donderdag 21 mei 2009

Lachspiegels

Door Pien, 11 jaar

Iedereen heeft zichzelf wel eens in een lachspiegel gezien. In de ene lijk je heel dik, de andere maakt je juist superlang en weer een ander zorgt ervoor dat je een groot hoofd krijgt! In deze tekenles gaan de kinderen zichzelf tekenen alsof ze voor de spiegel staan. Op elk blaadje komen drie tekeningen: een van het kind zoals het gewoon is, een tekening van een lachspiegel die je dunner maakt en een tekening van een lachspiegel die je juist dikker maakt. Benodigdheden:
  1. wit tekenpapier op A4 formaat
  2. kleurpotloden
  3. liniaal
Laat aan de hand van voorbeelden op het bord zien hoe figuren veranderen als ze voor de genoemde lachspiegel staan. De cirkel wordt een smal of breed ovaal, maar de hoogte blijft gelijk. Ditzelfde geldt ook voor een vierkant, een driehoek of welke andere figuur dan ook. Misschien kunnen de leerlingen zelf ook wel voorbeelden op het bord tekenen.

De gelijkblijvende hoogte is erg belangrijk bij deze tekenopdracht. Als de kinderen zichzelf tekenen voor de toverspiegel, dan moeten alle lichaamsonderdelen op dezelfde hoogte blijven als bij de ‘gewone’ tekening. Het dunne figuurtje mag dus niet langer worden, en de dikkerd mag niet korter zijn dan de middelste tekening.

Maak samen met de klas de vakindeling op het tekenvel. Houd deze verhouding aan: mager is 1/6 deel van het tekenvel, gewoon is 2/6 deel en dik is 3/6 deel. Laat de kinderen beginnen met de ‘gewone’ figuur. Van hieruit kunnen ze dan de dunne en de dikke persoon tekenen. Inkleuren met kleurpotlood.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen