteren van zijn of haar studievaardigheden. Ook voor scholen is het boek een prima aanvulling op hun vakkenpakket. Met een duidelijke instructie en aan de hand van handige stappenplannen oefenen de leerlingen systematisch met alle onderdelen van het vak studievaardigheden. De boeken zijn klassikaal te gebruiken, maar ook voor hulp op maat.

Het Oefenboek Studievaardigheden kost 68,50 inclusief verpakking en verzending. Voor scholen, huiswerkinstituten en personen die hieraan gelieerd zijn, geldt een minimale afname van vijf exemplaren.

Voor meer informatie of het bestellen van dit boek, kunt u mailen naar info@beterbijleren.nl of kijk op Beter BijLeren.

donderdag 5 september 2013

Blikvanger

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A5 formaat
  2. kleurpotloden
  3. fineliners
Bekijk elkaars ogen. Uit welke onderdelen bestaat een oog? Hoe is de vorm van een oog? Welke kleuren kom je tegen in de iris? Hoe kun je dit in je tekening terug laten zien? Wat valt op aan de pupil?
Bekijk eventueel filmpjes op YouTube, Hoe teken ik een oog/How to draw eyes. 

Kinderen tekenen op een A5 vel een oog en kleuren dit in met kleurpotlood. Veeg de kleuren met je vingers uit zodat ze in elkaar overlopen. Eventueel kunnen accenten aangebracht worden met een zwarte fineliner. 

Tekeningen zijn gemaakt door leerlingen van de brugklas.

Met dank aan Anne Steenbergen.

zondag 25 augustus 2013

Bij de bijtjes


Benodigdheden:
  1. witte wasco
  2. viltstift
  3. vloeibare waterverf
  4. kwast
Vouw het witte tekenvel in tweeën. Teken op beide helften met potlood een bij. Kleur het lijf in met zwarte en gele viltstift. Kleur de kop zwart en houd daarbij twee puntjes wit voor de ogen. Teken met zwarte viltstift zes poten en twee vleugels. Teken in de vleugels met witte wasco de nerven.
Schilder de achtergrond en de vleugels met vloeibare waterverf. Houd daarbij een rand van ongeveer één cm wit.  
Door leerlingen van groep 5/6 
Bron: Artsonia. 

donderdag 22 augustus 2013

Dit ben IK!

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. zwarte viltstift
  3. waterverf
  4. penselen
  5. pot water
Een leuke les voor aan het begin van het schooljaar: Dit ben IK!
De leerling tekent met zwarte stift een portret van zichzelf en kleurt deze in met waterverf.

Door leerlingen van groep 2/3

Met dank aan Jeannette Janse.

maandag 17 juni 2013

Kasteel in de zon, in de stijl van Paul Klee

 
Door Mayke, groep 6
Benodigdheden:
  1. tekenpapier met tekst 
  2. wasco
  3. waterverf
  4. penselen 
  5. potten water
Op de Italiaanse website Arteascula kwam ik deze tekenles tegen in de stijl van Paul Klee.

Paul Klee (1879 – 1940) is een Duits/Zwitserse kunstschilder. Zijn werk behoort tot de moderne kunst. Klee ontwikkelde zich als autodidact en liet meer dan 9000 kunstwerken na. In 1912 maakte hij kennis met werk van Picasso en Malevitsj en ontmoette hij Robert Delaunay, die kleur het belangrijkste element in de schilderkunst vond. Na een reis naar Tunesië in 1914 ging Klee steeds kleurrijker en abstracter schilderen. Hij schildert landschappen, portretten, dieren, mythologie, geheimzinnige machines. In zijn werk combineert hij abstracte en figuratieve vormen. Het werk van Klee valt niet onder één stroming: surrealisme, kubisme, abstractie zijn termen die op zijn schilderkunst van toepassing zijn. Hij wordt ingedeeld bij het expressionisme. (Bron: Wikipedia)

Print een willekeurige tekst op tekenpapier. Ik had gekozen voor de Wikipedia-pagina over Paul Klee. Laat het werk Castle and Sun van Klee zien en bespreek de kenmerken. Uit wat voor figuurtjes is het kasteel opgebouwd? Welke kleuren zijn gebruikt? 
De leerlingen tekenen met wasco in een kleur die afsteekt bij de te kiezen waterverf (scherpe punt, zodat de lijnen dun worden) een kader rondom de tekst. Daarna tekenen ze een gebouw dat alleen bestaat uit rechthoeken, vierkanten en driehoeken. Gebruik geen liniaal, want de tekst biedt voldoende steun.
Vul de vlakken in met waterverf. Kies voor koude of warme kleuren. Zorg dat er geen dezelfde kleuren naast elkaar komen.

dinsdag 4 juni 2013

Ontwerp je eigen postzegel


Benodigdheden:
  1. gekleurd karton voor postzegel 
  2. wit papier voor kartelrand 
  3. restjes gekleurd papier 
Bekijk met de leerlingen verschillende postzegels. Wat valt op? Wat moet er in elk geval op een postzegel staan?

Leerlingen gaan zelf een postzegel ontwerpen. Dit is de opdracht:
Op de zegel moet goed te zien zijn dat het over jou gaat! Je zorgt er voor dat je naam erop staat en de waarde van postzegel. Daarnaast laat je iets van jezelf zien door bijvoorbeeld een afbeelding van je hobby’s, je lievelingseten of een foto/tekening van jezelf te gebruiken. Denk ook aan de witte (kartel)randen. Je maakt alles met papier, dus niet tekenen op je postzegel!


Werkwijze:
  1. Maak een ontwerp op een schetsvel.
  2. Neem een gekleurd vel karton als ondergrond en maak van gekleurd papier alle vormen en letters. Plak alle vormen op de zegel en maak een goede verdeling op het vel.
  3. Maak de witte kartelrand van de zegel.
Met dank aan mijn dochter Anne Steenbergen, die deze les bedacht en gaf in de brugklas.

maandag 27 mei 2013

In de stijl van Ton Schulten

Door Yalisa, groep 5

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A4 formaat of groter
  2. plakkaatverf in geel, rood, blauw en zwart
  3. liniaal
  4. potlood
  5. kwasten

Ton Schulten (1938) is een Nederlandse schilder. Hij is geboren en getogen in Ootmarsum. Na zijn werk als grafisch vormgever en ontwerper, besluit hij zich in 1989 geheel aan de schilderkunst te wijden. Zijn voornaamste inspiratiebron is het Twentse coulissenlandschap, een halfopen landschap dat door de beplanting van heggen en houtwallen lijkt op een toneel met coulissen.

Een les over Ton Schulten is in de onderbouw goed te doen als je het simpel houdt. Bekijk werk van Schulten en bespreek wat opvalt:
  • kleurgebruik
  • de 'gordijnen' aan de zijkant
  • eenvoudige vormen 
  • indeling in vakken
De leerlingen verdelen het vel tekenpapier in 24 vakken (4 bij 6). Met de primaire kleuren geel, rood en blauw en de mengkleuren hiervan, worden de vakken geverfd. Geef als opdracht mee dat elke kleur maar drie keer mag voorkomen. 
Als het werk droog is, worden met een smalle kwast en zwarte verf eenvoudige huizen over de scheidingslijnen geschilderd. 

vrijdag 17 mei 2013

Mondjesmaat, in de stijl van Andy Warhol



Benodigdheden:
  1. vouwblaadjes 10 bij 10 cm in vier kleuren
  2. gekleurd papier voor achtergrond
  3. wasco
  4. schaar en lijm


Andy Warhol (1928-1987) was een Amerikaanse kunstschilder, graficus, fotograaf en filmer. Hij wordt gezien als de belangrijkste kunstenaar van de popart. De naam 'popart' is afgeleid van 'popular art'.

Popart is een stroming in de moderne kunst. Popart is het in beeld brengen en verheerlijken van de consumptiemaatschappij. Hierdoor stond de popart dicht bij het leven van de gewone mens en was minder elitair dan de stromingen daarvoor.

Warhol begon als reclametekenaar. Aan het begin van de 60er jaren begon hij als kunstenaar. Hij introduceerde alledaagse consumentenproducten in zijn kunstwerken, zoals de soepblikken van Campbell, de Coca Colaflessen of het dollarbiljet.


M.b.v. zeefdruktechniek ontstonden grote series werken van o.a. Marilyn Monroe, Elvis Presley of politieke thema's zoals de elektrische stoel. Warhol gebruikte bestaande foto's die hij bewerkte. 


Bekijk werk van Warhol via het digibord. Bespreek de kenmerken: stripachtige stijl, kleurgebruik, herhaling. 

De leerlingen tekenen op wit papier vier dezelfde monden. Kleur de lippen in met wasco en gebruik dezelfde als de gekleurde blaadjes waar ze straks opgeplakt worden. Knip de monden uit en plak ze op de vierkante blaadjes - niet dezelfde kleur mond op de achtergrond. Plak de vier blaadjes op een gekleurd achtervel. 

Andy Warhol in MOMA, New York

dinsdag 14 mei 2013

Portret in de stijl van Picasso

 
Door Aylin, groep 8

Benodigdheden:
  1. bruin of lichtblauw tekenpapier op A4 formaat
  2. oliepastelkrijtjes
  3. wit bordkrijt
Pablo Picasso (1881 - 1973) is een van de beroemdste kunstenaars aller tijden. Hij was beeldhouwer, grafisch ontwerper, pottenbakker, tekenaar en schilder.
Op 19-jarige leeftijd ging hij in Parijs wonen, waar hij een armoedig leven leidde. Hij schilderde de armoede om hem heen. Zijn schilderijen uit die tijd zijn somber. We noemen dit de Blauwe Periode (1901-1904). Daarna begonnen Picasso's schilderijen vrolijker te worden. Hij ging circusclowns en circusartiesten schilderen in zijn Roze Periode (1904-1906).
Hierna schilderde hij afbeeldingen die meer leken op puzzelstukjes die door de war waren. Soms knipte Picasso stukjes uit de krant en plakte die dan op zijn schilderijen. Ook gebruikte hij knopen, stukjes stof of touw. Deze techniek noemen we 'collage'.
'Les demoiselles d' Avignon' was het begin van zijn kubistische werk. Kubisten schilderden hun model of onderwerp van zoveel mogelijk kanten. Zo schilderde Picasso een vrouw die naar rechts kijkt terwijl haar neus naar links wijst. Het lichaam schilderde hij alsof het uit vierkanten bestond die naar allerlei kanten gericht waren. Kubistische werken lijken net puzzels. Het is alsof er iemand is geschilderd die in een gebroken spiegel kijkt.

Door Shania, groep 8
 
Toon kubistische werken van Picasso op het digibord. Bespreek wat opvalt (zie inleiding hierboven).

De leerlingen tekenen met wit bordkrijt (dit is gemakkelijk uit te vegen) op bruin papier een portret in de stijl van Picasso. Ogen, neus en mond kunnen dus op andere plaatsen zitten en vanuit een ander gezichtspunt te zien zijn, en de stijl van de tekening moet hoekig zijn. Verdeel de onderdelen van het gezicht en haar ook in vlakken. Inkleuren met oliepastels. Omlijn de gezichtsonderdelen, gezicht en haarlijn met zwarte oliepastel.

zaterdag 27 april 2013

Pretparkpret

Door Abas, groep 6
Benodigdheden:
  1. oliepastel
  2. tekenpapier
  3. waterverf
  4. penselen
  5. pot water
Naar aanleiding van een schoolreisje naar een pretpark, zijn deze tekeningen gemaakt. De opdracht luidde: teken dat wat jij het leukst vond in het pretpark, en zorg dat jij zelf onderdeel bent van de tekening.
Ingekleurd met oliepastel en daarna eroverheen met een grote kwast en sterk verdunde waterverf.

Door Lieke, groep 6

vrijdag 19 april 2013

Gesmolten klokken van Dalí



Door leerlingen van groep 6
Benodigdheden:
  1. klei
  2. kleiplaat
  3. kleiroller
  4. mesjes
  5. glazuur
  6. kwast
Voor meer informatie over Salvador Dalí, zie de les van de olifanten op hoge poten.
Bekijk het schilderij De volharding der herinnering van Salvador Dalí. Op Wikipedia is achtergrondinformatie te vinden over dit schilderij. Bekijk de gesmolten klokken in het schilderij en bespreek de symboliek die hieruit spreekt.


De kinderen maken van klei een gesmolten klok zoals Dalí ze in zijn kunstwerk schilderde. Gebruik een plastic doosje om de klok in vorm te houden. Rol dunne sliertjes van klei om de cijfers en wijzers te maken.


Bak de klokken in een kleioven en glazuur ze. Bak opnieuw.

Met dank aan Willem Wienholts 

maandag 8 april 2013

Sterrennacht, in de stijl van Vincent van Gogh

Door Fleur, groep 6
Benodigdheden
  1. rechthoekig schildersdoek
  2. acrylverf
  3. kwasten
  4. kleurplaat Sterrennacht
Vincent van Gogh (1853-1890) was een Nederlands kunstschilder. Zijn werk valt onder het postimpressionisme, een stroming die het impressionisme opvolgde. Als hij begint met schilderen, wil hij vooral gewone mensen portretteren. Hij schildert arme boeren die zwaar werk doen. De kleuren van zijn schilderijen zijn donker (de Aardappeleters). 
Hij verhuist naar Parijs en leert het werk van de Franse schilders kennen: licht en kleur zijn in hun werk belangrijk. Van Gogh verruilt de donkere kleuren voor heldere. Van de schilder Pissaro leert hij impressionistisch te schilderen. Van Gogh verandert de stippen in streepjes en zijn werk wordt kleuriger en helderder. 
Na twee jaar Parijs gaat Van Gogh naar Zuid-Frankrijk, waar hij o.a. boomgaarden en korenvelden schildert. 
Van Gogh krijgt angstaanvallen en laat zich opnemen in een ziekenhuis bij Arles. In de tuin van het ziekenhuis maakt hij de mooiste schilderijen. Een van de werken die daar is ontstaan, is Sterrennacht. In 1890 pleegt Van Gogh zelfmoord. 

Door Neil, groep 6

Laat aan de hand van plaatjes op het digibord werk van Van Gogh zien, o.a. Sterrennacht. Bespreek wat opvalt: heldere kleuren, korte kwaststreken, kleuren die naast elkaar gebruikt zijn i.p.v. gemengd.

De leerlingen trekken en kleurplaat van Sterrennacht in grote lijnen over op hun schildersdoek. Dit moet op van Gogh wijze worden geschilderd: korte kwaststreken (til je kwast steeds op als je een streepje hebt gezet)! Meng de kleuren niet, maar doe twee kleuren tegelijk aan je kwast om het Van Gogh effect te krijgen. Het belangrijkste bij deze opdracht is: niet schilderen, maar streepjes zetten! 
N.B.: bij het gebruik van acrylverf geldt: kwasten spoelen oke, maar dan wel heel goed droog maken! De verf is het mooist als ze onverdund wordt gebruikt. 


zondag 24 maart 2013

Surrealisme met ogen



Door Yoni, groep 6
Benodigdheden:
  1. fototoestel
  2. tekenpapier op A3 formaat
  3. aquarelpotloden
  4. viltstiften
  5. penselen
  6. pot water 
  7. schaar en lijm
Surrealisten zoals Salvadar Dalí schilderden beelden in een hyperrealistische stijl met daarbij vaak onverwachte, verrassende of zelfs schokkende toevoegingen. Surrealisten laten hun fantasie de vrije loop en schilderen bv. droombeelden. 

In deze les worden ogen, die in het werk van de surrealist Paul Miró vaak voorkomen, op surrealistische wijze in een tekening opgenomen. Ogen zijn om mee te kijken, maar wat zou je in je droom met ogen kunnen doen? Misschien kun je er mee jongleren ... Of ze liggen op de schappen van een koelkast.... Of ze staan op een steeltje net als bloemen, en je geeft een boeketje ogen aan je moeder .... 

Door Neil, groep 6

Elke leerling bedenkt een surrealistische situatie waarin hij of zij zelf het middelpunt vormt en tekent deze. Op een los blaadje worden ogen getekend en fel ingekleurd met viltstift. De leerkracht maakt een foto van het kind zoals het zichzelf ziet in die surrealistische situatie en print deze uit. De situatie wordt ingekleurd met aquarelpotlood en met een penseel met water bewerkt zodat de kleuren vloeiend worden. Plak de foto in de tekening en plak vervolgens de ogen in het werkstuk.  

Door Henniya, groep 6

donderdag 21 maart 2013

Flamingo in Art Nouveau stijl

   
Door leerlingen van groep 7

Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier
  2. metallic gelpennen
  3. lijm en kartelschaar
  4. gekleurd papier voor achtergrond
Gaudi-huis in Barcelona

Art nouveau, ook wel Jugendstil genoemd, is een kunststroming die tussen 1890 en 1914 populair was en vooral werd toegepast op gebruiksvoorwerpen als sieraden en meubels, maar ook op hekken, balkons en gevels. Jugendstil maakt gebruik van vormen uit de natuur. De motieven zijn vaak sierlijke planten en vogels, ei-vormen en vrouwen. De lijnen drukken emotie uit. In Parijs kom je Jugendstil tegen bij de toegang tot de metro. Ook Gaudi ontwierp zijn gebouwen in deze stijl: sierlijke grillige vormen, versierd met mozaïek en tegels en smeedijzeren hekwerk.  

Laat Art Nouveau voorbeelden zien via het digibord. Bespreek de kenmerken: sierlijke lijnen, ronde vormen, veelal asymmetrisch, organische vormen uit de natuur, uitbundig. 

Trek een schoteltje om op wit tekenpapier. Teken hierop met gelpennen Art nouveau motieven in maximaal drie kleuren. Plak deze tekening op een tweede vel wit tekenpapier. Teken poten, staart en kop van een flamingovogel en versier deze delen ook met gelpen. Knip de vogel uit met een vormschaar en laat daarbij een randje wit zitten. Plak het werk op een langgerekt stuk gekleurd papier dat past bij de kleur van de flamingo.

zondag 10 maart 2013

De snor van Salvador Dalí

Door Yoni, groep 6

Benodigdheden:
  1. tekenpapier op A3 formaat
  2. oliepastels
  3. potlood
  4. zwarte 
  5. watervaste stift
  6. chenilledraad 
Voor meer informatie over Salvador Dalí, zie de les van de olifanten op hoge poten.

Laat enkele werken van Dalí zien. De werken zorgen voor verbazing, verrassing of soms een schok. Leg het verschil uit tussen realisme (de werkelijkheid geschilderd op doek, alsof het een foto is) en surrealisme - realisme met vreemde elementen.
Bekijk het werk 'De olifanten'. Bespreek de surrealistische kenmerken: de olifanten zelf zien er realistisch uit, maar ze hebben veel te hoge poten. Op hun rug staan huisjes.

Laat het schilderij van de smeltende klokken zien. Bespreek de vorm van de klokken. Wat is er met deze klokken gebeurd? Zijn dit klokken die je aan de muur kunt hangen? Waarom niet? Waarom noemen we dit surrealistisch?

Aan de hand van een stap voor stap methode, tekenen de leerlingen een gezicht. Ik heb gekozen voor de methode van WikiHow. Verwissel in deze methode stap 1 en 2 door bij stap 1 het vel in vieren te vouwen en daarna een eivorm te tekenen voor het hoofd volgens de afmetingen in de afbeelding. Ga hierna verder volgens het stappenplan op Wikihow.
Dit is het gezicht van Dali. Rondom dit gezicht tekenen de kinderen een aantal smeltende klokken. Laat ook klokken van het papier 'afvallen'. Waarom doen we dit? De kijker moet zich  afvragen hoe het schilderij verder gaat, dit is spannender.

De klokken en het gezicht blijven wit. Kleur de achtergrond met warme kleuren en de kleding van Dali met koude kleuren (of andersom).
Omlijn de klokken en het gezicht met zwarte oliepastel. Gebruik een zwarte markeerstift voor de cijfers en wijzers van de klok en de delen van het gezicht. Kleur de iris van het oog met een fel kleurtje.

Prik twee gaatjes onder de neus en haal hier een stukje chenilledraad door. Buig dit tot een mooie snor. Signeer je kunstwerk met je eigen naam. Zet ook de naam Dali ergens op het werk, compleet met een snorretje!

Door Jurre, groep 6

vrijdag 22 februari 2013

Olifanten op hoge poten, in de stijl van Salvador Dali

Door Fleur, groep 6
Benodigdheden:

  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. viltstiften (geen watervaste!)
  3. penselen
  4. pot met water
  5. pastelkrijt
  6. vilt
  7. lijm
Salvador Dalí Salvador Dalí (Figueres, Spanje,1904 – 1989) was een veelzijdig kunstenaar. In zijn jonge jaren was Dalí geïnteresseerd in kunstschilders als El Greco, Michelangelo en Diego Velázquez. Hij richtte zijn aandacht in die tijd op het impressionisme en het kubisme. Dalí studeerde in Madrid van 1921 tot 1924. In 1929 ging hij naar Parijs. Daar leerde hij Pablo Picasso en André Breton kennen en sloot hij zich aan bij het surrealisme.

Door Neil, groep 6

Vroege periode (1917-1927)
In deze periode maakte Dalí vooral schilderijen van het landschap in de omgeving van Figueres. Deze werken tonen zijn verwantschap met het impressionisme en kubisme.

Overgangsperiode (1927-1928)
Deze periode wordt gekenmerkt door experimenteren. Hij gebruikt verschillende texturen, gemaakt met verfkunstharsen, grof zand, stenen, kurk en grind.

Surrealistische periode (1929-1940)
De surrealisten hadden niet voldoende aan logica alleen. Zij richtten zich op dromen en het onderbewuste. Dalí verkende zijn eigen angsten en fantasieën en legde ze door symbolische beelden op doek vast in een superrealistische, bijna fotografische stijl. Hij noemde zijn schilderijen ‘handgeschilderde droomfoto’s’.

Klassieke periode (1941-1989)
In 1941 stopte Dalí met de surrealistische stijl. Hij raakte gefascineerd door religie en moderne wetenschap en haalde zijn inspiratie uit de klassieke en renaissancistische kunst.

Aan het werk
Laat enkele surrealistische werken van Dali zien. De werken zorgen voor verbazing, verrassing of soms een schok. Leg het verschil uit tussen realisme (de werkelijkheid geschilderd op doek, alsof het een foto is) en surrealisme - realisme met vreemde elementen.
Bekijk het werk 'De olifanten'. Bespreek de surrealistische kenmerken: de olifanten zelf zien er realistisch uit, maar ze hebben veel te hoge poten. Op hun rug staan huisjes.

De leerlingen tekenen aan bovenaan het blad een olifant. Ik had per groepje foto's en tekeningen van olifanten neergelegd zodat ze die konden natekenen. Zet de olifant op hoge poten en zorg dat er in een van de poten een knik zit. Trek de tekening om met een donker gekleurde niet watervaste viltstift. Verf de olifant met water; doe het zo dat je met je penseel langs de omlijning trekt, zodat de inkt zich mengt met het water.


Laat het werk drogen. Teken een horizonlijn. Teken een zon op de horizon. Vul de achtergrond met pastelkrijtjes en veeg de kleuren door elkaar. Teken de schaduwen van de poten met zwart pastelkrijt. In deze tekeningen staan de schaduwen de verkeerde kant op, nl. naar de zon toe. Surrealistisch!
Knip uit vilt een kleedje en plak die op de olifant.

Door leerlingen van groep 6

vrijdag 15 februari 2013

Vlokken vangen

 
Door Ellen en Lieke, groep 6

Benodigdheden:
  1. blauw knutselpapier
  2. oliepastel krijtjes
  3. fiberfill
Het sneeuwt! Kijk omhoog en probeer met je tong sneeuwvlokjes te vangen! Hoe ziet je gezicht er uit als je omhoog kijkt?
Teken een kind in een vrolijke wintertrui. Kleur dit stevig in met oliepastelkrijtjes.  Omlijn met zwart. Plak een stukje fiberfill op de tong, en vergeet niet de sneeuwvlokken te tekenen.
(Bron: Artsonia) 

zondag 10 februari 2013

Valentijnshartje van stof

Door leerlingen van groep 6

Benodigdheden:
  1. roze of rode vilt
  2. wit borduurgaren
  3. naald
  4. knoopjes, kralen, wiebeloogjes
  5. gekleurd lint
  6. vulmateriaal
  7. lijm
Knip uit vilt twee hartjes. Borduur ze met de festonsteek aan elkaar tot je bijna rondom bent. Vul het hartje met fiberfill en naai het verder dicht. Naai een lintje bovenaan het hartje. Versier het hart door er kralen en/of knopen op te naaien of plakken.